Nu heeft de EU een sterke man tegenover Poetin

Donald Tusk wordt voorzitter van de Europese Raad: niet toevallig is hij een leider uit het voormalige Oostblok. Een duidelijk signaal dat de relatie met Rusland anders wordt. Tusk heeft een anti-communistisch verleden én is standvastig.

De Poolse premier Donald Tusk (links) volgt Herman Van Rompuy op als ‘EU-president’. Foto Reuters

Met de benoeming van de Pool Donald Tusk tot ‘Europees president’ sluit Brussel de rangen. Jarenlang wist Moskou de historische tegenstellingen tussen oost en west binnen de EU uit te buiten. Wie zoet was, kreeg gas, wie stout was, de roe. Met een Oost-Europeaan als hoofd van de raad van regeringsleiders wordt dat moeilijker.

De Oekraïnecrisis is hiermee niet opgelost, beseffen ook de EU-leiders. Tijdens hun top zaterdag kondigden ze nieuwe sancties aan tegen Rusland, dat zich steeds openlijker militair manifesteert in Oekraïne. Maar de keuze voor Tusk, die nu nog premier van Polen is, is wel een duidelijk signaal dat de EU de relatie met Rusland, of wat er nog van over is, over een andere boeg wil gooien. „Europa verliest als zij verdeeld is”, zei Tusk nadat het nieuws bekend was geworden.

Wat zeker ook meespeelde: de aanstelling, eveneens zaterdag, van Federica Mogherini tot chef van de EU-diplomatie. In Oost-Europa was verzet tegen de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken: Mogherini zou onervaren zijn en als vertegenwoordiger van een land met aanzienlijke Russische belangen niet kritisch genoeg. Ze kreeg op Twitter een eigen hashtag: #stopfederica. Maar zwaargewicht Tusk, de meest succesvolle Poolse politicus van zijn generatie, brengt de zaak ruimschoots in balans, zo is de gedachte.

Anti-Russisch? Valt wel mee

Is Tusk zo anti-Russisch, zoals vaak wordt gezegd? Nee, helemaal niet zelfs. Tusk is vrij van de russofobie die bij sommige Polen leeft. Juist onder zijn regeringen werd de dialoog met Rusland gezocht. En dat bleef zo na de dood van Lech Kaczynski, de Poolse president wiens vliegtuig in 2010 op Russisch grondgebied neerstortte. Een bizarre tragedie, die met een minder behendige politicus tot onhoudbare spanningen had kunnen leiden.

Dat neemt niet weg dat Tusk als Pool en voormalige anti-communistische dissident een eigen, specifieke kijk heeft op Rusland. Hij zal zich omwille van commercieel gewin niet snel iets op de mouw laten spelden door Poetin, zoals West-Europese leiders, vooral ook Nederlandse, dat wel jarenlang deden. De historische trauma’s die in het voormalige Oostblok bovendrijven nu er een oorlog om de hoek woedt, zijn de zijne.

Dat dit in ieder geval de toon in Brussel zal veranderen, bleek al een beetje. „Ik kom uit een land dat diep gelooft in Europa”, zei Tusk zaterdag. „Tachtig procent van mijn landgenoten doet dat. Zij zoeken geen alternatieven. Er is ook geen intelligent alternatief.”

Tusks benoeming leek lang onwaarschijnlijk. Zelf hield hij de boot af, ook nadat de Duitse bondskanselier Merkel hem had gepolst. Zijn vertrek zou een gat slaan in het Poolse politieke landschap, vooral ook in zijn partij, het rechts-liberale Burgerplatform, waarvan hij de onbetwiste en enige leider is.

Bovendien was er een potentieel talenprobleem: Tusk, een Pool met Duitse wortels, spreekt wat Duits en Russisch, maar geen Frans. En was zijn Engels goed genoeg? „Nothing is good enough for Europe, including my English”, zei de Pool, die op 1 december begint. „I will polish my English.

De Poolse ambities leken ook elders te liggen: Polens buitenlandminister Radek Sikorski wilde net als Mo-gherini EU-buitenlandcoördinator worden en kreeg daarbij de volle steun van Tusk. Oost-Europa was tien jaar na de EU-uitbreiding aan de beurt voor een topbaan – daarover was iedereen het wel eens.

Taak: de Britten erbij houden

Merkel hoefde niet overtuigd te worden van Tusks geschiktheid: zij heeft al jaren een goede klik met Tusk, ook door haar eigen DDR-ervaring. Maar Cameron moest dat wel. De Britse premier, die naar eigen zeggen een Britse EU-exit wil voorkomen, heeft zijn landgenoten belangrijke EU-hervormingen beloofd, vooral op het gebied van (Oost-Europese) arbeidsmigratie. Het Britse (en Nederlandse) gehamer op het vermeende misbruik dat hieruit voortvloeit, wordt in Polen als kwetsend ervaren.

Kennelijk heeft Tusk op dit punt een veer moeten laten. De Britse zorgen krijgen, naast de economie en Oekraïne, prioriteit, beloofde hij. „Niemand met een beetje verstand kan zich een EU voorstellen zonder het Verenigd Koninkrijk”, zei hij. Maar Tusk zei ook dat er wel „compromissen” nodig zijn om dit te voorkomen.