‘Eén JSF is even duur als een ochtendje zorg’

Dat schreef De Correspondent vorige week

illustratie martien ter veen

De aanleiding

Vergeleken met wat we aan zorg besteden, kost de JSF een schijntje – en toch zegt ons onderbuikgevoel dat we beter op die dure defensie kunnen bezuinigen. Dat was de strekking van een opmerking die Rutger Bregman vorige week maakte op De Correspondent. Hij schreef: ‘We korten liever op cultuur of defensie, onwetende dat je met één JSF maar een ochtendje zorg kunt financieren’. Lezer Jan ten Klooster vroeg ons om dat te checken.

Waar is het op gebaseerd?

Bregman verwijst naar een verhaal dat hij vorig jaar schreef voor De Correspondent over het bedrag dat Nederland jaarlijks aan zorg besteedt: circa 92 miljard euro. Daarvoor koop je 1.500 JSF’s, schreef hij, want één JSF kost 61,6 miljoen. Die berekening is helder: 1.500 maal 61,6 miljoen is 92,4 miljard.

Als we Bregman per mail vragen hoe hij bij dat ‘ochtendje’ kwam, rekent hij voor: ‘92 miljard gedeeld door 365 = 250 miljoen per dag, gedeeld door 3 (drie dagdelen) = 83 miljoen euro per ochtend’. Dat vindt hij wel ‘in de orde van grootte’ van de kostprijs van een JSF liggen.

En, klopt het?

Als je een verschilletje van 20 miljoen euro overkomelijk vindt, lijkt het helder. Maar we rekenen het toch even na.

Allereerst: wat kost een JSF precies? De ‘prijs’ van één straaljager is problematisch, want er is nog geen winkel waar je een JSF kunt afrekenen. Het vliegtuig wordt nog ontwikkeld, en het verloop van het productieproces heeft invloed op de prijs – en de JSF stond toch al bekend als de Noord/Zuidlijn onder de gevechtsvliegtuigen: telkens blijkt hij weer duurder dan gedacht. In maart 2010 leek hij 47,7 miljoen per vliegtuig te gaan kosten, in augustus 2013 was dat bedrag al opgelopen tot 68,8 miljoen – nog iets meer dus dan de 61,6 miljoen waar Bregman van uitging (het prijspeil van juni 2012). De verklaring is onder meer dat de kostprijs eerder berekend was op de productie van veel meer vliegtuigen (85 stuks) dan de 37 stuks die Defensie vorig jaar aankondigde te zullen kopen. Meer vliegtuigen bouwen drukt de prijs – hoe minder je er maakt, hoe duurder ze per stuk worden.

Die cijfers komen van de Algemene Rekenkamer, dat een flink dossier over de JSF-kosten bijhoudt. Hoewel zij precieze rekenaars zijn, komen ze toch nog met een disclaimer als deze: ‘Hoewel de kostenontwikkeling van de JSF in bovenstaande grafiek relevant is, zegt ze niet zo veel over wat Nederland voor de JSF moet betalen’.

Hoe dat zit: sinds september vorig jaar raamt het ministerie van Defensie dat de aanschaf van 37 vliegtuigen zo’n 4,5 miljard euro zal gaan kosten. Dat komt, simpel berekend, neer op 121 miljoen euro per vliegtuig. Het verschil is dat in dat bedrag niet alleen de eenmalige aanschafprijs meegerekend is, maar ook de benodigde investeringen voordat er een (ver)koopbaar vliegtuig is. Denk aan apparatuur en gereedschap voor het onderhoud, testvliegtuigen en de aanpassing van luchtbases.

En dan moeten we het nog over de zorgkosten hebben. De jaarlijkse 92 miljard die Bregman becijferde, is volgens recente CBS-cijfers inmiddels opgelopen tot 94 miljard. Dat omvat echter wel álle zorggelden van de overheid (van ziekenhuizen tot ouderenzorg en internaten) én de uitgaven van particulieren. De overheid neemt daarvan zo’n 77,8 miljard voor haar rekening, volgens de Rijksbegroting over 2014.

Op basis van die cijfers kost een ‘ochtendje zorg’ de overheid 71 miljoen. (Voor wie wil meerekenen: 77,8 miljard gedeeld door 365 dagen, gedeeld door 3 dagdelen = 71 miljoen.)

Omdat Bregman de zorgkosten en JSF-kosten noemt in de context van bezuinigingen, lijkt het alsof het in beide gevallen om overheidsuitgaven gaat – maar voor de overheid zijn de zorgkosten lager.

Conclusie

Bregmans vergelijking is een beetje gegoochel met cijfers, met zijn ‘ochtendje’, maar de berekening blijkt nog niet zo heel gek. Eén JSF ‘financieren’ kost in totaal 121 miljoen, maar als je het interpreteert als alleen het aanschaffen kom je voorlopig uit op 68,8 miljoen. Een ochtendje zorg kost de overheid 71 miljoen. Die cijfers liggen dicht bij elkaar. We beschouwen de stelling als waar.