Baby’s die pijn leden, hebben daar later geen last van

Voor onderzoek naar de gevolgen van intense pijn en pijnstillers bij pasgeborenen willen kinderen best even pijn voelen in de hersenscanner.

Pasgeboren baby’s voelen geen pijn, dachten kinderartsen tot ver in de jaren tachtig. Met morfine of andere pijnstillers waren ze niet scheutig. Ook niet bij operaties. Anno 2014 weten ze gelukkig beter. Maar over de latere gevolgen van hevige pijn of hoge doses morfine bij baby’s is nog niet veel bekend.

„Babyratjes die hevige pijn doorstaan, of veel morfine krijgen, krijgen op latere leeftijd vaak geheugenproblemen. Hun pijngevoeligheid verandert en vaak zie je celdood in het brein”, vertelt arts en promovenda Gerbrich van den Bosch (1985). „We willen graag weten hoe dit bij mensen zit.” Woensdag promoveert ze aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ze onderzocht de structuur en de werking van de hersenen en de pijnbeleving van 172 kinderen tussen acht en negentien jaar. Een deel van hen had vlak na de geboorte een zware operatie ondergaan, bijvoorbeeld om een gigantische moedervlek weg te halen. Zij hadden intense pijn doorstaan en veel morfine gekregen. Een andere groep had na de geboorte dagenlang aan een hart-longmachine gelegen. „Dat is niet erg pijnlijk, maar ze kregen wel hoge doses morfine zodat ze rustig bleven liggen”, zegt Van den Bosch. Een derde groep kinderen was al voor hun geboorte blootgesteld aan stoffen die op morfine lijken: hun moeders waren heroïneverslaafd. Ter controle deden ook kinderen mee die als baby geen pijn of pijnstilling hadden gehad.

De kinderen die aan het onderzoek meededen mochten eerst een half uur oefenen in een nep-MRI-scanner. Ook oefenden ze de pijntest die ze in de scanner gingen doen. „Ze kregen een blokje in hun hand, dat langzaam heet werd, tot 46 graden Celsius. Ze moesten aangeven wanneer ze voelden dat het pijn begon te doen. Als ze dan op een knop drukten, hield het direct op.” De kinderen mochten altijd besluiten te stoppen met het onderzoek, maar bijna niemand wilde dat. Aan het einde van de testdag vroeg Van den Bosch de kinderen altijd wat ze het leukste vonden van de hele dag. „Dat je me pijn deed met dat blokje”, zeiden sommigen tot haar stomme verbazing.

Van den Bosch vond geen grote verschillen in pijnbeleving tussen kinderen die als baby veel pijn of veel morfine hadden gekregen, en leeftijdsgenootjes die dat niet hadden gehad. Ook de structuur en de werking van hun brein verschilde niet. Alleen bij kinderen van heroïneverslaafde moeders zag ze afwijkingen aan de voorkant van het brein. Die groep scoorde ook slechter op geheugentests. „Het is niet duidelijk of dit door de blootstelling aan heroïne komt”, zegt Van den Bosch. „Vaak gebruiken verslaafden ook alcohol of andere drugs en zorgen ze slecht voor zichzelf.”

Het is belangrijk om te weten wat de effecten zijn van pijn en morfine bij pasgeboren kinderen, zegt Van den Bosch. „Gemiddeld doorstaan vroeggeboren patiëntjes tien tot veertien pijnlijke procedures per dag. Als was gebleken dat hoge doses morfine op latere leeftijd schadelijke effecten hebben, zouden we paracetamol als pijnstiller kunnen overwegen.”

Kinderen die intense pijn hebben gehad maar géén morfine heeft Van den Bosch niet getest. Mensen die voor 1990 zijn geboren, zijn inmiddels al minstens eind twintig. „Het zou interessant zijn om te kijken of mensen die toen als baby geopereerd zijn, een andere pijnbeleving hebben.” Zelf heeft ze nu eerst een ander doel. Ze wil kinderarts worden.