De schuld lag bij Gotlieb, vonden zijn managers

Arthur Gotlieb pleegde zelfmoord nadat hij een dossier van 600 pagina’s had ingeleverd over de gang van zaken bij de NZa. Een onderzoekscommissie schrijft dat hij in de jaren daarvoor door zijn managers werd „verwaarloosd” en „genegeerd”, zo werd gisteren bekend.

De consternatie en paranoia binnen de burelen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in Utrecht zijn groot nadat Arthur Gotlieb op 10 januari zijn dikke bezwaarschrift tegen een negatieve beoordeling heeft ingeleverd. De zeshonderd pagina’s zijn een regelrechte aanklacht tegen het management.

In reactie zet bestuursvoorzitter Theo Langejan een geheime e-mailkring op. Langejan, zijn collega-bestuurder Eitel Homan, de directeur van Arthur, zijn unitmanager en de personeelsmanager corresponderen uitsluitend via privéaccounts over Gotlieb. Want mogelijk heeft hij NZa-mails „gehackt” en telefoongesprekken neemt hij „hoogstwaarschijnlijk” op, zo is de vrees.

De commissie die vandaag met een rapport komt over de affaire-Gotlieb reconstrueerde aan de hand van gesprekken en e-mailverkeer de handelwijze van de managers vlak vóór en na Gotliebs dood. Arthur Gotlieb pleegde zelfmoord op 22 januari, 12 dagen nadat hij het bezwaarschrift had ingediend. Hij was in de jaren daarvoor door zijn managers, die het „kennelijk aan managementvaardigheden en empathie” ontbrak, „verwaarloosd” en „genegeerd”, schrijft de commissie.

Van veel zelfreflectie is bij de managers geen sprake, blijkt uit het rapport van de commissie. De schuld ligt meteen bij Gotlieb, die gevaarlijk en bedreigend is voor de NZa. Bestuurder Homan schakelt een externe jurist in als het bezwaarschrift net binnen is. Heeft Gotlieb onrechtmatig gehandeld door het hele management op de korrel te nemen en kunnen er maatregelen tegen hem genomen worden, is de vraag. De jurist ziet kansen.

In de loop van januari zijn NZa-leidinggevenden bevreesd dat Gotlieb zichzelf of anderen wat aandoet. Gotlieb zal maandag 20 januari weer na een ziekteperiode op zijn werk verschijnen. Een van de leidinggevenden vreest dat hij „met een wapen het gebouw zou binnenkomen”.

Bij de NZa willen ze liever de reïntegratie van Gotlieb uitstellen. Eerst uitzoeken wat er aan de hand is en niet formeel het bezwaarschrift in behandeling nemen. Maar de bedrijfsarts is een andere mening toegedaan. Gewoon zo snel mogelijk weer aan het werk laten wennen met twee uurtjes per dag om te beginnen, is haar advies.

Straks loopt er iemand rond die opnieuw kan spioneren, denken ze

Dat vinden de managers niet fijn. Als hij weer aan het werk gaat „loopt er iemand rond die opnieuw kan bespioneren”, oordeelt zijn directeur. Hij is bang voor „het complotboek” van zijn werknemer en noemt dat „een bommetje dat elk moment kan afgaan”. Hij mailt zijn collega’s: „We hebben hier te maken met iemand die duidelijk niet in orde is (eufemisme).” Gotlieb heeft volgens hem „GGZ-hulp” nodig en heeft een „Dan Brown-achtig boekwerk” geschreven.

De directeur suggereert Gotlieb uit te nodigen „ons te helpen om de tekortkomingen in de organisatie te helpen oplossen.” Hij legt in een e-mail aan zijn collega’s uit waarom: „Dat committeert hem aan de oplossing en ontneemt hem ook de status van klokkenluider. Lijkt me een van de ingrediënten om de bom die hij heeft gemaakt te demonteren. Een ander demontageargument is dat we hem laten beseffen dat openbaarheid van het stuk self-defeating is voor (…) zijn wens om zich aan de NZa te binden: tientallen medewerkers zullen zich namelijk belazerd vinden door hem, met deze precieze beschrijving van hun gevoelens. En openbaarheid, al is het maar op internet en niet in de pers, maakt zijn voortgezet verblijf bij de NZa onmogelijk.”

Die woensdag verschijnt hij niet

Arthur Gotlieb verschijnt op maandag 20 en dinsdag 21 januari twee uur op zijn werk. De tweede dag krijgt hij te horen dat hij een week later bij voorzitter Langejan en de personeelsmanager moet komen.

De derde dag, woensdag 22 januari, is Gotlieb waarschijnlijk niet op zijn werk. Dat weten ze niet bij de NZa omdat er die dag geen leidinggevende is. Zijn afwezigheid wordt dus niet opgemerkt. Op donderdag en vrijdag missen ze hem wel, waarna de politie wordt ingeschakeld. Die treft hem thuis levenloos aan. Hij heeft woensdagavond een einde aan zijn leven gemaakt.

Het nieuws over de dood bereikt het management vrijdagmiddag om 16.00 uur. De directeur mailt die avond vanaf zijn werkmail zijn personal coach: „Het trieste is dat Arthur nooit contact heeft weten te maken. En dat wij dat niet hebben gesignaleerd en aangepakt.”

De familie van Arthur Gotlieb laat al snel weten dat de managers niet welkom zijn bij de crematie. De afdelingsdirecteur constateert groeiende boosheid bij de familie. Op hun beurt raken hij en bestuursvoorzitter Theo Langejan geïrriteerd over de opstelling van de familie. De baas van de NZa vreest dat zij stappen zal gaan nemen tegen de NZa. Hij vreest „een rechtszaak”.

Wie niet slecht is beoordeeld kan ook geen bezwaarschrift indienen

Langejan is ook bang dat de familie de bezwaarprocedure van Arthur Gotlieb wil voortzetten. Maar hij krijgt een idee: het beoordelingsbesluit waartegen Gotlieb zijn bezwaarschrift heeft ingediend, zou kunnen worden ingetrokken. „Je kunt – denk ik – geen bezwaar maken tegen een niet bestaande beoordeling?” informeert hij bij het hoofd Juridische Zaken.

Op 31 januari, de dag na de uitvaart, vraagt broer Marcel Gotlieb om een gesprek met de directeur en de unitmanager. Die voelen daar niets voor. De directeur zegt het een „juridische gekte” te vinden als de managers ter discussie zouden worden gesteld. Hij stoort zich aan de „giftige praatjes” over hem op de werkvloer. De unitmanager denkt er net zo over. Hij gaat „geen verantwoording afleggen”, zegt hij. „Voor mij persoonlijk is het niet zo belangrijk dat ik door hem [Marcel Gotlieb] gehoord en begrepen word.” Het gesprek komt er niet.

Marcel Gotlieb krijgt wel een gesprek met Langejan en de personeelsmanager, op 14 februari in een zaaltje van restaurant ‘Het wapen van Bunnik’. Als hij een collega van zijn werk meeneemt, ervaart Langejan dat als „een valse start”. Hij ziet het als het meenemen van „getuigen” en vermoedt dat de Gotliebs „zitten te broeden” op een procedure. „Nog meer reden om ze geen zaken op papier te geven”, aldus Langejan. Hij adviseert een ondergeschikte die contact wil opnemen met de familie dit niet per e-mail te doen maar per telefoon.

Wij hebben zorgvuldig gehandeld

Op 4 april, bijna drie maanden na de dood van Gotlieb, heeft NRC een gesprek met de raad van bestuur over de kwestie. Langejan heeft in het zicht van dat gesprek logboeken laten maken over de behandeling van Gotlieb. De eindconclusie luidt: „Alles overziend hebben wij zorgvuldig gehandeld.”

Na het, volgens de commissie-Borstlap, „pittige” gesprek tussen krant en NZa, groeit het besef in de top van de zorgautoriteit dat de buitenwereld anders tegen de zaak aan zou kunnen kijken. Er wordt een crisisteam geformeerd en Langejan vraagt om een extern onderzoek naar de handelwijze van de NZa.

Veel inzicht dat het management schuld treft, is er echter nog steeds niet. Dat blijkt uit de e-mail van 6 april van de afdelingsdirecteur aan Langejan. De behandeling van Gotlieb was „zorgvuldig”, schrijft hij. „Ik weet zeker dat wij hiermee in de top-10 van werkgevers met betrekking tot consciëntieuze personeelsbeoordelingen staan.”