Column

De mannen mogen wat inleveren. Te beginnen bij scooters

Voeten stevig op de steunen, de wind bolde mijn jack. Vorige week zat ik op een scooter. Ik voelde me koning. Geen man die naar me floot, ik was ze te snel af. Ook droeg ik een helm, wat wapperende lonkharen voorkwam.

Er zullen weinigen zijn die er nog niet over hebben gehoord: er is een burgerinitiatief opgericht om een boete voor straatintimidatie in te voeren. Zaterdagochtend vertelde woordvoerder Gaya Branderhorst op Radio 1 over het nut van deze boete, die vooral is bedoeld als ‘signaal’, omdat de pakkans van een hoersisser nogal klein is.

Het viel me op dat Branderhorst een paar keer over ‘jongens op scooters’ sprak. Inderdaad kent elke stadsvrouw het moment dat er een scooter passeert, rakelings op het smalle fietspad, twee jongens op één zit, een onverstaanbaar woord, de hoofden draaien nog even om voor een extra blik.

Vervelend. Ze zouden scooters moeten verbieden. Ze zijn irritant, gevaarlijk op het fietspad en bovendien milieuvervuilend. Laat sissende jochies hun libido lekker kwijttrappen op de fiets.

Een verbod op scooters klinkt misschien wat vergezocht wanneer je straatintimidatie wil tegengaan. Maar problemen worden nogal ‘anaal’ aangepakt. Een vinger op de zere plek is makkelijk gelegd, want ongelijkheid uit zich in incidenten. Moeilijker is het doorspitten van de kluwen problemen die erachter zit.

Niet voor niets heeft bijvoorbeeld de gevierde econoom Thomas Piketty bijna zevenhonderd pagina’s nodig om de verschillende wortels van de huidige economische ongelijkheid bloot te leggen. Piketty stelt dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar groeien zal, omdat geld vastzit op de plek waar het comfortabel tiert. Het kapitaal van de vermogenden groeit – zij kunnen investeren – terwijl het beetje geld van de minderbedeelden steeds wegvloeit. Het vermogen van de rijken blijft op één plek en is daarom niet zozeer een resultaat van hard werken, maar van traditie en erfgoed.

Je zou zeggen dat het een tijd van emancipatie is, maar de ongelijkheid neemt alleen maar toe. Om dat tegen te gaan moet er volgens Piketty een progressieve belasting op het kapitaal komen, de bezittende klasse moét inleveren.

Stel nu dat we zijn oplossing toepassen op sociale ongelijkheid (onmogelijk los te koppelen van economische ongelijkheid). In navolging van Piketty kun je concluderen dat status erfgoed is, geen persoonlijk verdienste. Om de verdere groei van ongelijkheid tegen te gaan, moeten we ons misschien niet focussen op het gebrék aan macht bij de één (vrouwen), maar op het tevéél aan macht aan de andere kant (mannen). Daar mag wat worden ingeleverd. Te beginnen bij die scooters.

Het heffen van belasting beoogt tenminste structurele verandering. Boetes zijn incidenteel.