Zo haal je de roeitop: iedere dag trainen en één biertje

In een paar jaar kun je als niet-roeier de top halen. Coach Sander Smulders weet hoe.

In vijf jaar van niet-roeier naar het hoogste niveau – in het roeien kan het. Zeven van de acht roeiers in de Holland Acht stapten pas in hun studententijd voor het eerst in een boot. Drie van hen komen van de Amsterdamse studentenroeivereniging Nereus. Sander Smulders (34) is coach bij Nereus en maakt van niet-roeiers wedstrijdroeiers. „Het kan heel snel gaan.”

Waar begin je als niet-roeier?

„Je schrijft je in voor wedstrijden bij een studentenroeivereniging. Om in een boot te komen moet je geselecteerd worden. Ik kijk daarvoor naar hoe snel beginners vooruit gaan op een roei-ergometer, hoe soepel ze bewegen en naar hun instelling. Op de lange termijn heb je meer aan mensen die door een muur willen gaan dan mensen die alleen sterk zijn. Dat zie je vaak heel snel. Mooi voorbeeld is een 19-jarig meisje dat alleen had gehockeyd, en net bij ons is begonnen. Ze heeft heel heldere doelen, wil er echt voor gaan en boekt heel snel vooruitgang.”

Hoe kunnen jonge, onervaren roeiers zo snel een hoog niveau halen?

„Vanaf het eerste moment is het hard trainen, alleen de mensen met een torenhoge discipline blijven over. Als eerstejaars train je zes keer per week. Naast je studie en vaak op tijdstippen die anderen onmenselijk vinden. We verwachten dat je om zeven uur ’s ochtends in de boot zit. Als je niet kan, vragen we: ‘wat doe je dan, slapen?’ Na college moet je soms weer trainen. In het roeiseizoen is dat buiten in de boot, maar in de winter is het vooral binnen trainen op de ergometer. Het is de perfecte manier om ontzettend fit te worden in een heel korte tijd. En je wordt mentaal ijzersterk. Vanaf je eerste jaar op de universiteit moet je in acht houden dat je nooit helemaal losgaat op feestjes. Eén biertje is genoeg.”

Wie haalt de top?

„De doorzetters. Na je eerste jaar wordt er nog meer van je gevraagd. Het aantal trainingen bouw je uit naar zeven, acht, soms elf keer per week naast je studie. Je krijgt een kleinere boot en het wedstrijdniveau gaat omhoog, de druk ook. Als je eruitspringt en je laat merken dat je echt meer wilt, dan krijg je een persoonlijk programma. Het is allemaal professioneel. Maar voor het geld hoef je het niet te doen – het zijn de mensen met passie en discipline die het halen.”