Commissie oordeelt hard over Zorgautoriteit en rol ministerie

De commissie-Borstlap deed onderzoek naar het werk van zorgtoezichthouder NZa. De conclusies zijn scherp, ook voor minister Schippers.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) moet opgesplitst worden. De dubbele taak van de organisatie, het opstellen van regels én het controleren van ziekenhuizen en zorgverzekeraars, dient te verdwijnen. Bovendien moet het management en het personeelsbeleid sterk verbeterd worden.

Dat adviseert de commissie- Borstlap in een hard rapport over de toezichthouder die de zorgmarkt van jaarlijks 90 miljard euro bewaakt.

De commissie heeft ook kritiek op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), dat zich te veel bemoeit met het werk van het onafhankelijk bestuursorgaan NZa. De relatie tussen ministerie en NZa is toe aan „een forse onderhoudsbeurt”.

Borstlap deed onderzoek in opdracht van minister Schippers (Zorg, VVD) en presenteert morgen zijn conclusies. NRC Handelsblad heeft belangrijke delen van het commissierapport in handen.

Het onderzoek begon in april. Toen werd bekend dat Arthur Gotlieb, de klokkenluider van de Nederlandse Zorgautoriteit die begin dit jaar zelfmoord pleegde, een lijvig bezwaarschrift had geschreven tegen zijn beoordeling en behandeling door zijn werkgever. Daarin stelde hij ook andere misstanden binnen de organisatie aan de kaak.

Over de behandeling van Gotlieb is de commissie helder: hij werd vanaf 2007 „verwaarloosd” en „genegeerd” door zijn managers die het „kennelijk aan managementvaardigheden en empathie” ontbrak. Gotlieb is „niet de zorg en begeleiding geboden die passend was geweest”. Hij werd „al dan niet bewust” uitgesloten van werkbesprekingen en hij kreeg aantoonbaar minder scholing en coaching dan zijn collega’s. Een „intentionele tegenwerking” van zijn leidinggevenden heeft de commissie niet kunnen vaststellen. „Niettemin kan zij zich indenken dat Arthur Gotlieb deze handelwijze als tegenwerking heeft beleefd.” Volgens de commissie had Gotlieb ook zelf duidelijker om hulp kunnen vragen.

De commissie, onder leiding van Raad van State-lid Hans Borstlap, heeft ernstige kritiek op het personeelsbeleid. De afdeling Human Resources is zwak, vertrouwenspersonen worden „soms ronduit gewantrouwd” en de leiding heeft „te weinig menselijke aandacht”. Op alle niveaus is gebrek aan tegenspraak.

De door Gotlieb aangekaarte jarenlange onveiligheid van vertrouwelijke en privacygevoelige informatie binnen de NZa wordt door de commissie bevestigd. „Wat op papier correct leek te zijn, was in de alledaagse werkelijkheid verworden tot een slordige omgang op de werkvloer, tekortschietend toezicht en onvoldoende (…) corrigerend optreden.” Een „onverantwoorde gang van zaken”, volgens de commissie. Pas maanden na de dood van Gotlieb, en in het zicht van perspublicaties, deed de NZa diepgaand onderzoek naar de beveiliging van vertrouwelijke informatie, constateert Borstlap.

Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) bemoeit zich volgens de commissie ten onrechte met individuele zaken die de NZa zelf zou moeten afhandelen. Het ministerie dient de zelfstandige positie van de NZa te respecteren, vindt Borstlap. De commissie onderzocht hoe het ministerie zich met een subsidieverstrekking aan het Oogziekenhuis Rotterdam bemoeide. Na druk vanuit VWS, waarbij „geschermd werd met een standpunt van de minister”, kreeg het ziekenhuis alsnog extra subsidie van de NZa. Volgens Borstlap is door de handelwijze van het ministerie „de schijn van ongerechtvaardigde inmenging” gewekt. Het ministerie opereerde op paden „die schuren” langs de wet.

Borstlap vindt dat de relatie met het ministerie ingrijpend moet veranderen. Hij stelt wijzigingen voor in de organisatie, zoals het schrappen van de dubbele taak van regelgeving en handhaving. De NZa zou ook een raad van toezicht moeten krijgen en een drie- in plaats van tweehoofdig bestuur. De twee bestuurders traden in juni af, na publicaties in deze krant over hun declaratie- en reisgedrag.