De gruweldood is zonder te kloppen binnengestormd ...

Ruw zijn we deze zomer ontwaakt uit een wereld van zogenaamd onkwetsbare mensen. Wen er maar aan, zegt Sarah Sluimer. Méér geweld, méér media – het gevaar is terug.

In juli heb ik op een vol terras in Amsterdam gehuild als een baby toen ik hoorde dat drie bekenden van me uit de lucht geschoten waren. Ik heb levenloze Palestijnse kinderen op een strand zien liggen. En ik was, door een verkeerde klik, getuige van het feit dat het fysiek erg zwaar is een keel door te snijden met een klein rotmesje.

Ik heb nooit eerder zoveel verscheurde, gemartelde, besmeurde en vernederde lichamen in mijn hoofd gehad als deze afgelopen tijd. De wreedheid en de willekeur die al deze levenloze lichamen op hun geweten hebben, is plots niet meer te ontlopen. Ik zie ze in het gras tussen de zonnebloemen, op een vies kleedje op een dorpsplein in Irak, in een grenzeloze zandbak.

Vallende man

Natuurlijk, er bestaat in ons hoofd altijd al een scala aan visuele herinneringen rondom de dood. Van J.F. Kennedy tot aan de vallende man uit de brandende toren: we zien die beelden zonder hapering voorbij schieten. De mogelijkheid altijd alles overal op te nemen en de wereld in te zenden, is alleen zo allesomvattend geworden dat filtering bijna onmogelijk is.

Wil je iets weten over de MH17, dan kom je bijna automatisch ook de man in het gestreepte shirt met het geknakte bovenlichaam tegen. En vaak nog gruwelijker beelden en verhalen.

Het blijft maar over je heen rollen. De mogelijkheden het allerergste in allerlei varianten te zien zijn eindeloos. De nabijheid van de gedode lichamen is zo groot dat ik onrust ervaar over de kwetsbaarheid van mijn eigen lijf en dat van mijn geliefden.

Die nieuwe alertheid is bevreemdend. Die kan nergens heen. Er is immers in mijn dagelijkse ritme niet zoveel om bang voor te zijn. Onze lichamen, in onze huizen in steden en dorpen in Nederland, lopen amper gevaar vernietigd te worden. Pas op voor de tram en voor het loszittende trapleertje en het komt wel goed. Voor je zien dat een (bekend) lichaam met zoveel kracht en zo zichtbaar voor iedereen kapot kan gaan, is absurd. En het gegeven dat dit lichaam vervolgens in al z’n kwetsbaarheid de wereld in gegooid wordt, is uitermate beangstigend en vooral: onbekend.

In onze wereld is de dood met rituele waardigheid omgeven. Het lichaam is daarbij tot onbegaanbaar gebied verklaard. We verbergen zorgvuldig de mankementen van de gestorven huls, zodat we kunnen zeggen: het is net alsof hij slaapt. We sluiten kisten hermetisch af als we weten dat wat daarin ligt niet langer lijkt op wat we willen zien. We organiseren serene stille tochten, waarbij iedereen in zuiver witte kleding probeert het verspilde bloed te veranderen in water.

We zijn in onze tijd heel goed in staat gebleken de brute waarheid rondom lijden, vergankelijkheid en de dood, waar het maar kan, buiten de deur te houden. Onze dieren worden buiten ons vizier geslacht. Onze lichamen worden door onthouding en ingrepen tot hoge leeftijd gedwongen jeugdig te zijn. En niet alleen wij, ook media zelf helpen ons in deze tijden graag een handje mee de ogen waar het kan te sluiten voor het allerergste.

Accounts van IS-strijders en sympathisanten die ons de moordfilmpjes aanbieden, worden geblokkeerd. Vadertje Staat kondigt gelijksoortige maatregelen aan tegen haar burgers die het wagen de dood op hun Facebook te verheerlijken. Zo wordt de dood vakkundig naar de randen van ons bewustzijn gedreven.

Deze zomer is de gruweldood, hoe onwelkom ook, zonder te kloppen naar binnen gestormd. Hij heeft een mokerslag uitgedeeld aan onze samenleving door zomaar een hele club mensen op een belachelijke manier te vernietigen. Maar dat was niet voldoende. Hij zit bij ons aan tafel, belt ons continu via onze smartphones en schrijft ons steeds weer wat hij nu weer heeft uitgehaald. We kunnen onze handen over onze oren doen en geloven dat hij wel weer weggaat, als we hem maar niet in de ogen kijken. Maar we zullen jammer genoeg een nieuwe manier moeten vinden om met hem om te gaan.

Geestelijk wapenen

Onze dijken beschermen ons niet langer. Hoe verschrikkelijk ook, we zullen manieren moeten vinden om de gruwel een plek te geven in onze samenleving – door ons geestelijk te wapenen, en soms onszelf achter de computer in bescherming te nemen. Maar ook door ons te realiseren dat we het sterven door geweld noodgedwongen zullen moeten toelaten. We moeten helaas aanvaarden dat we de lichamen van onze doden niet altijd zullen terugkrijgen met de waardigheid die we hun zo graag bieden.