Wat cabaretiers van comedians zouden kunnen leren

Midden in het geweld van de Uitmarkt dit weekend trad bij Boom Chicago de Amerikaanse comedian Reggie Watts op. Met zijn ver doorgevoerde absurdisme en muzikale inventiviteit was het een bij vlagen hoogst originele show. Met twee tafelmodellen van samplers bouwde Watts als een volleerd human beatboxer de basis voor zijn geestige nonsensteksten.

Watts was de eerste van vele internationale stand-up comedians die de komende maanden Nederland aandoen. Enkele jaren geleden was het al opmerkelijk dat er überhaupt een comedian te zien was, de komende maanden staat er een hele rits op het programma: Reginald D Hunter, Desiree Burch, Jack Dee, Jimmy Carr, Jim Breuer, Todd Barry, Whitney Cummings en Eddie Griffin. In Rotterdam is begin oktober het International Comedy Festival, met onder meer Tom Rhodes en Simon Munnery. Daar is ook publiek voor, vertelt cabaretier Stefan Pop, aanwezig bij het optreden van Watts. „Wat Watts doet, is heel bijzonder. Dat zie je niet in Nederland.”

Pop is lid van de Comedytrain. Voor Toomler, eigen zaal van de Comedytrain in Amsterdam, doet hij de internationale boekingen. Verschillende partijen halen tegenwoordig comedians naar Nederland. Vaak zijn het co-producties van impresariaten als Mojo, Pias of Greenhouse Talent en een zaal, waar tv-zender Comedy Central dan weer zijn naam aan verbindt. Pop benadert de artiesten persoonlijk, rond zijn eigen optredens in het buitenland en door comedyfestivals in Los Angeles, New York en Edinburgh te bezoeken.

Bij de Comedytrain hopen de cabaretiers wat op te steken van hun collega’s. „Wij laten ons graag inspireren door andere comedians”, zegt Pop. „Op het wereldtoneel heb je veel comedians die gespecialiseerd zijn in subgenres. Dat kan per stad verschillen. In Los Angeles heb je comedians die alleen maar oneliners doen. Voor Toomler zoek ik naar experimentele comedians. Liever iemand die misschien onderuit gaat dan een middelmatig iemand die op zeker speelt.”

Het Nederlandse cabaret verschilt nogal van de Angelsaksische stand-up. Pop: „Nederlandse cabaretiers ontwikkelen eerst persoonlijkheid en dan pas techniek. Amerikanen zijn alleen maar bezig met techniek, gericht op snelheid en veel grappen achter elkaar. Ze zeggen geen woord te veel en zijn heel precies. Terwijl wij in die persoonlijkheid kunnen blijven hangen. Hoewel dat ook zijn schoonheid heeft.”

Kruisbestuiving zou ideaal zijn. Meer tempo, meer experiment in het Nederlandse cabaret, meer verhaal en coherentie bij de comedian. Voor beide stijlen is er een wereld te winnen.