De vele Europese gezichten van Frans Timmermans

Minister Frans Timmermans is in de race voor een zware EU-post. Over de Europese Unie veranderde de PvdA’er radicaal van gedachten.

Zijn critici noemden het opportunistisch gedraai. Zelf beschouwde hij het liever als voortschrijdend inzicht. Feit is in elk geval dat de bevlogen Europese federalist van ooit, Frans Timmermans, niet meer bestaat en heeft plaatsgemaakt voor een kritische Europeaan.

„Alleen in een federaal Europa zijn de Nederlandse belangen op lange termijn veiliggesteld”, schreef het PvdA-Tweede Kamerlid Timmermans eind 2000 in een artikel op de opiniepagina van de Volkskrant. „De Europese Unie moet bescheiden zijn en beseffen dat de Unie niet bestaat zonder de lidstaten”, zei minister Timmermans begin dit jaar in Rotterdam in een ‘keynote speech’ over Europa.

Daartussen zitten veertien jaar. Jaren waarin het denken over de zich steeds verder uitbreidende Unie vooral in de landen die in de jaren vijftig van de vorige eeuw aan de wieg stonden van de Europese samenwerking aanzienlijk gereserveerder werd.

In Nederland kwam dit in 2005 het sterkst tot uiting toen een meerderheid van de bevolking in een referendum ‘nee’ zei tegen de Europese Grondwet die deze samenwerking verder vorm had moeten geven.

Een grondwet die Timmermans in de jaren daarvoor als Nederlands parlementair vertegenwoordiger in de Europese Conventie zelf mede had opgesteld. De zomer na het referendum ging hij door „een heel diep dal” vertrouwde hij twee jaar later toe aan het weekblad Vrij Nederland. Het enige dat Timmermans deed was gefrustreerd over zoveel onbegrip eindeloze afstanden fietsen door het Limburgse heuvellandschap.

Pas langzaam drong bij hem het besef door dat niet de nee-zeggers fout zaten, maar de Europese elite die was vergeten de burgers mee te nemen in hun project. De euro-gelovige veranderde in een euro-realist. Een overtuiging die Timmermans in 2007 in de praktijk mocht brengen toen hij staatssecretaris voor Europese zaken werd in het vierde kabinet Balkenende.

„Europeër”, een term die de huidige voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy graag gebruikt, is Timmermans altijd gebleven. Het immer bij hem terugkerende begrip lotsverbondenheid bepaalt zijn overtuiging dat de landen in Europa wel móeten samenwerken. Maar anders dan hem voorstond toen hij eind jaren negentig Kamerlid werd. „Europa moet groot zijn bij de grote problemen en klein bij de kleine”, is nu zijn credo.

Als minister van Buitenlandse Zaken, pleitte hij de afgelopen jaren dan ook voor een bescheiden Brussels bestuursapparaat. In een bijdrage voor de in Europese kringen gezaghebbende Financial Times schreef hij dat de Europese Commissie zodra dat mogelijk is, moet worden verkleind. In de tussentijd zou een aantal vice-voorzitters verdeeld over thematische clusters het beleid moeten uitzetten. Als alles loopt zoals Nederland hoopt, wordt Timmermans zelf één van die A-commissarissen.

Met een Europese beloning die hij zelf de afgelopen jaren steeds feller is gaan bekritiseren. „Salarissen moeten in lijn worden gebracht met die van nationale ambtenaren”, schreef hij aan de Tweede Kamer.

Als commissaris gaat Timmermans zo’n 276.000 euro verdienen. Ruim een ton meer dan een Nederlandse minister.