Een einde aan de willekeur van het lot

Minister Bussemaker schaft in het collegejaar 2017-2018 de centrale loting af. Universiteiten en hogescholen mogen zelf selecteren.

Het is voor menig scholier een grote frustratie: tot op het bot gemotiveerd zijn om een bepaalde studie te gaan doen, maar toch keer op keer worden uitgeloot. Die situatie gaat nu veranderen. Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) schaft in het collegejaar 2017-2018 de centrale loting af voor studies met een numerus fixus. Universiteiten en hogescholen mogen studenten gaan selecteren bij deze opleidingen die meer inschrijvingen hebben dan dat er plaats is.

Bussemaker schreef dat vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Het voornemen om de centrale loting af te schaffen bestond al sinds 2012, maar de minister heeft de plannen nu in overleg met de onderwijsinstellingen en studentenbonden uitgewerkt.

Over het lotingsysteem bestond al jaren grote ontevredenheid. Bekend is de casus van scholiere Meike Vernooy, die in 1998 voor de derde keer werd uitgeloot voor de opleiding geneeskunde, terwijl ze haar eindexamen gymnasium had gehaald met een 9,6 gemiddeld. Toenmalig minister van Onderwijs Loek Hermans (VVD) besloot daarop dat scholieren die op hun eindlijst hoger dan een acht gemiddeld stonden, meteen tot de opleiding van hun keuze zouden worden toegelaten. Verder werd de loting een ‘gewogen loting’, waarbij iemand met hoge cijfers meer kans had te worden ingeloot. Ook mochten instellingen eenderde van de plaatsen invullen met een eigen selectieprocedure.

Met het geheel afschaffen van de centrale loting zijn jongeren niet langer overgeleverd aan het lot, maar aan de grillen van toelatingscommissies. Die krijgen veel werk, want vorig jaar meldden ruim 56.000 studenten zich aan voor een numerusfixusopleiding: bijna eenderde van alle studenten.

Met de afschaffing van de loting komt er een einde aan de bevoorrechte positie van leerlingen die bij hun eindexamen een acht of hoger haalden. Zij krijgen niet meer automatisch een plek op de opleiding van hun keuze. Net als alle andere geïnteresseerden zullen ze opdrachten moeten maken, een essay moeten schrijven of een toelatingsgesprek met goed gevolg moeten afleggen. Schoolprestaties blijven in de toekomst overigens nog wel een belangrijk toelatingscriterium. Een scholier met een matige cijferlijst kan er dus niet op rekenen dat hij zich met een vlotte babbel op een opleiding naar binnen kletst.

Studenten mogen straks per jaar bij maximaal twee numerusfixusopleidingen meedoen aan de selectieprocedure. Dat is niet mogelijk voor de zwaar overschreven opleidingen geneeskunde, tandheelkunde, fysiotherapie en mondzorgkunde. Deze studies hebben structureel aanzienlijk meer kandidaten dan plaatsen en het zou de instellingen te zeer belasten als geïnteresseerde scholieren zich bij meer dan één hogeschool of universiteit zouden inschrijven.

Om te zorgen dat de instellingen voldoende tijd hebben de procedures goed te doorlopen, moeten potentiële studenten zich uiterlijk op 15 januari voor een numerusfixusstudie hebben ingeschreven. Op 15 april moet dan duidelijk zijn of iemand een plek krijgt. Mocht dat niet het geval zijn, dan heeft een scholier nog tot 1 mei de tijd om een andere opleiding te kiezen.

Momenteel mogen studenten drie keer aan de loting meedoen. Bussemaker wil dat dit bij de selectieprocedures zo blijft, al kosten die veel meer tijd.