De isolatiekamer is alvast ingericht

De acht academische ziekenhuizen in Nederland zijn op het ergste voorbereid. Vijf UMC’s hebben een speciale ebola-training gedaan. Medewerkers die bang zijn, hoeven niet altijd hulp te verlenen.

FOTO ANP

Van een noodrooster en een memo voor extra alertheid tot complete simulatietraining in maanpakken. De acht academische ziekenhuizen in Nederland zijn voorbereid op een mogelijke ebolapatiënt.

Het Universitair Medisch Centrum in Groningen sloot tijdelijk de afdeling infectieziekten voor een uitgebreide training. De nadruk lag op het voorkomen van verspreiding van de infectieziekte waartegen geen medicijn is. De uitrusting bestond uit een speciaal pak, laarzen, een schort, een extra paar handschoenen, een gezichtsmasker en een mondkapje.

Het ziekenhuis controleerde na het aan- en uittrekken van de kleding met fluorescerende spray en blacklight op ‘besmetting’. „Bij ongeoefende studenten is het foutpercentage bijna 100 procent, bij onze artsen en verpleegkundigen ging het gelukkig perfect”, zegt Tjip van der Werf, hoogleraar infectieziekten.

Elk detail is doorgenomen

De simulatieoefening zorgt ervoor dat elk detail is doorgenomen, zegt ook internist-infectioloog Chantal Bleeker van het Radboudumc. Zoals? „Dat meer afvaltonnen nodig zijn dan gedacht, dat de beoogde isolatiekamer onhandig is ingericht, dat het zonder stoel in de sluis lastig is om laarzen aan te trekken en dat de intercom moet worden gerepareerd. Intussen is alles aangepast.”

De overdracht van ebola is „nog niet eens zo gemakkelijk”, zegt Bleeker. „Griep en mazelen hebben meer besmettingsrisico. Bij ebola verloopt overdracht alleen via lichaamsstoffen als bloed, urine en ontlasting.”

Toch is de kans op een ebolageval in Nederland „reëel”, zegt Ab Osterhaus, viroloog van het Erasmus MC in Rotterdam, dat deze week uitgebreid oefent. Hij stelt dat de Nederland voldoende is voorbereid, al zouden de gevolgen aanzienlijk zijn. „Iemand die al ziek is, komt niet aan boord van een lijnvlucht. De ziekte zou nog in de incubatietijd zijn en de zieke zou dus gewoon naar huis gaan.”

Een telefonische ronde langs de UMC’s leert dat alle acht vaste trainingen hebben voor bijzondere aandoeningen, zoals longziekte SARS. Met de ebola-uitbraak zijn de protocollen verscherpt. Vijf UMC’s hebben een oefening gedaan of gepland. Hulp aan een mogelijke ebolapatiënt is soms op vrijwillige basis, zoals in Groningen. „Wie bang is, hoeft niet. Mensen die zwanger zijn of jonge kinderen hebben evenmin”, zegt hoogleraar Van der Werf. Deelname zou bij het Maastricht UMC „waar mogelijk” vrijwillig zijn, UMC Utrecht „oefent geen druk uit op medewerkers” en bij Leiden UMC „hoort het bij de functie”.

Ook Schiphol heeft maatregelen getroffen. Reizigers naar Lagos krijgen een flyer over de ziekte. Een woordvoerder van de luchthaven weet dat in de Nigeriaanse hoofdstad bij passagiers naar Nederland de temperatuur wordt opgenomen en dat wordt gevraagd naar hun verblijf.

Mocht een reiziger vanuit Afrika met serieuze verdenking van ebola aankomen, dan bepalen de GGD en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de maatregelen. Zo zou het vliegtuig apart kunnen worden gezet, waarna de zieke van boord kan en andere passagiers in een geïsoleerde ruimte worden opgevangen.

Viroloog Osterhaus zegt dat een zekere diagnose binnen 24 uur kan worden gesteld, en het Erasmus MC en het RIVM leidend zijn. Iedereen die in contact is geweest met een ebolapatiënt zou weken worden gevolgd, onder meer door twee keer per dag temperatuur op te nemen.

De enkele keren dat de laatste jaren iemand verschijnselen had, bleek het malaria te zijn, weet internist-infectioloog Bleeker. „Dat heeft veel dezelfde symptomen. Het is zaak snel de goede diagnose te stellen. Waar in Afrika de kans dat iemand aan ebola overlijdt in eerdere uitbraken wel eens 90 procent was, zou die in de Nederlandse gezondheidszorg ook nog altijd 50 procent kunnen zijn.”