Mond-open-doen-vallend

Boeken over boeken zijn meestal moeizaam. Een roman over mensen die fictie lezen herinnert je eraan dat jij dat ook aan het doen bent – en meteen zit je niet meer in het boek, maar kijk je naar jezelf die een boek leest. Terwijl je dat boek juist wilde lezen om even aan jezelf te ontsnappen. Met die gedachte begon ik aan De verzamelde werken van A.J. Fikry, boekhandelaar van Gabrielle Zevin, dus ik was er niet op voorbereid hoe mond-open-doen-vallend, verliefdmakend goed dit boek is.

Het is maar een klein boekje. Een korte roman met de sprookjesachtige sfeer van een kort verhaal. Maar, voor de duidelijkheid: geen novelle. Voor een novelle zijn bijvoorbeeld de personages te complex, te écht. Dit is een boek dat bevolkt wordt door echte mensen. Echte mensen van wie sommigen toevallig van lezen houden.

Zoals Amelia (31), vertegenwoordiger bij een uitgeverij. Ze heeft net weer een internetdate achter de rug die vanaf het begin tot mislukken gedoemd was – dat had ze ‘niet onder ogen willen zien totdat ze hem bij het dessert vroeg welk boek de grootste invloed op zijn leven had gehad en hij antwoordde: Basisbeginselen Boekhouding Deel II'.

En A.J. Fikry zelf natuurlijk, een chagrijnige 39-jarige weduwnaar die de enige boekwinkel runt op het fictieve Alice Island. Als Amelia bij hem komt om boeken te verkopen, is dat omdat haar voorganger Harvey is overleden, zonder dat Fikry het wist. Die avond gooit Fikry zijn slecht opgewarmde bak diepvrieskerrie tegen de muur, want zijn vrouw Nic is ook al dood en hij mist ‘zelfs haar oksels. Die waren zo ruw als een kattentong en roken aan het eind van de dag naar melk die bijna zuur wordt'.

Niet dat hij zelf dood wil. ‘Ik vind het alleen moeilijk om er de hele tijd te zijn.’ Diezelfde avond wordt Fikry weer eens stomdronken, er wordt een zeldzaam en duur boek bij hem ontvreemd en iemand heeft zorgvuldig alle kerrie van de muur gesopt. Maar wie?

Hoe dan ook, dat boek was Fikry’s pensioen, nu moet hij dóór, met die boekwinkel die sinds Nics dood zo slecht loopt. En dan krijgt hij heel plotseling iets, nee, iemand om voor te leven – en het is niet eens Amelia – en begint het verhaal pas echt.

Voor die persoon, de grote liefde in zijn leven, schrijft Fikry de intermezzi tussen de hoofdstukken. Het zijn besprekingen van korte verhalen (zijn favoriete genre) die hij haar aanraadt, van Roald Dahl, F. Scott Fitzgerald, Edgar Allen Poe, onbekendere schrijvers. Al die korte verhalen die Fikry zo goed vindt, die moet ik ook eens opzoeken. En al die romans en thrillers die de personages graag lezen en die ik nog niet ken. En natuurlijk de zeven romans die de Amerikaanse Gabrielle Zevin (36), Harvard-afgestudeerd literatuurwetenschapper, eerder schreef. Ik had nog nooit van haar gehoord. Er gaat een wereld voor me open.