Windambitie van Wales smoort in politieke verdeeldheid in Londen

Na sluiting van de kolenmijnen wil Wales investeren in duurzame energie.

Wales

Vanuit hun keukenraam in Blackwood, in de Welse Rhondda Valley, kijken meneer en mevrouw Dillmore uit op de windmolens. Ze zitten elk aan een eigen eind van de tafel. Zij met de koekjestrommel. Hij met een kruiswoordpuzzel. Zij voert het woord. Hij vult aan. „Op zijn vijftiende ging hij ondergronds.” „Ik moest wel toen mijn vader stierf.” „Vroeger was het hier in de Valley zwart.” „De rivier zat vol kolengruis.”

De molens staan waar eens de mijn was: tweeduizend man werkten er, tot de sluiting in 1989. Rijen arbeidershuisjes in de richels van de vallei zijn, zoals overal in de Rhondda, de enige zichtbare erfgenamen van de mijnindustrie die Wales groot maakte. Mevrouw Dillmore zegt: „De bomen zijn groter en groener nu de mijnen dicht zijn.” Meneer zegt: „Hoe kun je nu tegen windmolens zijn?” Zij: „Ze zijn zo sierlijk. Veel mooier dan de schachten.”

Als het aan de Welse regering ligt, komen er veel meer windmolens. Zeven strategische windgebieden heeft zij aangewezen – de offshorewindmolenparken daarin nog niet meegeteld. Het ambitieuze doel is in 2025 2.000 megawatt uit duurzame energie te halen.

Maar zodra een windmolenpark meer dan 50 megawatt oplevert, is de beslissing aan de Britse regering. En daar licht het pijnpunt, zegt de industrie. De kleinste coalitiepartner, de Liberaal-Democraten, is voorstander van windenergie, zowel on- als offshore. De Conservatieven niet; er zijn „genoeg” windmolenparken, zei de vorige staatssecretaris voor Energie, Michael Fallon.

Die houding is deels ingegeven door hevig verzet – vooral op het Engelse platteland waar de achterban van de Conservatieven woont. Tweederde van de Britten is voorstander van windenergie, zolang de windmolens maar niet het eigen uitzicht bederven.

De Conservatieven hebben beloofd dat, als zij de verkiezingen volgend jaar winnen, er geen onshorewindmolens bijkomen, en dat gemeenten „beslissende zeggenschap” krijgen over nieuwe parken. Nu al weigerde de minister voor Lokale Overheden bouwvergunningen voor tien van de twaalf aanvragen.

Olie- en gasvoorraad raakt op

De vraag wat er dan moet gebeuren, is echter nijpend. Onlangs berekende het Global Sustainability Institute van de Anglia Ruskin University dat het Verenigd Koninkrijk nog voor slechts 5,2 jaar olie voorradig heeft, en drie jaar gas. Dat wordt door de regering tegengesproken. Maar dat de olie- en gasproductie, waardoor de Britten zelfvoorzienend waren, over het hoogtepunt is, wordt algemeen erkend. Daarbij komt dat de Britse kerncentrales deels verouderd zijn en dat kolencentrales dicht moeten als het land zijn afspraken over vermindering van de CO2-uitstoot wil halen.

Windenergie zou een alternatief kunnen zijn. De regering in Londen beloofde dat in 2020 15 procent van de Britse energiebehoefte duurzaam zal zijn. Daarvoor is nodig dat 30 procent van alle productie duurzaam is: nu is dat nog niet de helft.

„Onshorewind is een bewezen en essentieel onderdeel van de Britse energiemix. Maar ondanks steun van het publiek, zorgt de voortdurende politieke onzekerheid, samen met een disfunctioneel systeem om vergunningen te verlenen, juist op het moment dat groei nodig is voor een hiaat in investeringen”, reageert Jeremy Smith van RWE Innogy UK per e-mail.

De Britse dochter van het Duitse energieconcern is een van de grootste investeerders in on- en offshorewindenergie in het Verenigd Koninkrijk. Helemaal in Wales dat, zo schrijft hij, „een van de winderigste gebieden” van het land is. „Het is belangrijk dat politici een positief signaal geven aan de industrie om groei en investeringen aan te moedigen.” De houding van de Conservatieven noemt hij „irrationeel en onlogisch”.

„Het gevoel van urgentie ontbreekt”, zegt ook Sara Powell-Davies, van RenewablesUK Cymru, de Welse tak van de belangengroep voor duurzame energie. „De Noordzee-olie gaf altijd een idee van onafhankelijkheid.” Ze zegt dat de doelstellingen van de Welse regering door de onzekerheid „zeer waarschijnlijk” niet worden gehaald.

Niet dat het bezwaar louter onder Engelsen leeft, al blijkt uit peilingen dat het verzet in Schotland en Wales minder is. In Mid-Wales ligt de bouw van vijf windmolenparken al twee jaar stil, omdat bewoners in opstand kwamen tegen de 800 molens en vooral de bijbehorende elektriciteitsmasten. Een openbaar onderzoek is net afgerond en binnenkort maakt de Britse minister van Energie bekend of het project door mag gaan.

Alternatieve werkgelegenheid

Maar zegt Powell-Davies: „Als men in Londen denkt dat er veel bezwaar is tegen windmolens, wacht maar tot men wil boren naar schaliegas. Dan is dit protest een eitje.” Ze wil maar aangeven dat alle energiealternatieven op verzet kunnen rekenen. De regering zou de windindustrie moeten steunen, meent de RenewablesUK.

En niet alleen omdat investeringen anders naar elders gaan. Juist voor voormalige mijngebieden als de Rhondda Valley is windenergie ook een economisch alternatief. Powell-Davies vertelt hoe een bedrijf dat wildroosters maakte, dat nu voor alle windmolenparken doet – maar dan zwaardere.

Powell-Davies: „Vattenfal, dat in Pen y Cymoedd een park bouwt, maakt gebruik van lokale bedrijven. Voor een park bij Swansea zag ik op de lijst staan dat Rob’s Taxi’s het vervoer van werknemers regelt.” Ze zegt: „De kennis van de mijnindustrie kan opnieuw worden gebruikt.”