Gered uit de vuilnisbak van het NatLab Philips

Vierentwintig jaar na de dood van Ed van der Elsken is eindelijk zijn negatievenarchief compleet. Vanmiddag droeg Philips 2.500 negatieven van de fotograaf over aan het Nederlands Fotomuseum. Tekst Arjen Ribbens

Het was hem een doorn in het oog, zegt Martijn van den Broek. Hij is hoofd collecties bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Dat museum beheert in geklimatiseerde depots een groot deel van het fotografisch erfgoed van Nederland, de archieven van zo’n 150 fotografen. Maar uitgerekend het negatievenarchief van Ed van der Elsken (1925-1990), roemrucht straatfotograaf, was incompleet. Van zijn ruim 100.000 zwart-witopnamen ontbraken er circa 2.500. Van den Broek: „Van der Elsken is de belangrijkste fotograaf van Nederland. Zijn archief hoort compleet te zijn. Voor onderzoek en omdat nergens in Nederland archieven zo verantwoord worden bewaard als hier.”

Het ontbrekende deel van Van der Elskens oeuvre is eigendom van Philips. Het elektronicaconcern vroeg de fotograaf in 1984 om het NatLab in beeld te brengen, het natuurkundig laboratorium in Eindhoven waar onderzoekers in hun biotoop van proefopstellingen, werkplaatsen en clean rooms nieuwe technieken ontwikkelen, zoals eind jaren zeventig de compact disc. Van der Elsken fotografeerde in het lab geen ongenaakbare wetenschap maar de aanwezige onderzoekers en technici. Van den Broek: „Een prachtige bedrijfsreportage in typische Van der Elsken-sfeer: mensen recht voor hun raap.”

Negatieven

In 1989 verscheen het boek NatLab, een interne publicatie ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het laboratorium. De negatieven en de honderden afdrukken die Van der Elsken van zijn opnamen had gemaakt, verdwenen daarna in het bedrijfsarchief van Philips. Uit vrees voor patentschendingen had Philips bedongen dat Van der Elsken zijn negatieven en het auteursrecht op zijn opnamen zou afstaan.

Diverse malen klopte het Nederlands Fotomuseum de afgelopen jaren aan bij de Philips Company Archives. Zonder resultaat. Dat de negatieven en de bijbehorende correspondentie vanmiddag wel door Philips zijn overgedragen aan het museum, is te danken aan Vincent Mentzel, voormalig fotograaf van deze krant en gastconservator van de tentoonstelling Hit & Run, Ed van der Elsken fotografeert het Philips NatLab, die vanaf eind volgende week in Museum Boerhaave in Leiden te zien zal zijn.

Ter voorbereiding van de tentoonstelling, waar vele foto’s van Van der Elsken voor het eerst te zien zijn, sprak Mentzel diverse keren met de beheerders van het Philips-archief. Bij een interne verhuizing waren de negatieven al eens bijna in een vuilcontainer beland, hoorde de hij. Mentzel: „Na drie gesprekken zei Jan Paulussen, het hoofd van het archief, dat hij de boodschap had begrepen. Dat de bewaaromstandigheden in het Fotomuseum optimaal zijn.”

Hoge resolutie videocamera

Saillant detail van de reportage is dat Van der Elsken als honorarium ook een hoge-resolutie-videocamera kreeg die Philips in het NatLab speciaal voor hem bouwde. Terwijl hij bezig was met zijn bedrijfsreportage hoorde de fotograaf in 1988 dat hij uitgezaaide prostaatkanker had. Ook dat „laatste grote avontuur” wilde Van der Elsken vastleggen.

Bye, zoals de film over zijn eigen levenseinde zou heten, werd een maand na zijn dood door de VPRO uitgezonden. Zoals zijn foto’s van sloebers en andere misdeelden nooit larmoyant waren, zo werd ook zijn afscheidsfilm een lofzang op het leven. Een beetje verontwaardiging zat er wel in de film. Gezeten in een rolstoel filmt de fotograaf zichzelf voor een spiegel met zijn Plumbicon-camera rustend op zijn op een schouder: „Wat denken ze daar boven godverdomme wel”, zegt hij. „We hebben het niet verdiend.”

In een persbericht noemt Museum Boerhaave de zwart-witcamera het topstuk van de tentoonstelling over Van der Elskens foto’s van het NatLab.