Janine Jansen met vurig slot van behoudende zomerserie

Gisteren eindigde de 26ste editie van de Robeco SummerNights, de zomerprogrammering van het Concertgebouw. De reeks van 89 concerten, waarvan 38 uitverkocht, trok met 80.000 bezoekers meer publiek dan vorig jaar. En voor de afsluiting was een wereldster geëngageerd: Janine Jansen speelde met Amsterdam Sinfonietta Vivaldi’s Vier jaargetijden.

De Robeco SummerNights, met slingers en spotlights in de Grote Zaal, bieden een diverse en toegankelijke programmering; doorgaans geen muzikaal avontuur. Maar die kanttekening werd tijdens het slotconcert gesmoord in muzikale klasse.

Vanaf het prille begin van de Lente, waarin Jansen en concertmeester Candida Thompson uiterst communicatief twinkeleerden, was de uitvoering bevlogen, met spatgelijke inzetten en gedurfde dynamische contrasten. Het Largo was prachtig verstild, de zomerstorm raasde woedend, aan het eind van de herfst klepperde een venijnig pizzicato.

Janine Jansen paarde virtuositeit aan een ranke toon en heerlijke frasering, terwijl ze soms ruig en risicovol intoneerde in haar cadensen. De vier jaargetijden klinken meestal een stuk minder spannend; dat kwam door Jansen, maar zeker ook door het onvolprezen Amsterdam Sinfonietta.

Voor de pauze speelde het door Thompson geleide ensemble een Weens programma, met het eerste opusnummer van Alban Berg, een eendelige Sonate vol verzadigde fin-de-siècle-harmonieën. Mahlers instrumentatie van Beethovens strijkkwartet Serioso bleek een boeiend hoorspel – in de robuuste vorm van de ene meester schemerde nu en dan de kleurrijke toets van de andere door.