Topambtenaren krijgen gewoon hun gouden wachtgeld

Vreemd genoeg geldt voor de (semi)publieke topfunctionarissen een maximering van de ontslagvergoeding, maar die geldt niet voor de topambtenaren (en ook niet voor ministers). Henk Hagoort, voorzitter van de NPO, heeft recent terecht gewezen op deze merkwaardige ongelijke behandeling in de WNT (de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector).

Er is een maximering van de ontslagvergoeding opgenomen in de WNT van 75.000 euro. Maar door een handige formulering in die wet is ervoor gezorgd dat die maximering niet geldt voor een groot deel van de (semi-)publieke sector, waaronder de topambtenaren.

Op grond van de WNT mogen topambtenaren na ontslag hun gouden wachtgeldregeling namelijk gewoon houden. Ook topfunctionarissen in branches waar een algemeen verbindend verklaarde cao geldt, mogen hun aanvullende regelingen boven op hun werkloosheidsuitkering houden. Voor de WNT vallen al deze bovenwettelijke regelingen vreemd genoeg namelijk niet onder de definitie van ‘ontslagvergoeding’. Het gaat bij dergelijke gouden wachtgeldregelingen om tonnen.

De ambtenaar die werkloos dreigt te worden heeft een sterke rechtspositie. In ieder geval veel sterker dan een bestuurder of werknemer die wordt benoemd voor bepaalde tijd.

De afgelopen jaren zijn de wachtgeldregelingen voor ambtenaren weliswaar in hoogte en duur versoberd, maar vergeleken met de werkloosheidsuitkering van een gewone werknemer is de wachtgeldregeling voor een ambtenaar nog steeds goudgerand. Deze wachtgeldregelingen worden uit publieke middelen gefinancierd. Het is onbegrijpelijk dat deze regelingen in de WNT niet onder de definitie van ontslagvergoeding vallen.

Dit leidt tot ongelijke behandeling. De ene topfunctionaris in de (semi-)publieke sector krijgt goud wachtgeld en daarnaast ook nog een handdruk (maximaal 75.000 euro) mee, terwijl de andere topfunctionaris alleen de handdruk krijgt. Het pleidooi van Hagoort, gelijke monniken gelijke kappen, past in de doelstelling van de WNT. Het gaat simpel om gelijke behandeling.

, advocaat bij AdvoKuyt

Nederlandse universiteiten

Prestaties kunnen beter

Anne Flierman (NRC, 25 aug.) is slecht op de hoogte van de Nederlandse universiteiten. Met het onderwijs mag het volgens hem niet veel wezen, maar ze leveren „uitstekende prestaties in wetenschappelijk onderzoek”. Dat is niet waar. In de ‘Shanghai-lijst’, grotendeels bepaald door wetenschappelijke prestaties, staat de hoogst geplaatste Nederlandse universiteit op plaats 57, ver beneden universiteiten in kleine landen als Zweden, Denemarken en Zwitserland.

Prof. Dr. F.W. Steutel

    • Maya Kuyt-Fokkens
    • Prof. dr. F.W. Steutel