Column

Ieder z’n hotel

In de binnenstad en aanpalende wijken van Amsterdam hoor je de laatste tijd steeds meer rolkoffergeroffel. Het is een enigszins ratelend geluid dat vroeger niet bestond en ontstaat als een rolkoffer krachtig en snel over plaveisel getrokken wordt. Eén rolkoffer kan nog een beetje eenzaam klinken, twee rolkoffers maken het een stuk gezelliger en met vier of vijf kun je al een bandje beginnen.

Waar ze vandaan komen? Van heinde en verre. Ze worden voornamelijk gebruikt door toeristen die ermee naar hun logeeradres lopen. Vroeger was dat doorgaans een hotel, tegenwoordig kan het even gemakkelijk een privé-adres in een gewone straat zijn. Die rolkoffers zijn nauwelijks hinderlijk, maar ze zijn wel de herauten van een riskante ontwikkeling: de hotelisering van Amsterdam.

Zo ongeveer iedere Amsterdammer kan nu zijn eigen hotelletje beginnen. Het leek het Amsterdamse gemeentebestuur – toen nog met de PvdA – een nuttig idee de regelgeving te verruimen. Wie zijn huis voor maximaal twee maanden in de particuliere vakantieverhuur gooit, hoeft geen gemeentelijke vergunning te vragen. Hij mag zijn gang gaan als hij maar geen brand of andere vormen van overlast veroorzaakt en toeristenbelasting afdraagt.

„Amsterdam is een gastvrije stad”, schreef de gemeente in een brochure. „Daarom biedt de gemeente de ruimte aan bewoners die af en toe hun woning willen verhuren aan gasten. Hieraan zijn wel regels gebonden. Deze regels zijn er om Amsterdam leefbaar te houden en ervoor te zorgen dat particuliere vakantieverhuur veilig, rustig en eerlijk gebeurt. Iedereen wil namelijk in een fijne en rustige buurt wonen zonder overlast.”

Idealistische taal van ambtenaren die leuke plannetjes bedenken bij de koffieautomaat. Waren dergelijke plannetjes in vrijwel alle andere wereldsteden ondenkbaar? Kon je bijvoorbeeld in een stad als New York een reusachtige boete riskeren als je zomaar je huis verhuurde? So what. Amsterdam is Amsterdam. I Amsterdam.

De vraag is vooral hoe lang het „veilig, rustig en eerlijk” blijft voor de bewoner die op de verdiepingen boven en onder zich luidruchtige, vakantievierende families te verduren krijgt. Wat kan hij uitrichten tegen de overlast? Hij kan hooguit achteraf klagen bij de eigenaar. En de hotels? Die hebben er met de vakantieverhuur een onzuivere concurrent bijgekregen.

De Volkskrant wijdde zaterdag een boeiende reportage aan dit verschijnsel onder de kop: „In Amsterdam verhuurt alles en iedereen er maar op los.” Uit onderzoek van de krant bleek dat de regels voor de verhuur massaal ontdoken worden. Er wordt vaak aan vijf of meer personen verhuurd (vier is maximaal toegestaan) en soms ook voor langer dan twee maanden. Naleving van die regels is moeilijk te controleren. SP-wethouder Ivens erkent „het misbruik op vrij grote schaal”, de overlast voor de omwonenden plus „in sommige gevallen brandgevaarlijke situaties voor toeristen.”

Zo’n jonge regeling – en nu al „misbruik op vrij grote schaal”.

De gemeente heeft in de regelgeving opgenomen dat de Vereniging van Eigenaren van elk gebouw toestemming moet verlenen voor de verhuur van een woning. Men heeft vermoedelijk op een remmende werking van die bepaling gerekend. Maar dat zal in de praktijk vaak tegenvallen, vermoed ik. Het zijn financieel nog altijd lastige tijden en nogal wat eigenaren zullen een leuke bijverdienste via de verhuur van hun woning niet versmaden.