Wall Street en foute angst voor risico’s

Wall Street zegt risico’s aan te durven, maar de flitshandel kan winsten opdrijven door tegen de regels op zeker te spelen, aldus Haim Bodek.

illustratie sebe emmelot

In een complexe en onzekere wereld is ons grootste risico dat we niets riskeren. Neem Wall Street. Wall Street heeft een mythe geschapen, namelijk dat het zijn primaire taak is om op een slimme manier grote risico’s te nemen. Dit is ver bezijden de waarheid. Het Wall Street dat ik ken, draait niet om het nemen van risico’s, maar juist om het beperken daarvan.

Nergens is de weerstand van Wall Street tegen risico’s duidelijker dan in de flitshandel of high-frequency trading . Het gaat hier om snelle handel, in milliseconden, met een hoge omzet. Deze flitshandel is naar schatting goed voor de helft van de Amerikaanse aandelenhandel. En ook: deze flitshandel geeft een geheel nieuwe inhoud aan het begrip risico-intolerantie.

De flitshandel wordt geobsedeerd door het uitsluiten van mogelijke verliezen. Om stelselmatig winst te maken, proberen wij, flitshandelaren, een stelselmatig voordeel, een voorsprong, te vinden. Vervolgens stellen we alles in het werk om die voorsprong te verankeren. Dat doen we door elke factor die het resultaat negatief beïnvloedt, uit te sluiten.

De flitshandel wil het onverwachte resultaat beperken, neutraliseren, compenseren. Wij dekken onze risico’s af door ze in de markt te laten ‘bloeden’, zoals we zeggen, of gewoon helemaal uit onze posities te stappen. Vaak houden we echt giftige risico’s korter dan een seconde.

In de wereld van de flitshandel is risico de vijand.

Op die wereld heb ik mijn stempel gedrukt door mij van deelnemer en uitvoerder tot criticus en klokkenluider te ontwikkelen. Drie jaar geleden ben ik naar de toezichthouders gestapt met de beschuldiging dat beurzen de flitshandel tegemoet kwamen. Ze gaven faciliteiten waarmee de flitshandel zijn winsten kon opdrijven. Onlangs meldde de Wall Street Journal dat een grote beurs met de toezichthouders in gesprek is over een schikking inzake dit gedrag.

Hoe is het in de flitshandel zo ver gekomen dat de druk van publiek, toezicht en juridische procedures heeft geleid tot een ‘structuurcrisis in de markt’, zoals deze in Amerika heet? ? Het antwoord is volgens mij te vinden in de specifieke manier waarop de flitshandel over risico’s denkt.

In een poging een voorsprong op de markt te krijgen en tegelijk de kans op verlies te minimaliseren, zijn aanzienlijke risico’s met de regels genomen. Zo werden de waarneembare handelsrisico’s op een eenvoudige manier verminderd. De flitshandel richtte zich steeds meer op bedrog, foefjes en omzeiling van het toezicht om zo een voorsprong op de concurrentie en de publieke koper te krijgen.

Een wezenlijk onderdeel van het proces waren de winstgerichte transacties waarmee flitshandelaren de regelgeving konden omzeilen. Terwijl die regelgeving de beurzen juist diende te beschermen. Kenners noemden de vele voordelen die de flitshandelaren werden geboden , de ‘gegarandeerde economie’. Naarmate de flitshandel zich ontwikkelde, werd het een risico die voordelen niet te gebruiken. Het probleem is niet dat onze modellen niet kloppen maar dat ze soms te accuraat zijn. Het systeem verleent de flitshandel bijna risicoloze opbrengsten voor investeerders door mechanismen die in lekentermen lijken op speciale achterdeurtjes, extraatjes voor prominenten en grote kortingen. Nu het toezicht wordt verscherpt en de juridische procedures toenemen, lijkt de branche de prijs te moeten betalen.

Welke lessen zijn te trekken uit de kunstmatig verhoogde groei van de flitshandel? Ook hier concentreert het antwoord zich rond het begrip risico, en dan vooral de wijze waarop onze gezamenlijke maatschappij op de symptomen van systeemrisico’s reageert.

Het is duidelijk dat we bij de praktijken van de flitshandel niet goed hebben opgelet. Dat kwam misschien omdat we het maar lastig vonden om op te letten, vooral bij een obscuur onderwerp als de werking van het ‘sanitair’ van onze markten. Onze mondiaal verbonden systemen zijn soms overweldigend complex – de meesten van ons gaan er vanuit dat er ergens een hoger gezag is dat beter in staat is om de problemen die we zien aan te pakken. Waarna we wachten tot alles nog erger wordt.

De meesten van ons gaan er ook vanuit dat wij onvoldoende in staat of onvoldoende machtig zijn om de status quo aan te vechten. We vertrouwen op een gezag dat de systeemgebreken in onze maatschappij moet aanpakken. Van internet-privacy tot cybercrime en flitshandel denken we er dat er ergens een slimmer iemand rondloopt die tot taak heeft voor de publieke zaak te zorgen. Maar uit persoonlijke ervaring kan ik zeggen dat dit nu precies is waardoor we in deze benarde toestand terecht zijn gekomen.

Als klokkenluider heb ik geleerd dat het grootste risico voor onze collectieve welvaart bestaat uit onze onwil om risico’s te nemen bij de aanpak van de zichtbare tekortkomingen van de systemen waarop we vertrouwen. Het lijkt wel of we even bang zijn om in onze poging iets ten goede te veranderen misschien juist iets ten kwade veranderen. En dus doen we niets.

Maar als we echt onze idealen willen vervullen, moeten we risico’s durven nemen om juist over de systemen waarop we vertrouwen ons eigen collectieve gezag als democratie te doen gelden. Vooral als we allemaal duidelijk het gevoel hebben dat er iets ernstig uit koers is geraakt.

Als we de goede weg voorwaarts willen vinden voor de publieke zaak, moeten we zelf zo oplettend zijn om de complexe systemen waarop we vertrouwen aan te pakken. Dan moeten we niet bang zijn voor de reactie als blijkt dat we ongelijk hebben, of erger nog, dat we gelijk hebben.

In zekere zin moeten we allemaal klokkenluider worden en elkaar waarschuwen voor de systeemrisico’s waaraan onze nauw verweven maatschappijen blootstaan, of het nu gaat om een inbreuk op burgerrechten en privacy, om criminele en frauduleuze activiteiten of om de grotere vraagstukken van haatdoctrines en bedreigingen voor het democratisch proces.

Uit het gezichtspunt van een klokkenluider die met succes systeemgebreken in onze mondiale markt aan de orde heeft gesteld, kan ik u met volstrekte zekerheid zeggen dat er geen absoluut gezag is inzake de complexiteit van onze mondiale samenleving en haar systemen van bestuur en technologie.

Wie beseft dat het bij gebrek aan een absoluut gezag niet alleen een recht, maar ook een morele en ethische plicht is om de wereld die er is te veranderen in de wereld die er zou moeten zijn, komt uit bij een nieuw beginpunt van onzekerheid en bungelt met één voet boven de spreekwoordelijke afgrond.

En veronderstel nu eens dat iemand werkelijk de moed vindt om nog een stap verder te gaan, zuiver op grond van zijn eigen overtuiging dat hij de wereld zinvol kan veranderen – dan heeft hij krachtig gehoor gegeven aan de oproep van het Veerstichting-symposium van dit jaar. ‘Bevrijd van zekerheid’ stort iemand zich dan eens te meer onbevreesd in het onzekere. En ook al is die weg moeilijker, we worden er allemaal beter van.

    • Haim Bodek