Islam bracht ons ooit kennis

Islamitische wetenschappers zorgden in de Middeleeuwen voor de vooruitgang, laat een educatieve tentoonstelling in Rotterdam zien.

De olifantenklok van Al-Jazari (begin 13e eeuw). Een schijf bovenop geeft de uren aan. De man in groen gewaad wijst de minuten. Foto Paula Romein

In het inleidende filmpje speelt de Britse acteur Ben Kingsley een bibliothecaris die een schoolklas rondleidt. Zij moeten van hun geschiedenisdocent uitzoeken welke invloed de ‘Donkere Middeleeuwen’ hadden op hun eigen tijd. „Saai”, steunt er een.

„Verre van dat”, zegt Kingsley. Hij diept een dikke foliant op en zegt: „Kijk maar, als je durft.” Het boek slaat open en er komen felle lichtstralen uit waarin oriëntaals ogende geesten zweven. Kingsley verandert zelf in een 13de-eeuwse Turk. Hij stelt zich voor als ‘Al-Jazari, ingenieur en uitvinder’. Als één van de leerlingen met zijn mobieltje een foto maakt, verschijnt de geest van Ibn Al-Haytham uit Kaïro (965-1040). Hij ziet de gsm-camera en roept: „Zie je wel!”

„Al-Haytham ontdekte hoe onze ogen werken”, legt Al-Jazari uit, „zijn denkbeelden droegen uiteindelijk bij aan de uitvinding van de fotografie.” Op de galerij van de bibliotheek duikt Ibn-Firnas uit Córdoba (810-887) op die een glider maakte van latten en zijde en zo een tijdje zweefde.

Wetenschap en techniek als een sprookje uit Duizend-en-één-nacht. Daar komt de tentoonstelling ‘1001 Inventions’ kort gezegd op neer. Hij opende afgelopen weekend in het voormalige hoofdpostkantoor in Rotterdam en blijft tot begin januari. De expositie is een initiatief van de Irakees-Britse ingenieur Salim Al-Hassani, emeritus hoogleraar werktuigbouw aan de universiteit van Manchester. Het project begon klein in 2006, groeide uit en reisde door Engeland, de VS en het Midden-Oosten.

Van Spanje tot China

De bezoeker maakt kennis met wetenschappers en uitvinders uit de islamitische wereld, die zich in de Middeleeuwen uitstrekte van Spanje tot China. Vanaf de achtste eeuw verzamelden en vertaalden die wetenschappers geschriften van Griekse en Romeinse onderzoekers op alle wetenschapsgebieden en de techniek. Ze combineerden die kennis met inzichten en ontdekkingen uit India en China en brachten die door eigen onderzoek en experimenten verder, om ze vervolgens door te geven aan het Europa van de Renaissance.

Al-Hassani spreekt zelf van edutainment, educatief amusement. En inderdaad, het is een aantrekkelijke uitstalling, met functionerende replica’s van ingenieuze watermolens, pompen en klokken. Er zijn videoschermen waarop de ‘hoofdrolspelers’ na een druk op de knop over hun ontdekkingen vertellen. Pronkstuk is een drie meter hoog model van de befaamde olifantenklok van Al-Jazari. In de buik van de olifant zit een watertank waarin een schaal drijft met een gat in de bodem. Die loopt langzaam vol en zet zo via draden een schrijversfiguurtje in beweging dat met zijn pen de minuten na het hele uur aangeeft. Via een mechanisme van vallende kogels wordt een uurwerk voortbewogen en wordt de gezonken kom weer boven water gehaald.

Astrologie en alchemie

De begeleidende teksten zijn helder en informatief, maar soms kort door de bocht. Bijvoorbeeld als er wat al te snelle lijnen worden getrokken van deze middeleeuwse wetenschap, waarin astrologie en alchemie nog volop bloeiden, naar de doorbraken van de zeventiende eeuw.

Al-Hassani, vertelt hij zelf, wilde „een correctie aanbrengen op het wereldwijd gebruikte lesmateriaal dat in de wetenschapsgeschiedenis een lacune van wel duizend jaar laat vallen tussen de Oudheid en de wetenschappelijke revolutie in vroegmodern Europa. Juist toen waren de wetenschappers van de islamitische cultuursfeer actief. Zij hebben die latere westerse revolutie niet gemaakt, maar er wel een bijdrage aan geleverd.”

Volgens Al-Hassani leidt dit conventionele geschiedbeeld, dat overigens ook wordt aangeboden op de scholen van het Midden-Oosten en Azië, tot een gevoel van superioriteit onder westerse jongeren en een funest gevoel van minderwaardigheid bij hun niet-westerse generatiegenoten. „Alsof zij geen aandeel hebben in de moderne beschaving. En wie zich buitengesloten voelt, kan vervallen in extremisme. Als ze hun eigen aandeel zien, willen ze ook uitblinken in wetenschap en technologie, de Nobelprijs winnen.” Het effect is onbewezen, maar de poging kan geen kwaad.

Al-Hassani benadrukt dat hij geen ambassadeur is van de Arabische en moslimwereld: „Ik woon al een halve eeuw in Manchester; dit is een Brits project. Het idee komt van de in 1998 overleden Britse wetenschapshistoricus Donald Cardwell.” Al-Hassani bestrijdt het veelgehoorde commentaar dat hij een ‘islamitische agenda’ zou hebben. „De gebeurtenissen in de wereld van de afgelopen jaren, te beginnen met ‘9/11’, hebben dit project, dat is bedoeld als educatief amusement, een religieuze en politieke lading gegeven. Wij houden ons daar verre van. Maar als het een wat genuanceerder licht werpt op de islam dan nu gangbaar is, zijn we daar niet tegen.”