Dat viel behoorlijk tegen

De Holland Vier kon de hoge verwachtingen niet waarmaken op de wereldkampioenschappen. De formatie belandde zelfs naast het podium. En meer Nederlandse teams stelden teleur op de Bosbaan in Amsterdam.

Foto

Terwijl achter hem de eerste noten van God Save the Queen werden ingezet, het volkslied van winnaar Groot-Brittannië, verbeet Robert Lücken zaterdagmiddag de teleurstelling na de finale van de Holland Vier op de WK roeien in Amsterdam.

De vooruitzichten waren zo gunstig geweest voor de vier-zonder. Vorig jaar nog werd de Holland Vier wereldkampioen in Zuid-Korea, en met de wissel Olivier Siegelaar voor de geblesseerde Kaj Hendriks leek de viermansformatie er zeker niet slechter op te zijn geworden. Bovendien kon het team vrijwel dagelijks trainen op de Amsterdamse Bosbaan, de voorbij week het decor van de WK roeien. Water, wind en de omgeving moesten vertrouwd raken, en ruim dertigduizend toeschouwers zouden de boot nóg een extra duwtje geven.

Het grenzeloze optimisme werd allerminst getemperd. Ook niet door Hessel Evertse, technisch directeur van de Nederlandse roeibond. Hij rekende op minimaal drie medailles. In elk geval moest de prestatie van vorig jaar, op de zo succesvol verlopen wereldkampioenschappen in Zuid-Korea (goud voor de mannen vier-zonder en brons voor de mannen twee-zonder), verbeterd worden.

Nederlandse teams stelden teleur

Maar, ondanks het thuisvoordeel en een vlekkeloze organisatie, stelde de ene na de andere roeiformatie teleur in de olympische klassen. Skiffeur Roel Braas bereikte de finale niet eens, evenmin als Inge Janssen en Nicole Beukers in de vrouwen twee. Slechts in drie olympische disciplines werd de finale gehaald door een Nederlandse equipe, waarvan twee zelfs via een fotofinish veiliggesteld moesten worden.

Zaterdag was het tijd voor de Holland Vier, dat vooraf – vanwege de internationaal afgegleden positie van de Holland Acht – werd gezien als het vlaggenschip bij de Nederlandse roeiers. Maar Boaz Meylink, Mechiel Versluis, Robert Lücken en Olivier Siegelaar konden de verwachtingen niet waarmaken. Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bleken een paar maten te groot voor de rest van het deelnemersveld. De Britten wonnen overtuigend, de Amerikanen finishten als tweede en de strijd om het brons werd gewonnen door Australië. Nederland volgde na bijna twee seconden als vierde. Een domper.

De verslagenheid was groot bij de onttroonde wereldkampioenen. De vier uitgeputte sportmannen met een holle oogopslag probeerden na afloop van hun race hun nederlaag te duiden. Hoe kon dit gebeuren bij een equipe die recentelijk nog de beste van de wereld was? „We hebben het maximale gegeven, maar uiteindelijk waren er drie boten sneller”, zei Robert Lücken in een eerste bespiegeling na de wedstrijd. Hij haalde zijn schouders er maar bij op, want iets anders kon hij zo snel ook niet bedenken. Alsof roeien niet meer is dan het tonen van je spierballen; wie de grootste heeft, wint.

Maar toen, een paar slokjes water verder, legde hij toch de vinger op de zere plek. „Ik denk dat we met het fysieke plan wat we nu hebben, echt verder gaan komen. We komen nog kracht tekort. We zijn vrij lang, best sterk, maar het is allemaal iets te pezig. Als ik kijk naar die jongens van andere landen, dan zie je dat die meer vlees op de botten hebben. Daar moeten wij ook naartoe.”

Op hun race viel niet eens veel aan te merken, vond Lücken. Goede start, redelijk middenstuk maar uiteindelijk misten de vier inhoud. Mark Enke, bondscoach van de Nederlandse roeiers, wilde niet ingaan op de suggestie dat er op het fysieke vlak nog terrein te winnen valt. „Het is nu, een half uur na de race, heel verleidelijk om allerlei dingen te roepen, maar laten we de boel eerst een rustig analyseren en daarna eventueel iets gaan veranderen in onze trainingsaanpak.”

Geen vakantie, gewoon door trainen

Lücken wenst, behalve dan de extra aandacht voor het fysieke, niet al te veel te veranderen in de route naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro, in 2016. „Ik denk dat we gewoon zo door moeten gaan”, benadrukte hij. „Ik denk dat we goed bezig zijn. Ons idee, ons project moeten we niet veranderen. Maar ja, ik wilde hier een grandioze prestatie neerzetten. Ik baal vooral voor al die mensen op de tribune. Zij zijn hierheen gekomen om ons te zien presteren en krijgen nu een teleurstelling te verwerken. Maar ja, dat is topsport.”

Ook nieuwkomer Siegelaar ziet geen reden voor radicale ingrepen. „Er gaat sowieso iets moois gebeuren in Rio”, stelde hij. Hij leek er door de nederlaag zelfs strijdvaardiger op te zijn geworden. „Denk maar niet dat ik nu zes weken vakantie ga vieren en bier ga zuipen en me vol ga eten”, bitste hij. „Komende week begin ik alweer met trainen. Om nog fitter te worden.”