Vooral veel geld op de bank bij Ajax

Geld is niet het probleem, maar welke grote voetballer wil in Nederland komen voetballen?

„Denk je dat er een topper naar Nederland gaat komen? Uitgesloten”, zo stelde Ajaxtrainer Frank de Boer gisteren in de Euroborg, waar hij zijn ploeg zonder de vertrokken Daley Blind met 2-0 van FC Groningen zag verliezen. Aan geld geen gebrek. Maar het lukt de club eenvoudigweg niet een gearriveerde speler naar Amsterdam te halen. Zo staat bij Ajax het kapitaal dit seizoen vooral op de bank. Symptomatisch voor de huidige status van het Nederlandse clubvoetbal.

De eredivisie is deze zomer wederom één van de kampioenen van de transfermarkt. Net als vorig jaar kwam er bij de Nederlandse clubs veel meer geld binnen dan er geïnvesteerd werd. Met nog een halve dag te gaan voordat de transferwindow sluit bedraagt de positieve balans circa honderd miljoen euro. In financieel opzicht is het Nederlandse voetbal gezond, maar op het veld neemt de kwaliteitsarmoede steeds verder toe.

Nederlandse voetballers zijn één van onze voornaamste exportproducten. De Hollandse velden blijken al decennia geschikt voor het klaarstomen van voetbaltalent. De rijpste en mooiste en producten zijn voor de buitenlandse markt. Toeschouwers in de eredivisie moeten het vooral doen met jonge, grillige talenten en spelers die op hun retour zijn. Die laatste categorie haalt de gemiddelde leeftijd van de eredivisievoetballers omhoog naar 23,1 jaar.

Profvoetballers in de leeftijd tussen de 23 en de 30 jaar maken in de grote buitenlandse competities het verschil. In Nederland is deze leeftijdscategorie zwaar ondervertegenwoordigd. De eredivisie verloor met Daley Blind (24), Siem de Jong (25) en Daryl Janmaat (25) drie dragende spelers aan de Engelse Premier League. De internationals Stefan de Vrij en Bruno Martins Indi (allebei 22 jaar) gebruikten het WK in Brazilië als etalage en verlieten Nederland net als Quincy Promes (22) nog voordat ze hier volgroeid waren. Ze zien bij clubs uit Italië, Portugal en Rusland een beter perspectief.

Het voelde voor Feyenoord en PSV als grote overwinningen dat de internationals Jordy Clasie (23) en Georginio Wijnaldum (23) hebben besloten de eredivisie vooralsnog trouw te blijven. Ze moeten dit jaar de leiders worden van hun clubs. Over twaalf maanden ligt dan alsnog een transfer in het verschiet. De kans dat jongere internationals als Memphis Depay (20), Davy Klaassen (21) en Joël Veltman (22) nog jaren in Nederland spelen is klein. Het bouwen van een gedegen elftal wordt steeds moeilijker.

Door het gebrek aan volwassen voetballers, die in de kracht van hun leven staan, ontbreekt het bij vrijwel alle eredivisieploegen aan de juiste balans. Dat blijkt wel als Nederlandse clubs internationaal gaan spelen. Vorig jaar legden FC Utrecht, Vitesse en Feyenoord het af tegen nietszeggende namen als Differdange, Petrolul en Krasnodar. FC Twente bewees afgelopen week met de uitschakeling tegen FK Qarabag dat Nederland alleen op basis van resultaten uit het verleden nog tot de grotere competities van Europa hoort.

Voor Ajax is overwinteren in de Champions League dit jaar een doelstelling, maar in een poule met Barcelona en Paris Saint Germain lijkt dat eerder een utopie. Ajax raakte met Siem de Jong, Daley Blind en Christian Poulsen weer drie ervaren spelers kwijt en wordt nu gedragen door ervaren krachten Niklas Moisander (28) en Lasse Schöne (28). Deze beide buitenlanders kwamen pas op latere leeftijd in de eredivisie bovendrijven. Zo speelde Moisander van 2006 tot 2013 bij FC Zwolle en AZ. Schöne kwam tussen 2006 en 2012 uit voor De Graafschap en NEC. Ajax mag al blij zijn dat ze deze zomer niet alsnog een stap naar een topcompetitie maakten. Want zie maar eens gelijkwaardige spelers voor Moisander en Schöne te halen.

Als Nederlandse clubs ervaren spelers kunnen halen, dan verkeren die doorgaans in de herfst van hun carrière. Zo haalde PSV twee jaar geleden Mark van Bommel terug naar Eindhoven, kon Ajax de afgelopen twee seizoenen beschikken over de Deense routinier Christian Poulsen twee jaar vast te leggen en spelen Joris Mathijsen en Khalid Boulahrouz nu bij Feyenoord. Deze dertigers hebben één ding met elkaar gemeen: ze maken het verschil niet meer.

Rest nog één categorie: toppers met een vlekje. Voetballers die de eredivisie willen gebruiken om zich te rehabiliteren. Voor clubs een gok. Doorgaans komen dergelijke spelers alleen op huurbasis. Zoals de Mexicaanse international Andrès Guardado (27) nu PSV versterkt. Hij debuteerde gisteren tegen Vitesse (2-0) verdienstelijk met een assist op Luuk de Jong. Als Guardado zich manifesteert als een topper zal zijn werkgever Valencia PSV bedanken voor de moeite en hem verkopen aan een andere club. Buiten Nederland.