Zij stond ooit voor vrijheid

Meisjes worden geïntimideerd op straat. Vrouwen zijn sterk ondervertegenwoordigd in belangrijke banen. De positie van de vrouw wordt maar niet beter en dit moeten we niet langer pikken, betoogt Renate van der Zee.

Dat mannen vrouwen op straat lastigvallen, is toch iets van alle tijden? Waarom dan nu opeens een burgerinitiatief om straatintimidatie strafbaar te stellen?

Zeker, straatintimidatie is iets van alle tijden. En dat vrouwen worden weggezet als tweederangs burgers is dat ook. Maar in het geëmancipeerde Nederland vinden we toch allemaal dat vrouwen en mannen gelijke kansen horen te hebben? Dan is het onaanvaardbaar dat vrouwen en meisjes niet ongehinderd over straat kunnen.

De reden waarom het belangrijk is dat we daar nu iets aan doen, ligt hierin: het wordt de laatste tijd steeds duidelijker dat Nederland helemaal niet zo geëmancipeerd is als we denken. We zijn in dit land volkomen verzand in het anderhalf-verdienersmodel: mannen die fulltime carrière maken en vrouwen met kleine baantjes die het leeuwendeel van de taken thuis op zich nemen. En we komen niet meer verder, integendeel: we lijken langzaam achteruit te kachelen. Feministisch gedachtegoed wordt steeds minder getolereerd.

Mannen zijn de afgelopen decennia niet méér in het huishouden gaan doen en dus blijven werkende vrouwen dubbel belast. Parttime werken wordt daardoor aanlokkelijk, maar dat is niet de enige reden waarom vrouwen overstag gaan. Het is in ons land namelijk de stilzwijgende norm geworden dat een werkende vrouw die kinderen krijgt minder dagen gaat maken. Parttime werken is vaak helemaal geen vrije keuze; dat bleek onlangs uit het promotieonderzoek van sociologe Justine Ruitenberg.

In de jaren zeventig was er nog strijd

En juist dat massale parttime werken is een belangrijke oorzaak van de gapende loonkloof tussen mannen en vrouwen: zo’n 17 procent in Nederland en dat is hoger dan het Europese gemiddelde. Beslist niet iets om trots op te zijn. Parttime werken is ook een van de oorzaken dat vrouwen minder glansrijke carrières hebben dan mannen. Vrouwen zijn nog steeds niet evenredig vertegenwoordigd in de politiek – onlangs bleek dat maar een kwart van de lokale politici vrouw is en slechts één op de vijf burgemeesters. En kijk naar de top van het bedrijfsleven en in de academische wereld. Nog geen 16 procent van de hoogleraren is vrouw.

In de jaren zeventig konden feministen luidruchtig strijden voor verandering, maar tegenwoordig worden vrouwen er vaak op afgerekend als ze zich druk maken over ongelijke kansen.

Als minister Jet Bussemaker een opmerking maakt over het toch wel heel basale belang van economische zelfstandigheid voor vrouwen, krijgt zij een lading ongezouten kritiek over zich heen. En columniste Asha ten Broeke wordt, als zij volkomen terecht vraagtekens plaatst bij een speelgoedfolder waarin de stofzuigertjes gereserveerd zijn voor de meisjes, aan tafel bij Pauw & Witteman weggehoond.

In onze buurlanden bestaan nog steeds levendige feministische bewegingen die zich luid en duidelijk uitspreken tegen achterstelling van vrouwen. Naar deze vrouwen wordt geluisterd en ze worden serieus genomen. Maar in Nederland profileert de nieuwe hoofdredacteur van Opzij zich als een ‘bakfietsmoeder uit Amsterdam-Zuid’ en laat zij desgevraagd laat weten dat feministen moeten stoppen met zeuren.

Stel dat dit om zwarte mensen ging

Het klopt dat de loonkloof, het glazen plafond en de ongelijke taakverdeling in huis zo vaak aan de orde zijn gesteld dat mensen met hun ogen gaan draaien als ze weer ter tafel komen. Maar ondanks dat voortdurende hameren zijn deze problemen nog niet opgelost. Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk, als Nederland werkelijk zo geëmancipeerd is we denken? Waarom heet het zeuren, als vrouwen zich kwaad maken als ze worden achtergesteld?

Een simpele vergelijking: als zwarte mensen consequent 18 procent minder zouden verdienen dan andere Nederlanders, dan zouden wij het zeker geen zeuren noemen als zij daartegen in opstand zouden komen. Wij zouden die situatie flagrante discriminatie noemen.

Als Joden nauwelijks poot aan de grond zouden krijgen in, zeg, de academische top, dan zouden we dat omschrijven als schandelijk racisme. Maar als vrouwen geen genoegen nemen met beperkte rechten, dan vinden wij dat ze zeuren.

Er bestaan in Nederland vooraanstaande schrijvers, zoals Maarten ’t Hart, die vrijuit roepen dat zij vinden dat vrouwen stinken. Journalisten die hen interviewen, schrijven dat gretig op. Niemand zegt er vervolgens iets van. Zou zo’n quote ook zo gretig worden opgeschreven als ’t Hart zou zeggen dat negers stinken? En zou daar dan ook over gezwegen worden?

Vrouwenemancipatie is een kwestie van erin hameren. Als je de verworvenheden niet goed bewaakt, verdwijnen ze. En dat is wat er in Nederland op dit moment aan de hand is. De verworvenheden waar onze grootmoeders en moeders voor hebben gestreden, worden heel slecht bewaakt.

Doe er wat aan! Ja, óók jullie, mannen

Jeroen Pauw had volkomen gelijk toen hij signaleerde dat vrouwen in Nederland ‘ontzettend ondervertegenwoordigd’ zijn op de terreinen die ertoe doen.

Maar je lost niets op als je vervolgens alleen tegen vrouwen roept: ‘Doe er wat aan!’ Want zij zijn niet als enige verantwoordelijk. Dat vrouwen recht hebben op een gelijkwaardige positie in de Nederlandse maatschappij, is iets waar we allemaal verantwoordelijkheid voor dragen en belang bij hebben. Als we willen breken met de anderhalfverdieners-cultuur die de emancipatie gijzelt, moeten mannen net zo goed als vrouwen aan de bak.

Het heeft er alles van dat straatintimidatie tegenwoordig een groter probleem is dan in de jaren zeventig, toen feministes hun beha’s uittrokken en modebewuste vrouwen in doorkijkblouses over straat gingen. Naaktheid was een toen symbool van vrijheid. Maar onze maatschappij is ondertussen verhard en geseksualiseerd. Openlijk met een doorkijkblouse door de stad lopen, behoort niet meer tot de mogelijkheden. Een naakte vrouw is geen symbool van vrijheid meer, maar wordt meteen gezien als een uitnodiging tot seks.

Jeroen Pauw zag het haarscherp: vrouwen hebben nog steeds veel te weinig macht in Nederland. En mensen die geen macht hebben, die kun je koeioneren en vrijuit intimideren op straat. Als ze daar bezwaar tegen aantekenen, zet je ze gewoon weg als zeurkousen.

Er is een signaal nodig dat we dat in Nederland anders willen. Daarom moeten we er nú iets tegen doen.