We weten niets over verliefdheid

Verliefde mensen zijn betoverd. Ze vinden hun geliefde prachtig, denken aan weinig anders, kunnen zich niet concentreren. Maar wat gebeurt er in het brein? Sandra Langeslag bestudeert dat nu.

Foto Andreas Terlaak

In de zomer van 2001, vlak voordat ze psychologie ging studeren, was Sandra Langeslag net ontzettend verliefd geworden. „En ik was natuurlijk heel geïnteresseerd waarom ik me voelde zoals ik me voelde. Dus ik dacht: daar ga ik een paper over schrijven.” Ze ontdekte dat er nauwelijks onderzoek gedaan is naar de neurochemie van verliefdheid. „In Cosmopolitan of Psychologie Magazine stond dan een heel artikel. Daarin leek het alsof we precies weten welke neurotransmitters erbij betrokken zijn en hoe het allemaal werkt. Maar als je de de wetenschappelijke literatuur zocht die eraan ten grondslag ligt, dan wás die literatuur er niet. Ik dacht: dat moet ik gaan onderzoeken.”

En dat deed ze, vertelt ze op een stralend zonnige dag in een café in Leiden. Langeslag was begin augustus even in Nederland, voordat ze weer naar de Verenigde Staten vertrok. Sinds 15 augustus heeft ze een aanstelling als universitair docent aan de Universiteit van Missouri in St. Louis, waar ze haar eigen onderzoekslijn mag opzetten.

Tot nu toe was haar onderzoek naar verliefdheid altijd iets extra’s, een soort hobby naast haar andere werk. Haar proefschrift uit 2010 ging over de wisselwerking tussen emoties en geheugen bij volwassenen van verschillende leeftijden. Daarna deed ze als postdoc onderzoek naar emoties en intelligentie, met fMRI-scans. Voor die projecten was onderzoeksgeld beschikbaar. Maar als ze tijd over had, deed ze studies naar verliefdheid tussendoor. „Het was nooit mijn hoofdproject, het was nooit waarvoor ik betaald werd, maar ik kreeg er wel altijd de ruimte voor.” En nu heeft ze eindelijk de luxe om zich vooral op haar verliefdheidsonderzoek te kunnen concentreren.

Onderzoek naar de neurochemie van verliefdheid is nog steeds heel schaars. Ja, zegt Langeslag, er is wel onderzoek naar seksuele lust en hechting – beide kun je bij dieren onderzoeken – en naar verliefd gedrag. Maar verder is er eigenlijk alleen het onderzoek van Arthur Aron (Stony Brook University), een oude rot in het vak, die een paar jaar geleden aantoonde dat 2 tot 3 procent van de stellen zelfs na twintig jaar nog intens verliefd kan zijn. Dat is zichtbaar op hersenscans als die mensen naar een foto van hun geliefde kijken.

Serotonine

Maar welke neurotransmitters er precies bij verliefdheid betrokken zijn, en hoe, weten we niet precies. „Als je op internet bijvoorbeeld zoekt naar serotonine bij verliefdheid”, zegt Langeslag, „dan lees je: serotonineniveaus zijn verlaagd, want je bent een beetje geobsedeerd met je geliefde, dat lijkt op obsessieve-compulsieve stoornis, en daarbij helpen medicijnen, SSRI’s, die het serotonineniveau verhogen. Een gevaarlijke redenering, alsof je zegt dat hoofdpijn veroorzaakt wordt door een tekort aan aspirine, omdat je hoofdpijn overgaat als je een aspirientje neemt. Maar mensen nemen dat continu van elkaar over.” Terwijl Langeslag in de wetenschappelijke literatuur geen enkele studie kon vinden waarbij daadwerkelijk serotonineniveaus in het brein van verliefde en niet verliefde mensen zijn gemeten. „Dat ís ook heel moeilijk te meten”, geeft ze toe. Het is nu eenmaal niet het soort onderzoek waar je een hersenpunctie voor gaat doen.

Zelf mat Langeslag de serotonineniveaus in het bloed van pas verliefde en niet verliefde vrijwilligers, als een afgeleide van serotonine in de hersenen. Ze zag dat verliefde mannen inderdaad minder serotonine in het bloedplasma hadden dan niet verliefde mannen, maar bij vrouwen was het precies andersom: verliefde vrouwen hadden méér serotonine in het bloedplasma dan niet verliefde vrouwen (Journal of Psychophysiology, 2012). Het is maar één onderzoek, en nog niet gerepliceerd, maar, zegt Langeslag: „Het laat wel zien dat het niet zo simpel is als altijd gezegd wordt.”

Andere neurotransmitters kunnen ook een rol spelen, zoals dopamine. „Verschillende mensen, ikzelf ook, hebben onderzoek gedaan waaruit blijkt dat dopaminerge hersengebieden actiever zijn wanneer je naar een foto van je geliefde kijkt dan wanneer je naar een foto van een vriend kijkt.” Dopamine geeft een prettig gevoel van ‘beloning’ en speelt een rol bij verslaving. „Verliefdheid heeft niet alleen overlap met obsessieve-compulsieve stoornis, maar met meer psychische stoornissen, ook met verslaving. Mensen zijn verslaafd aan hun geliefde, bij liefdesverdriet moet je afkicken... Maar ook dopamine is nog nooit direct gemeten.”

Moeten we verliefdheid als een stoornis zien? „Nou, mensen die verliefd zijn, zijn best een beetje gek. Ze kunnen niet slapen, ze willen niet eten... Het punt is dat mensen het vaak niet erg vinden dat ze verliefd zijn. Maar iets is een stoornis als het nadelige gevolgen heeft voor de persoon zelf en/of zijn omgeving. En dat is met verliefdheid wel een beetje zo. Als mensen zich niet op hun studie of werk kunnen concentreren...”

Onthouden

Dat is waar Langeslag vooral geïnteresseerd in is: de wisselwerking tussen verliefdheid en rationeel nadenken. „Uit mijn onderzoek blijkt om te beginnen, en dat is ook wel logisch, dat verliefde mensen meer aandacht hebben voor informatie die met hun geliefde te maken heeft, en dat ze die extra goed onthouden.” Ze keek bijvoorbeeld hoe de hersenen van mensen reageren op foto’s van hun geliefde, vergeleken met foto’s van een gewone vriend of vriendin of een willekeurige persoon die door veel mensen als zeer aantrekkelijk werd beschouwd. „Van die mooie mensen waren de verliefde proefpersonen trouwens niet onder de indruk. Ze vonden hun eigen geliefde zo mooi als maar kon: een 8,2 gemiddeld op een schaal van 1 tot 9. Terwijl andere mensen die geliefde dan maar gemiddeld aantrekkelijk vonden.” Langeslag lacht. „Ik heb geprobeerd om daarvoor te controleren maar dat kan eigenlijk niet. Liefde maakt blind.”

Als de foto van de geliefde voorbijkwam, was er steeds een uitschieter op het EEG te zien: aandacht! En als mensen de instructie hadden gekregen om alléén bij een foto van hun ‘gewone’ vriend op een knop te drukken, lukte het verliefde mensen heel slecht om niet op die knop te drukken bij een foto van hun geliefde.

Al die aandacht voor de geliefde moet ten koste gaan van iets anders, denkt Langeslag. In een van haar studies zeiden verliefde mensen gemiddeld 65 procent van de tijd dat ze wakker waren aan hun geliefde te denken, met uitschieters tot 93 procent. En in het lab presteerden die verliefde mensen inderdaad slechter op taakjes die veel concentratie vereisen.

Langeslag is nu bezig met de omgekeerde vraag: niet of verliefdheid het denken beïnvloedt, maar of mensen door te denken hun verliefdheid kunnen beïnvloeden. „Mensen zeggen vaak dat liefde onvrijwillig en oncontroleerbaar is. Bijvoorbeeld: hij mishandelt me, maar ik hou van hem, kan ik niks aan doen, dus ik blijf toch bij hem. Of: ik ben gelukkig getrouwd, maar nu ben ik verliefd geworden op een collega – dat wil ik helemaal niet, maar ik kan er niks aan doen. En ik denk eigenlijk dat ze er wél wat aan kunnen doen.”

Mensen kunnen hun emoties tot op zekere hoogte reguleren. Ze kunnen bijvoorbeeld proberen gevoelens waar ze last van hebben te negeren of weg te duwen – dat werkt meestal niet best, blijkt uit onderzoek. Maar ze kunnen ook proberen anders naar een situatie te kijken: cognitive reappraisal, in jargon. „En dat is een heel gezonde strategie. Het blijkt dat mensen die er heel goed in zijn en die het sowieso in het dagelijks leven al doen, psychisch veel gezonder zijn en betere sociale contacten hebben dan mensen die er niet goed in zijn.” Dus nu onderzoekt Langeslag, samen met Jan van Strien van de Erasmus Universiteit, in hoeverre mensen zelf actief hun eigen verliefdheid kunnen beïnvloeden, door aan leuke of juist minder leuke dingen van hun geliefde of hun relatie te denken. „Niet dat je mensen verliefd kunt maken op iemand op wie ze niet al een beetje verliefd waren”, legt Langeslag uit. „Het is meer: áls je al verliefd bent zou je kunnen proberen om dat minder intens of juist intenser te maken.”

Minder intens, dat lijkt direct handig, gegeven de voorbeelden die Langeslag net gaf. Maar wanneer is het zinvol om jezelf juist verliefder te maken? „Nou, de nummer-één reden om te scheiden is niet ‘mijn man is vreemdgegaan’ of ‘het is zo’n eikel’, maar: ‘we leven als broer en zus, ik heb geen hekel aan hem maar we zijn niet meer verliefd’. Dus als je dat kunt versterken, zou het de kans kunnen vergroten dat langdurige relaties succesvol zijn.”

Scheidingen

En dat is heel belangrijk, vindt ze. „Als ik zeg dat ik onderzoek doe naar verliefdheid, zeggen mensen vaak: ‘oh, leuk zeg’. En meteen daarna: ‘en wat hebben we daaraan?’ Of, bij een subsidieaanvraag: ‘waarom moeten we daar belastinggeld aan uitgeven?’ Maar bijna iedereen wordt minstens één keer in zijn leven verliefd, en de meeste mensen veel vaker. En dat kan een enorme impact op hun leven hebben. Sommige mensen verhuizen naar een ander land of nemen een andere religie aan om bij hun geliefde te kunnen zijn. De economische schade door scheidingen waar kinderen bij zijn betrokken is meer dan honderd miljard dollar per jaar, in de VS alleen. En dat is nog maar een klein deel van alle verbroken relaties, kun je nagaan hoe groot dit is. Dit soort onderzoek zou uiteindelijk kunnen leiden tot iets wat in therapie gebruikt kan worden.”

Maar haar eigen onderzoek is voornamelijk fundamenteel, nieuwsgierigheidsgedreven – ze wil gewoon weten hoe verliefdheid in elkaar zit. Ze heeft nog zoveel onderzoeksvragen. Vanaf welke leeftijd worden kinderen verliefd, kan dat al voor de puberteit? Verandert verliefdheid met de leeftijd? Zijn er sekseverschillen? Daar heeft ze hooguit wat anekdotisch bewijs voor, vertelt Langeslag: het is soms moeilijk verliefde mannen te vinden voor haar onderzoek. „Als mensen zich hadden opgegeven, vroeg ik altijd eerst door de telefoon of ze wel echt verliefd waren. Dan hoorde je vrouwen giechelen: ‘ja, hihihihihi’. De mannen zeggen dan: ‘ach jaaah, ze is wel leuk...’”

Als haar onderzoekslijn succesvol is, kan Langeslag over zes jaar een vaste aanstelling krijgen. Wil ze eigenlijk in de Verenigde Staten blijven? Ze lacht. „Ja… nou... ik heb daar een leuk iemand ontmoet. We zijn elkaar tegengekomen in Maryland en hij is nu met mij mee verhuisd naar Missouri. Maar behalve dat maakt de plaats waar ik werk me niet zoveel uit.”

    • Ellen de Bruin