De kattenbakken zijn uit de etalage

Een Spoorwijker heeft niet veel te besteden, en dat zie je aan de winkelstraat. Maar met de dierenwinkel gaat het goed. Katten, vogels, vissen en honden zijn er genoeg.

Dierenspeciaalzaak De Vrije Vogel is opgefrist, sinds de eigenaar de zaak niet meer met zijn vrouw runt. Foto’s Peter de Krom

Geen betere plek voor een dierenwinkel dan een achterstandsbuurt. In die van Spoorwijk, op een van de beste ‘zichtlocaties’ aan de winkelstraat, rinkelt de bel onder de deurmat haast onophoudelijk. Buurtbewoners komen er langs voor een kopje koffie tijdens hun ronde langs de AH, de Zeeman en Primera, hun staffordshireterriër of chihuahua snuffelend langs het schap. „Effe een snackie halen voor de hond.”

Eigenaar Marcel, 42 jaar, is er best een beetje trots op. Nog nooit heeft zijn etalage er zo goed bij gestaan. Achter de ene ruit rust een pluche octopus op een strand met schelpjes, verderop sieren vlinders van kunststof de allernieuwste producten.

Hoe anders was het vorig jaar, toen hij de dierenwinkel nog samen met zijn toenmalige vrouw runde. Dierenspeciaalzaak Jamanaro heette de winkel, naar de beginletters van de kinderen en henzelf. In de etalage stonden kattenbakken en verder niets.

„Maar waarom zou je kattenbakken in de etalage zetten”, zegt Marcel, een aardige, tikje ingetogen vent. „De mensen weten toch wel hoe een kattenbak eruitziet.”

De kattenbakken naar achteren, dat is het eerste wat hij na de breuk met zijn vrouw heeft veranderd. Daarna heeft hij de etalage opgetuigd met vrolijkheid en heeft hij de naam van de dierenwinkel veranderd in de De Vrije Vogel.

Spoorwijk verandert sneller dan de statistiek kan bijhouden. Als instapbuurt voor migranten verwelkomde de wijk de eerste Litouwer in Nederland en zwaaide hem ook weer uit. De bevolking wisselt hier zo snel dat de adjunct van de basisschool jaarlijks eenderde van haar leerlingen in- of uitschrijft. Somaliërs vertrekken, Polen blijven – het schoolplein was in jaren niet zo wit.

Bakkerij Aad de Groot heeft nu koffiebroodjes én kebab

Verandering kun je het beste zien aan winkelstraat de Goeverneurlaan. Etalages vol Polskie produkty bepalen sinds kort het beeld. Je vindt er stapels goedkope halve liters naast brood en kwaliteitsvlees. Bakkerij Aad de Groot is overgenomen door een Turk en heeft nu koffiebroodjes én kebab. De Nederlandse eigenaresse van Petit Merci, al 22 jaar in de straat, verkoopt naast trouwpoppetjes voor op de taart sinds kort ook glazen korans met een strikje eromheen.

Gevels veranderen net zo snel. Op die tegenover de dierenwinkel stond eerst ‘Toko Jaya’, toen ‘Jong Java’, toen ‘Slijterij ADO’, in de clubkleuren groen en geel, en nu, omdat de voetbalclub niet zo gecharmeerd bleek, ‘Slijterij ADA’, in rood.

Maar te midden van alle verandering is de heropening van de dierenwinkel aan de Goeverneurlaan op 22 februari toch het opmerkelijkst. Marcel staat in de ruimte achterin, omgeven door wanden vol kattenbakken, hondenmanden en aquariums. De dierenwinkel, vertelt hij, runt hij nu zes jaar. Daarvoor was Marcel nog hoofdboekhouder bij een groot autobedrijf, een goeie functie. „Die heb ik opgegeven”, zegt hij onbewogen, kijkend om zich heen. „Voor dit.”

Als je samen een winkel begint, moet je wel een team zijn

Marcel en zijn toenmalige vrouw hielden altijd al van dieren. Ze hadden katten, fretten, konijnen, vogels en honden. Maar als je samen een winkel begint, moet je wel een team zijn, en dat waren ze niet meer.

Er hing altijd spanning in de winkel, zegt hij, en dat zagen de klanten ook. Het werd steeds rustiger. Achteraf, na de heropening, begreep Marcel pas waarom. „Op het moment zelf zie je zulke dingen niet. Je bent druk met je werk en met privé.”

Na twee jaar moed verzamelen durfde hij het vorig jaar november aan. Marcel maakte het uit, na 23 jaar. Eerst had hij er een hard hoofd in, maar de heropening – met de nieuwe winkelnaam als „stille” boodschap – is hem alles meegevallen.

Samen met stagiairs en hulp uit de buurt maakte hij er iets moois van. En nu de spanning weg is, zijn de vaste klanten ook weer terug. „Ik heb het verleden achter me gelaten en ben met frisse moed opnieuw begonnen. Dat geeft vrijheid, rust, een stukje opluchting.” Klanten zien een nieuwe, energieke Marcel, „een mooie etalage en een enthousiast team”. Met gepaste trots: „Daar krijg ik ook complimenten over.”

De dierenwinkel is er voor iedereen, dus ook voor de kleine beurs

Een Spoorwijker heeft niet veel te besteden. Maar de dierenwinkel is er ook voor de kleine beurs, zegt Marcel, die zelf in de buurt is opgegroeid. „Betaalbaarheid is echt de kracht van de winkel.” Zo giet hij een grote zak voer, 35 euro voor 10 kilo, zelf over in tien kleintjes die hij verkoopt à 3,50 euro. Klein voorverpakt is per kilo toch zo’n 60 cent duurder. Zo’n 70 procent van zijn klanten, weet Marcel, maakt er gebruik van. En zes keer per jaar houdt hij inentingsacties. Dan komt Dr. Woof langs uit Rotterdam, de budgetdierenarts. De mensen betalen dan alleen de vaccinatie en geen consultkosten. „Scheelt zo 30 euro”, rekent Marcel voor. Voor de deur staat dan al gauw een rij met tien honden. „Dat kan weleens tekeergaan ja.”

Over klandizie heeft Marcel niets te klagen. Spoorwijkers met katten, vogels, vissen en honden zijn er genoeg.

En ook Polen zijn een nieuwe doelgroep. Het eerste briefje in de buurt met ‘poes kwijt, beloning’ in het Pools is inmiddels gesignaleerd.

„In een uitkeringswijk gaan de mensen niet vaak op vakantie”, zegt Marcel. „Maar ze hebben wel allemaal huisdieren.”