Waarom zou je een noodlijdend ziekenhuis kopen?

Nederland, Amsterdam, 21-08-2014. Marius Touwen. Foto: Olivier Middendorp Foto Olivier Middendorp

Een nieuwe zorgondernemer: Marius Touwen, de eigenaar van de grootste arbodienst van Nederland, koopt het noodlijdende ziekenhuis van Beverwijk. Waarom doet hij dat?

Niet doen. Al zijn adviseurs zeiden het. Dit moest hij echt niet doen. Zijn buurman, waarmee hij een vriendschappelijke relatie heeft, werd er zelfs boos van. Marius, dit kun je niet maken, zei hij. Zo’n ziekenhuis is maatschappelijk bezit, dat kan niet privaat worden!

En toch deed hij het. Marius Touwen, ondernemer uit de arbosector, kocht een ziekenhuis - althans zijn bedrijf. Zorg van de Zaak, (135 miljoen omzet, ruim 1300 werknemers zoals bedrijfsartsen, psychologen, bedrijfsmaatschappelijk werkers en arbeidsdeskundigen) is de grootste arbodienst van Nederland. Het kreeg deze maand de controle over het Rode Kruis Ziekenhuis uit Beverwijk. Het financieel zwakke ziekenhuis ontving een miljoenenbedrag en een persbericht werd verstuurd. Kop:

“Rode Kruis Ziekenhuis weer financieel gezond”.

Ziekenhuizen worden niet vaak verkocht, eigenlijk alleen als ze in financiële problemen zijn. Dan pas gaat de deur voor ondernemers en open. Ziekenhuizen die in handen zijn van commerciële partijen zijn op één hand te tellen: IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland, het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis en nu dus Beverwijk, wereldvermaard om zijn brandwondencentrum.

Dat een arbodienst een ziekenhuis verwerft is nog niet eerder vertoond. Marius Touwen (1950) is graag bereid om dat uit te leggen. Hij is ervaringsdeskundige pur sang met een progressieve longziekte en frequent ziekenhuisbezoek van jongs af aan. Hij praat er niet graag over, maar als je hem naar zijn beweegredenen vraagt om in de zorg te investeren komt hij vanzelf telkens met eigen ervaringen.

De Fries bouwde in razendsnel tempo een winstgevend netwerk van bedrijven op die zich bezig houden met verzuim, begeleiding en herintreding. Touwen houdt alle aandelen. De belangrijkste holding heeft een vermogen van 44 miljoen euro.

Zijn beheersmaatschappijtjes vernoemt hij bij voorkeur naar moderne beeldende kunstenaars. Barnett Newman, Jean Tinguely. Dat is geen toeval. Touwen is een kunstkenner, was ooit kunstrecensent bij de Leeuwarder Courant en hij begon zijn carrière bij Fryske Kultuer, een soort culturele raad van Friesland, waar hij de tentoonstellingen van beeldende kunst in Friesland promootte.

Daarna was hij leraar tekenen en handvaardigheid. Tot zijn veertigste.

“Toen kwam ik op een MBO-college en dat vond ik vreselijk. In 1988. Die jongens waren niet geïnteresseerd en dan moest ik “etaleren” geven. Ik was alleen maar aangenomen omdat ik orde kon houden. Ik zat in de verkeerde film.”

Hij besluit ontslag te nemen en gaat langdurig werklozen begeleiden. Het is een markt die net begint te bloeien. Samen met een compagnon ontdekt hij zijn onvermoede talenten: organiseren, onderhandelen, en een goed gevoel voor timing. Binnen een paar jaar tijd staat er een bedrijf met tien miljoen omzet.

Wist u niet dat u handelsbloed had?
“Nee, ik vond kunst mooi, lesgeven fantastisch. Ik verbouwde wel vaak huizen, en heb ze ook veel verkocht. Daar heb ik het eerste geld voor de zaak uit gehaald. Ik heb wel eens gedacht om een klussenbedrijf te beginnen. Omdat ik alles kan. Maar het was mijn compagnon die mijn zakelijk talent zag.”

Touwen heeft ook veel geluk gehad, zegt hij. Het dubbeltje had net zo goed een andere kant op kunnen vallen.

“Wij deden bijvoorbeeld veel omscholing en opleidingen voor Bouwfonds. Dan leidden wij voormalige bouwvakkers met een versleten rug op tot Gamma-medewerker. Die mannen wisten van alles. Die hoefden alleen maar te leren een heftruck te besturen, wat extra omgangsvormen te kennen en het besef krijgen dat vrouwen ook spullen kopen, dat soort dingen. Die waren zo omgeschoold.”

Als hij en zijn zakelijk partner uit elkaar gaan, zet Marius Touwen het bedrijfsonderdeel van arbodiensten voort. “Ik ben systematisch gaan bouwen aan wat nu Zorg van de Zaak is. Verzuimbegeleiding alleen is te kaal. Als je niet verwijst naar specialisten, als je niet gelooft in dat het beter gaat worden. Kijk, je kunt klankschaaltherapie doen - Touwen lacht - maar dan weet je zeker dat het niet helpt.”

Dus u ging op overnamepad?
“Ja. Wat hebben wij niet, daar heb ik een lijstje van gemaakt. Bedrijfsmaatschappelijk werk, psychische zorg, verslavingszorg. Ik heb expertises verzameld rond verzuim. Neem verslaving, 10 procent van de bevolking kampt daarmee. Schuld en verslaving spelen vaak een rol bij verzuim. Ik wil ondersteuning kunnen bieden.”

Waarom koopt u die expertise alleen maar via overnames?

“Ik had direct door dat groei op eigen kracht niet werkte als je groter wil worden. Bedrijven wisselen niet zo gauw van arbodienst.”

Maar wat moet u dan met een ziekenhuis?
“Ik vind het machtig mooi. Het kan allemaal zoveel beter. Ik ben zelf vanaf mijn achtste levensjaar heel veel in ziekenhuizen geweest. Ik heb wat ervaring. Op mijn dertiende was ik zelfs vergeten in de operatiekamer omdat er een spoedgeval tussen kwam. Ze lieten me tot ‘s avonds laat daar liggen.”

In de operatiekamer?
“Ik stond in zo’n verkoeverruimte. Ik kon niets zien. Mijn onderkant was al helemaal verdoofd. Ik was helemaal over mijn toeren, dat zijn nog nachtmerries voor mij. Met die ramen en die meeuwen. Ik ben alleen maar dankbaar dat zuster De Koning mij heeft mij gered. Die heeft mij gevonden en teruggebracht naar de afdeling.

Begrijp me goed, toen heb ik niet gedacht: dat ga ik later beter doen. Maar het heeft wel een soort preoccupatie bij mij teweeggebracht. Als ik in een ziekenhuis kom tel ik de mensen in de wachtruimte. Dan tel ik twintig mensen en denk ik: hoe kan dat in godsnaam? Dat is volstrekt niet nodig. Ik heb ook wel eens meegemaakt dat de arts een extra college moest geven en dat alle wachtenden een nieuwe afspraak moesten maken. Dan denk ik: ik zou het mooi vinden als ik daar wat kan verbeteren. Niet medisch hoor, daar heb ik geen verstand van.”

Maar wel in logistiek en met dienstverlening?
“Ja. In Zwolle - ik kan weer een voorbeeld van mezelf geven - kreeg ik een tweede longoperatie. Ik wist: ik wil niet meer op een tweepersoonskamer. Tsja, werd er gezegd, daar bent u niet voor verzekerd. Dat weet ik, zei ik, geen probleem, ik betaal wel. Nou, moeilijk, moeilijk. Het ziekenhuis moest het uitzoeken, en uiteindelijk was dan duidelijk dat het iets van omgerekend 200 euro per nacht kostte. Ja, is prima. Ik hecht eraan, dus graag. Toen ben ik alleen op een kamer gekomen. De afspraak was dat ik het zelf zou betalen.

Ik heb vier keer gereclameerd bij het ziekenhuis of ik privé nog een keer die nota kreeg. Ik wilde gewoon afrekenen. Het voelt niet lekker als je nog een rekening open hebt staan en je komt daar voor controle. Ik maar bellen, bellen. Uiteindelijk belde een boekhouder van het ziekenhuis: ja mijnheer, wij krijgen het niet voor elkaar. Laten we maar zeggen dat u een mooie tijd heeft gehad.”

U gaat een ziekenhuis flexibeler maken?
“Je ziet heel vaak in de zorg dat iets niet in een systeem past. Maar het kan soms ook om hele kleine zaken gaan die beter kunnen. Ik lag ooit naast een vrouw in het ziekenhuis. Die had zo’n zin in een glaasje wijn. En dat mocht niet! Gewoon één glaasje wijn. Maak het toch leuk voor elkaar. Maak gebruik van apps voor afspraken in het ziekenhuis. Waar je je moet melden, wanneer je moet melden. Dan kan wel op het vliegveld, waarom dan niet in het ziekenhuis? Je moet meer vanuit de patiënt denken. En uiteindelijk verdien je eraan. Hoe beter de logistiek, hoe korter mensen in het ziekenhuis zijn, hoe goedkoper het is.

Al die ruis in het ziekenhuis kost arbeidskrachten. Je kunt ook wat aan beleving doen. Dan zie ik al die kale deuren waar bedden steeds tegen aanstoten. Dan denk ik: doe er wat aan. Doe er een strip op, helemaal niet duur. Kost 95 euro per deur. Dit klinkt heel klein, maar ik denk dat je daar wel de oorlog mee gaat winnen. ”

Waar zit de kruisbestuiving tussen uw bedrijfsartsen en het ziekenhuis in Beverwijk?
“Als je nu probeert afspraken te maken met ziekenhuis lukt het niet. Een bedrijfsarts heeft nu geen snelle ingang bij de specialist. Dan moet hij weer terug naar huiarts, die zegt dan: we kijken het eerst eens veertien dagen aan.”

Maar kunnen uw artsen dan straks voordringen in Beverwijk?
“Nee. Dat is verboden. Voorkruipzorg noemen ze dat, een mooi begrip. Als je dat doet, ben je uit de sector. Mag volstrekt niet. Maar wat wel kan: iemand komt bij bedrijfsarts met een hartprobleem en die bedrijfsarts twijfelt aan de diagnose. Dan kan de bedrijfsarts in overleg met de cliënt zelf en het bedrijf doorverwijzen naar de cardioloog. Dat mag wel, dat kun je beter organiseren. Maar dat geldt alleen voor mensen in een straal van vijftig kilometer rond Beverwijk.

Je loopt snel tegen regels aan. Als een bedrijfsarts doorverwijst naar een specialist betaalt de verzekeraar het niet. Dus je moet eerst terug naar de arts voor een verwijzing. Overigens heeft Beverwijk een status van wereldallure. Wij zijn de specialisten van de huid. En dat zou je wel commercieel wat meer mogen uitbouwen als je daar zo wereldberoemd mee bent.”

Duurde de overname van Beverwijk lang?

“Er zijn veel momenten geweest waarbij ik dacht: krijg de kolere. Het duurt te lang, je moet veel geduld hebben. Dan zei ik tegen Jeroen [bestuursvoorzitter Jeroen van Roon van het RKZ Beverwijk, JW]. Hou maar op, dit wordt toch helemaal niets. Een ziekenhuis heeft zoiets: lever jij het geld maar, dan regelen wij het wel.”

En met artsen in de maatschap

Touwen zucht en lacht tegelijk.
“Ik ben natuurlijk tegen maatschappen. Want het is gewoon niet praktisch om een winkel in een winkel te hebben. Maar ze zijn er nu eenmaal, ook in Beverwijk. Dus daar ga ik niet aan morrelen. In Beverwijk krijgen alle maatschapsleden, vrijgevestigde artsen en medisch specialisten in loondienst zeggenschap via aandelen.

We krijgen ook een medicus in de raad van bestuur. Financieel heb ik het liefst dat ze hun nek uitsteken en ook financieel als aandeelhouder gaan participeren. Ik probeer dat te bevorderen door artsen in loondienst die mogelijkheid te bieden. Dit kan een prikkel zijn voor maatschapleden om ook in loondienst te gaan vanaf 1 januari 2015.”

U stort geld, maar wat voor zekerheid heeft u?
“Weinig tot niets. Wij kunnen leden van de raad van toezicht vervangen. Dat is het voor nu. Maar het laatste wat wij nu kunnen gebruiken is commotie in het ziekenhuis. Zij zijn op eigen kracht al een stuk gezonder geworden. Dus het is ons ondernemersrisico. Ik vind ondernemers overigens altijd zo zielig doen over zo’n risico. Als je zo’n lening verstrekt, heb je het. Wat is nu mijn grote risico? Dat ik het geld kwijt raak. Eet ik dan een ander biefstukje? Rijd ik dan een andere auto? Dat geld heb ik gewoon. Dan ben je het kwijt, en? Als je in de bijstand zit en je krijgt een boete, dat is veel zwaarder.”

“Het belangrijkste is dat ik iets kan neerzetten, want zo ijdel ben ik dan ook weer, dat een doorbraak wordt in Nederland. Dat is mijn drijfveer. Stel nou, want dat is natuurlijk wel mijn gedachte, dat ik wat meer ziekenhuizen krijg. Met een soort basisziekenhuis en meerdere locaties in het land. Wie weet zegt men dan over twintig jaar, die Marius, wat een gouden visie. Maar het kan ook dat het een hele domme zet was.”