Column

Een piramide van schedels bij Bagdad

Wat hebben Cicero en Johannes de Doper gemeen? En vooruit, Holofernes? Dat ze alle drie zonder hoofd zijn geëindigd. Dat heeft iedereen wel eens: er gebeurt iets opmerkelijks, en opeens kom je het overal om je heen tegen, bij wijze van spreken. In diverse contexten. Onthoofdingen in mijn geval. Het begon natuurlijk met de kalief, in Irak en Syrië. Vervolgens werden onthoofdingen door de Shabaab in Somalië gemeld, en door extremisten in de Sinaï. Alsof het een besmettelijke ziekte was.

Sommige analisten suggereren dat het dat ook is, dat de kalief andere hoofdafhakkers op een idee heeft gebracht. Andere analisten denken juist dat de officiële onthoofdingen in Saoedi-Arabië de kalief op het idee hebben gebracht. Alleen al tussen 4 en 20 augustus werden in het koninkrijk 19 mensen onthoofd voor allerhande misdrijven.

Maar onthoofdingen zijn natuurlijk gewoon van alle tijden. De kalief kan evengoed zijn geïnspireerd door de Mongolenvorst Hulagu, die in 1258 na de val van Bagdad iets tussen 90.000 en een miljoen burgers en soldaten liet afslachten en een piramide van hun schedels liet oprichten. Dat deden de Mongolen nou eenmaal met steden die weigerden zich meteen over te geven.

Ikzelf kwam vorige week in het Musée des Beaux-Arts in Nice oog in oog te staan met Salomé en het hoofd van Johannes de Doper. Op een schilderij van Gustav-Adolf Mossa: Salomé ou Prologue du Christianisme (1901). Johannes de Doper zou zo zijn gestraft voor zijn kritiek op haar moeder Herodias, die haar man had ingeruild voor diens broer Herodes. (Er zijn verschillende versies van de omstandigheden, maar in elk geval is hij onthoofd.)

Schilders lijken een speciaal plekje te hebben voor dames met losse hoofden. Salomé is in diverse standen vereeuwigd – mij bevalt Aubrey Beardsleys versie wel. Maar er zijn bijvoorbeeld ook genoeg schilderijen van Judith met wat rest van Holofernes, een generaal van de Babylonische koning Nebukadnezar II. Dame met afgehakt hoofd, het schijnt een verleidelijke pose te zijn.

Maar dat soort hoofden heeft niets te maken met de kalief. De onthoofding van Cicero – die ik óók vorige week tegenkwam in John Williams’ roman Augustus, een vakantietussendoortje – heeft meer verwantschap met diens werkwijze. Cicero was een van tientallen senatoren en andere prominenten die in 43 v. Chr. werden afgemaakt in opdracht van Marcus Antonius, en met gedoogsteun van Gaius Octavius, de latere keizer Augustus. Doel was om elk idee van oppositie letterlijk de kop in te drukken. Als afschrikwekkend voorbeeld werden Cicero’s hoofd en handen, waarmee hij zijn redevoeringen tegen Marcus Antonius had geschreven, aan het sprekerspodium op het Forum in Rome vastgetimmerd. Zoiets heb ik nog niet gezien op die intimidatiefilmpjes die de Islamitische Staat zo graag verspreidt.