In gerechtvaardigde strijd tegen jihadi’s slaat kabinet door

De nationale veiligheid van Nederland wordt substantieel bedreigd door het jihadisme, zegt het kabinet. Aanhangers van het gewelddadige jihadisme manifesteren zich openlijk in ons land en veroorzaken spanningen in de maatschappij. Het is om deze redenen dat het kabinet nu naar forse maatregelen grijpt. Het herinnert, in een brief aan de Tweede Kamer, aan de afgelopen zomer met „verhalen van afgereisde jihadisten, ISIS-vlaggen en antisemitische leuzen bij demonstraties en beelden van ongekende wreedheden”.

Grote vraag is of het kabinet bij zijn pogingen om op te komen voor „de waarden van de rechtsstaat”, niet tegelijkertijd bezig is enkele van die fundamenten aan te tasten.

De ministers Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) hebben de Tweede Kamer vrijdag een actieplan gestuurd, een opsomming van bestaande en toekomstige maatregelen. Wat ervan terechtkomt, moet nog worden afgewacht, want voor een deel is nieuwe wetgeving nodig. Daarvoor is dus instemming van het parlement vereist. En het is maar de vraag of Tweede en Eerste Kamer wel zullen instemmen met enkele voorstellen van de bewindslieden waarmee ze de rechten van verdachten flink ondermijnen.

Dat is het geval bij de bevoegdheid die de minister van Veiligheid en Justitie zichzelf wil toekennen om jihadverdachten die een dubbele nationaliteit hebben, hun Nederlanderschap af te pakken. Dus zonder tussenkomst van de rechter, zonder voorafgaande strafrechtelijke veroordeling. De bedoeling is om hen dan tot ongewenst vreemdeling te verklaren voor alle landen die tot het Schengengebied behoren. En dat louter op basis van inlichtingen van de veiligheidsdiensten. Dat geeft de overheid een machtige positie en gaat voorbij aan het gegeven dat in een rechtsstaat de burger soms ook tegen de staat moet kunnen worden beschermd.

Een andere, grove maatregel is de verplichting die luchtvaartmaatschappijen krijgen om structureel de reisgegevens van iedereen aan de overheid te verstrekken. Het kabinet is ook met andere voorstellen bezig zijn bestuursrechtelijke bevoegdheden fors uit te breiden. Bijvoorbeeld als het gaat om beperkingen op te leggen aan het internetverkeer. Of door een meldplicht en contactverboden in te voeren voor personen die geen misdrijf hebben begaan, maar er slechts van worden verdacht dat ze dat kunnen gaan doen.

Het actieplan bevat zeker ook vele verstandige maatregelen. De strijd tegen het brute jihadisme vergt een grote inzet van de autoriteiten. Maar het gevaar is dat dit ten koste gaat van vrijheden waarvoor ze geacht worden ook op te komen.