Gezelliger zonder Witteman

Vandaag begint de nieuwe talkshow van Jeroen Pauw. Zonder sombermans Witteman is hij beter af, stelt redacteur Wilfred Takken.

Jeroen Pauw tijdens de repetities voor zijn nieuwe talkshowPauw, vanaf vandaag te zien op NPO1. Foto BNN-VARA, Johannes Dolislager

Een cocktailbarretje, meer lichte rubriekjes, het decor heeft niet meer de urgente uitstraling van een newsroom, maar de loombruine sfeer van „een hotellounge in Havana of een jazzclub in Williamsburg”. Presentator Jeroen Pauw wil zijn nieuwe talkshow Pauw „warm, optimistisch en vrolijk” maken. Dat zei hij vorige week bij de seizoenspresentatie van BNN-VARA.

De verwachtingen zijn hoog: het dagelijkse praatprogramma is de opvolger van het veelbekeken en invloedrijke Pauw & Witteman, dat voor de zomer stopte omdat Paul Witteman te moe werd van iedere dag ’s avonds laat werken. Op de achtergrond speelde mee dat het programma vorig seizoen, sinds de komst van concurrent Humberto Tan op RTL 4, opeens veel kritiek kreeg. Van de één miljoen kijkers liepen er 200.000 over naar Tan. In vergelijking met de vrolijke Tan, met zijn veelkleurige gasten uit sport en amusement, staken Pauw en Witteman, met hun blanke mannelijke politici, ineens sikkeneurig af. Pauw zal ook tegen een negatief beeld moeten opboksen.

Het moet dus anders. Pauw benadrukte vorig week tegen deze krant: „Warmte, optimisme en vrolijkheid zijn woorden die aan mijn karakter kleven.” Het programma wordt dus niet vrolijker omdat optimisme in de mode is op tv, en ook niet omdat Tan er zo wel bij vaart. Volgens Pauw was het vooral somberman Witteman die de gezelligheid in de weg zat. Het klopt dat de twee iets slechts in elkaar naar boven haalden: ze hebben een licht ziekerig, raillerend gevoel voor humor, dat lang niet altijd werd opgepikt, zodat de gasten schrokken of boos werden. Dat zorgde voor een bedompte, ietwat cynische intellectuelensfeer.

Dat lag zeker niet alleen aan Witteman. Pauw kan uit de hoogte doen en kan zijn verveling of ergernis moeilijk verbergen. Dat blijft bij de kijker beter hangen dan zijn warme en vrolijke buien.

Hoe veel beter Pauw kan zijn zonder Witteman, kun je zien aan zijn andere programma’s, zoals Vijf jaar later. Daarin zit hij niet achterover geleund omhoog omhoog te turen, zoals wel eens bij P&W, maar zit hij juist voorovergebogen naar zijn gast; de lange benen onder zijn wippende stoel gevouwen. Dat achteroverleunen deed Pauw ook omdat Witteman het dan even overnam. Als Pauw alleen zit, kan hij zich geen meditatieve momenten veroorloven. Uitstekende interviewer, charmant, goed geïnformeerd. Zijn ambitie is: „Het is soms gezellig als het kan, en scherp als het moet.” Zijn grappen, zijn nonchalance en zijn stemmingswisselingen kunnen goed werken: het maakt hem ongrijpbaar en een beetje gevaarlijk. Dat gezellige moet dan verder vooral van de omgeving komen – de lichte rubrieken, de sfeer in de studio.

Pauw komt zelf met een tegenwerping bij zijn ambities: „Je kunt het woord ‘gezellig’ niet loslaten op nieuwsfeiten zoals onthoofdingen van journalisten of het neerhalen van burgervliegtuigen.” Pauw wil namelijk over het nieuws van de dag praten, en niet over ditjes en datjes. Dat is fijn, want ditjes en datjes krijgen we al bij Tan.

En de vrouwen? Niet alleen waren ze ondervertegenwoordigd bij P&W (28 procent van de gasten), het duo had ook de naam ze vreemd te behandelen. De nieuwe show biedt Pauw de gelegenheid om zich te rehabiliteren als feminist. Hij zei echter vorige week: „Vrouwen zijn nu eenmaal ondervertegenwoordigd aan de top. Er zijn weinig vrouwelijke ministers, burgemeesters, hoogleraren.” Aangezien in P&W, en blijkbaar dus ook in Pauw, voornamelijk bazen aan het woord komen, blijven we vastzitten aan de witte heren, hoezeer de presentator dat ook betreurt. Maar hij zal zijn best doen.