Daamen, kom eens uit die schouwburg

Festivals floreren, jongeren dansen vrolijk door. Ze hebben de instellingen niet nodig voor revolutie, meent Michiel van Iersel.

Illustratie Pavel Constantin

Dat uitgerekend een schouwburgdirecteur met drie stukken in het Cultureel Supplement de discussie over de kunsten probeert op te stoken is prijzenswaardig, maar vooral ook ironisch. In andere tijden zou hij in zijn eigen theater zijn bekogeld met tomaten door ongeduldige jonge kunstenaars.

Nu is het andersom: deze schouwburgdirecteur gaat in het openbaar de strijd aan met het hele culturele veld. Klinkt veelbelovend, maar schijn bedriegt. Waar vernieuwingsbewegingen in het verleden de boel juist overhoop wilden halen en ruimte maakten voor nieuwe initiatieven, wil Melle Daamen als cultuurmanager de sector stroomlijnen, met minder kunst op minder plekken. Er zou te veel nadruk liggen op beginnende, jonge kunstenaars en „nieuwe instellinkjes”. Vernieuwing moet volgens hem plaatsmaken voor vertraging, innovatie voor vakmanschap. We moeten van hem meer aandacht hebben voor ‘talenten’ als Wim T. Schippers en Ivo van Hove en voor beproefde formules, zoals de ligconcerten van het Concertgebouw. Onder het mom van verandering, consolideert Daamen zo de situatie waarin gevestigde namen de lakens uitdelen en de Facebookgeneratie onderuitzakt.

Dat het anders kan en moet, laat de krantensector zien. Daar voeren juist de twintigers en dertigers de vernieuwingsbeweging aan en wordt niets of niemand gespaard. Met de oprichting van De Correspondent en Blendle, waarmee je losse artikelen van kranten kunt kopen en delen, introduceerden jonge honden als Rob Wijnberg en Alexander Klöpping succesvolle journalistieke formules en verdienmodellen. Gelukkig kent de culturele sector ook al tal van geëngageerde mensen die het systeem van binnenuit proberen te veranderen. Neem bijvoorbeeld kunstenaar Jonas Staal, die onlangs in de Amsterdamse raadzaal het debat aanging met politici (van SP tot VVD), schrijvers, kunstenaars en tal van anderen. Dwars door alle ideologische grenzen heen, gingen de aanwezigen in gesprek over de vraag hoe kunst kan bijdragen aan belangrijke politieke vraagstukken, zoals het belang van democratische vernieuwing. Deze ‘voorstelling’ was uitverkocht.

Of zie het succes van het nieuwe cultuurplatform We Are Public, waarmee mensen voor een gering maandbedrag korting krijgen op tientallen kunstactiviteiten in groot Amsterdam. Een onafhankelijke redactieraad stelt het aanbod samen en licht de keuzes toe. De initiatiefnemers slaagden erin om in korte tijd meer dan 2.500 abonnees te werven via een crowdfunding-actie. Binnenkort richt Public zich ook op andere steden. De lijst hoopgevende initiatieven van jonge pioniers groeit gestaag, van het genre-overschrijdende internet radiostation Red Light Radio tot alternatief literair tijdschrift Das Magazin en de Unfair-kunstbeurs voor net afgestudeerde kunstenaars. Projecten die gaan om delen en niet om een culturele ‘survival of the fittest’.

Daamen zou zijn collega’s en ook zichzelf een dienst bewijzen door meer nieuwe, baanbrekende ontwikkelingen te tonen.

Het gebruik van het woord ‘Facebookgeneratie’ voor de doelgroep, is symbolisch voor zijn beperkte toekomstperspectief. Uit onvrede over het privacybeleid van Facebook en uit gêne voor de updates van hun (groot)moeder, stappen jongeren nu juist massaal over op andere sociale media, zoals Instagram en Snapchat. Ze laten zich niet leiden door bedrijven, overheidsbeleid of ouderlijk gezag, maar kiezen zelf de context waarin hun sociale en culturele leven zich afspeelt ten koste van oude systemen.

Dat deze dynamiek niet leidt tot een paleisrevolutie binnen de bestaande theaters en musea heeft ermee te maken dat veel jongeren de klassieke instellingen niet langer als logische bestemming zien. Veel podia moeten op dit moment met lede ogen aanzien dat muziekacts de voorkeur geven aan alternatieve locaties. Dat levert grote problemen op voor bestaande (pop)zalen, maar festivals floreren en het publiek danst vrolijk door.

Dit verklaart misschien ook waarom Daamen vooral de traditionele instellingen aanvalt. Daar is hij vertrouwd mee en hij heeft niks van ze te duchten. Sterker nog, hij profiteert van de zwakte van anderen. Erkenning van een nieuwe generatie ondernemende kunstenaars en cultuurmakers gaat hem minder makkelijk af. Vooralsnog is de Facebookgeneratie enkel een doelgroep voor het kunstbeleid waar je leuke ligconcerten voor organiseert. Alle aanleiding om de schouwburg te bestormen, al hebben de meesten het daar te druk voor.