September is de beste maand

In september begint het gewone leven weer. Betekent dat sleur? Prima toch, schrijft Christiaan Weijts. Door onze obsessie met ‘vernieuwing’ zijn we verleerd om de waarde van routine en het alledaagse te zien.

Illustratie Tjarko van der Pol

September is de beste maand. De schoolboeken zijn vers gekaft, de agenda’s leeg op roosters na. De stranden koelen af onder een nazomerzon, en bij de tramperrons dragen de mensen weer werktassen. September is de terugkeer van de dagelijkse, normale routine.

Is dat saai? Volgens velen wel. Routine en alledaagsheid zijn synoniem geworden met sleur en stagnatie, die je met alle mogelijke wapens moet bestrijden. Vooral als je jonge kinderen hebt merk je dat. Je kunt geen supermarkt in of je krijgt er vlaggetjes, ballonnen en er lonken spelletjescomputers of toetjes met stripfiguren, pasta in de vorm van tekenfilmhelden. Bestel ergens een kindermenu en er komt onmiddellijk een lading plastic speelprul bij. De frivolisering van het dagelijks leven is een heuse terreur geworden, waarbij het vertrouwde plakje worst bij de slager als een verademing voelt.

Ook volwassenen zijn verleerd om het dagelijks leven te beleven zonder een schep confetti eroverheen. Alles moet een feest zijn (of erger nog: ‘een feestje’), van winkelen tot werken. Elk uitje is uitgegroeid tot ‘festival’, en op maandagochtend snakken we al naar het typische fenomeen van de vrijdagmiddagborrel, liefkozend ‘vrijmibo’ genoemd, waarbij het biertje na het werk tot happening is verheven. We leven van happy hour naar happy hour.

Het alledaagse en de doordeweekse routine zijn werelden waar we ons met tegenzin doorheen worstelen. Ongetwijfeld komt dat doordat onze tijd een obsessie heeft met ‘vernieuwing’. Wie niet vernieuwt, komt niet vooruit en stagneert, is de gedachte. Het uitblijven van economische groei is een catastrofe.

Het cyclische, het steeds terugkerende is de vijand van die vooruitgang. Daarom komen bedrijven, merken en televisiezenders voortdurend met nieuwe namen en logo’s. Daarom willen we steeds nieuwe banen, vakantiebestemmingen en bedpartners. Uit alle macht proberen we de cirkel om te buigen tot lijn – een stijgende welteverstaan, een opwaartse, orgastisch sidderende en in vonkenregen exploderende lijn.

Overal dwarrelt dezelfde confetti

De ironie van die ontsnappingspoging is dat alles er juist steeds meer door op elkaar gaat lijken. Neem Manuscripta, de ‘manifestatie’ van de boekenwereld, die dit weekend haar kermistenten in Utrecht opzet. Ooit begon dit evenement als ‘Vers van de Pers’, een onderonsje van boekhandelaren, uitgevers en recensenten, maar inmiddels is het een massafeest met dezelfde atmosfeer als de UITmarkt of de Parade. Overal dwarrelt dezelfde confetti.

Ons doorgedraaide hunkeren naar vernieuwing brengt ons bij de eenvormigheid waarvoor we nu juist op de vlucht waren geslagen. Dat is waarom er geen verschil meer is tussen carnaval, Koningsdag, Bevrijdingsdag en Oudjaarsavond. Overal staan we met hetzelfde bier in plastic bij dezelfde beukende speakers.

Met het uitbannen van het cyclische en het routineuze zijn we ons vermogen verloren om vorm te geven aan rituelen. Zodra we met hevige emoties of gebeurtenissen geconfronteerd worden schieten we in de enige uitingsvorm die we hebben: we gaan staan klappen. Of het nu bij een popconcert is, bij een rouwstoet of bij een huwelijk. We hebben de staande ovatie omarmd als passe-partout-stand. Héftug! Laughing out Loud! We streven naar een onophoudelijke overdrive, naar de overtreffende trap als norm.

Hoog tijd voor een herwaardering van het alledaagse, en september is daarvoor de uitgelezen maand. In Frankrijk staat het hele land in het teken van la rentrée, de feestelijke grote terugkeer.

‘C’est en septembre / que mon pays peut respirer,’ verzuchtte de chansonnier Gilbert Bécaud al, in een 36 jaar oude klassieker. Zijn land kon herademen na ‘de grote kermis van illusies’ van de zomer, met al die caravans, het ‘camping-gaz’ en ‘les Hollandaises et leurs melons’.

De meloenen verdwijnen van het strand. September is de getemperde maand – geen uitbundige zomer, geen troosteloze herfst, maar de kalme nagloed van een indian summer, waarbij je je dagelijkse routine hervat.

Routine verdient een herwaardering. Iedereen die ergens succesvol in is zal je vertellen dat hij dit zonder routine en discipline niet had kunnen bereiken. En dat geldt niet alleen voor balletdanseressen en wielrenners. Elk beroep heeft baat bij gelijkblijvende basiscondities. Zo hoeft je brein niet voortdurende nieuwe impulsen te verwerken, kun je je beter concentreren, kun je beter met tegenslagen omgaan en heb je meer energie.

Maar we hebben toch creativiteit nodig, artistieke vrijheid, nieuwe ideeën? Zeker, en juist daarvoor blijken vaste gewoontes en dagritmes essentieel. Kijk maar naar de echte genieën. Beethoven telde elke ochtend exact zestig koffiebonen uit. Hemingway schreef alleen staand. Murakami moet eerst hardlopen. Vladimir Horowitz kon alleen optreden als zijn eigen, meereizende kok een verse sliptong had bereid. Enzovoorts. Je kunt scheurkalenders en cadeauboekjes vullen met de rituelen waarmee de groten der aarden hun geest in de juiste stand probeerden te dwingen. Meesterwerken zijn, alle romantische voorstellingen ten spijt, meestal niet in hectische vlagen van waanzin tot stand gekomen, maar onder goed gestructureerde omstandigheden.

We hebben voorspelbaarheid nodig

Veranderingen van baan, relatie of huis zijn de grootste stressverwekkers en psychologen raden daarom aan om altijd maar één van deze fundamenten tegelijk te veranderen. Ze alle drie tegelijk omzagen is het recept voor een psychische catastrofe. We hebben structuur en voorspelbaarheid nodig, ook al wordt ons van alle kanten opgeroepen om op wereldreis te gaan en carrièreswitches te maken. Een boeiend verschijnsel dat ik bij meerdere generatiegenoten heb gesignaleerd die naar avontuurlijke landen en/of nieuwe steden emigreerden, is dat ze meteen na aankomst hun sociale wereld reduceerden tot één of twee vaste cafés. Zelfs de avonturiers snakken naar een overzichtelijke wereld.

Van oudsher waren het de religies die de waardering voor het cyclische en het steeds weer terugkerende levend hielden in rituelen. Een bevredigend seculier alternatief is er niet gekomen, anders dan de commerciële kaping van internationaal bijeengesprokkelde feestjes, waardoor ook wij onze Oktoberfeesten, Halloween en Valentijnsdag kregen.

Zelfs onze septemberterugkeer heeft iets mercantiels, met winkeletalages en reclamecampagnes die spetterende Back to school-acties beloven. LET OP, OP=OP, NU NIEUW EN SPECTACULAIR AFGEPRIJSD: ALLES WEER GEWOON.

De cyclische tijdsbeleving is gedemoniseerd als sleur, terwijl ons hele bestaan cyclisch van structuur is: ademhalen, spijsvertering, waken en slapen. Iets in ons snakt naar de eeuwige terugkeer van het vertrouwde, naar een thuiskomst.

September is daarvoor de beste maand. De Miljoenennota lekt straks weer uit naar RTL. Er zijn de koopkrachtplaatjes en de hoedjesparade op Prinsjesdag. Er zijn de Troonrede, de procentpuntjes. Er zijn de talkshowgezichten, bijgebruind in onze huiskamers. Er is de verbazing over de pepernoten die nu al in de supermarktschappen liggen. En dat is allemaal goed. We willen niet voortdurend verrast, uitgedaagd en ontregeld worden.

Begrijp me niet verkeerd. Dit is geen calvinistisch pleidooi. Ik predik geen ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’-doctrine. Ik apprecieer de gekte zeer. Ik denk alleen dat de gekte meer reliëf krijgt tegen de achtergrond van het gewone.

Laten we ons vooral van tijd tot tijd klemzuipen, op wereldreis gaan en, voor wie daarmee bedeeld is, met borsten als meloenen op Franse stranden ronddartelen. Die ervaringen zijn des te waardevoller als je de angst hebt overwonnen voor het alledaagse, de routine, de cyclische herhaling.

September is de beste maand. De schoolboeken zijn vers gekaft, de agenda’s leeg op roosters na. De stranden koelen af onder een nazomerzon, en bij de tramperrons dragen de mensen weer werktassen.