Van de ekster die pikt en de ongelovige biologen

Onzin was het, al die tijd. De ekster stéélt geen blinkende voorwerpen. Hij pakt soms zomaar een leuk dingetje weg, zoals de raaf en de kraai en de kauw ook doen, maar er zijn geen aanwijzingen dat hij een speciale voorkeur heeft voor blinkende voorwerpen. Die gouden ringen en zilveren theelepels: het was een verzinsel.

Vorige week zuiverden biologen van de universiteit van Exeter in Animal Cognition de naam van de ekster als juwelendief. Voor het eerst in de geschiedenis was de proef op de som genomen. Acht opgesloten wilde eksters moesten voortaan hun meelwormen eten terwijl daar een hoopje blinkend verzinkte houtschroeven naast lag. Of schroeven die matblauw waren geverfd. Ze bleken totaal niet geïnteresseerd en aten hun wormen als vanouds. Met smaak.

Een uitgebreidere proef met wilde eksters op het universiteitsterrein leverde al even weinig op. Op acht uiteenliggende plaatsen werden eksterpaartjes gevoerd met pinda’s en soms lag daar dan zo’n hoopje schroeven naast, of wat ringetjes zilverpapier of stukjes aluminiumfolie, maar alleen in hoge uitzondering werd zo’n voorwerpje even beetgepakt. Van enthousiasme was geen sprake, eerder van achterdocht. Het eten ging aarzelender. De onderzoekers noemen het object neophobia.

Dat is wat er over is van de oude mythe: ekstervrees voor onbekende voorwerpen. De vraag is dus: waar kwam dat oude vooroordeel vandaan, hoe oud is het überhaupt? Toni Shephard en zijn Exeterse collega’s hebben er wat naar gegoogled maar kwamen niet ver. De eksterinformatie van de twee laatste eeuwen is zwaar vervuild door het succes van Rossini’s opera De diefachtige ekster (La gazza ladra) die in 1817 voor het eerst werd opgevoerd. Het is een melodrama waarin een ekster een zilveren lepel steelt en een dienstmeisje tot de dood wordt veroordeeld. ’t Loopt gelukkig net goed af.

Wat was er vóór Rossini? Natuurlijk het toneelstuk La pie voleuse van Caigniez en d’Aubigny waar Rossini van uitging. Het werd in 1815 voor het eerst opgevoerd. Nog in hetzelfde jaar ging het als The maid and the magpie in Engeland in première. De site books.google.com laat zien dat het thema (diefachtigheid van ekster leidt tot valse beschuldiging) al zeker sinds 1780 wordt gebruikt, het leent zich ook bij uitstek voor moraliserende stukjes in schoolboekjes. In veel verhalen wordt verwezen naar het Parijse voorstadje Saint-Jean-en-Grève waar werkelijk een ekster en dienstmeisje in de ongelukkige samenhang zouden hebben geleefd.

Vroegere verwijzingen naar de diefachtigheid kon books.google nauwelijks vinden. Een verzameling fabels uit 1732 vertelt nog hoe een ekster een goudstuk stal van een vrek (The miser and the magpie). Of het een heel oude fabel is wordt niet duidelijk, er lijkt geen verband met La Fontaine of Aesopus. Ook bij Grimm en Perrault en Jacob van Maerlant werd afgelopen week niets over diefachtige eksters gevonden. In het verre verleden werden de vogels vooral in verband gebracht met babbelzucht (Shakespeare: and chattering Magpies in dismal discord sung) en ongeluk of de dood. Dat laatste misschien omdat ze van kadavers eten? Bruegel schilderde in 1568 ‘De ekster op de galg’.

Een Duitse internetsite suggereert dat de mythe van de diefachtige ekster pas in de Middeleeuwen ontstond. Maar dat blijkt, bij nader inzien, toch niet het geval. Plinius de Oudere schrijft al kort na Christus dat de ekster ‘de enige vogel is die zich schuldig maakt aan diefstal van goud en zilver’ en Cicero wist het nog eerder: vóór Christus. Er komt geen dienstmeisje aan te pas, het is sec wat het is: blinkende munten stelen.

Plinius was geen fantast. Zou het kunnen dat de biologen in Exeter te snel waren met hun conclusie? Op heel internet vonden wij maar twee recente verslagen van eksters die blinkende voorwerpen stelen, schrijven ze. De Manchester Evening News berichtte in 2007 dat een tamme ekster de steeksleutels pikte van garagehouder Terry King. Kings sympathie voor de ekster leed er zo te zien niet onder.

Nummer twee is mevrouw Julia Boaler, ‘project worker’ in Sheffield die haar platina trouwring van 5.000 pond kwijt raakte toen ze even douchen moest. Ze vond de ring met peervormige diamant drie jaar later terug in een eksternest in een grote eik. Het staat in The Telegraph van augustus 2008. In 2012 vinden we Julia (dress size 10 and bra size 34c) terug in een kingsize onderbroek op de site van de Mail Online en verderop op internet zien we Julia watten eten (Julia eats cotton). Dit jaar haalde ze Woman Magazine met ‘secret surgery’. Julia maakt veel mee. Ze heeft ook een nieuwe partner.

Verder was er nog een dame in Australië die 900 dollar van de verzekering eiste als vergoeding voor de Gucci-zonnebril die door een ekster was gestolen (Perth Now, 2011). De verzekering weigerde maar wie durft haar van oplichting te betichten? Van belang is dat de Australische ekster niet verwant is aan de Europese, het is zelfs geen kraaiachtige. Dat is ook de zwakte in het antwoord van bioloog Steve Lolait in Bristol op de vraag waarom eksters van blinkende dingen houden (askabiologist.org.uk): hij zag ze in Australië.

Het is – inderdaad – een mirakel hoe weinig Google over diefachtige eksters weet te vinden. Steelt de ekster dus echt niet of wordt het wangedrag tegenwoordig onbelangrijk gevonden? Nee, YouTube geeft mooie voorbeelden van eksterinteresse voor blinkende dingen. Let op het enthousiasme van de filmers. Misschien biedt Brehms Tierleben van 1914 al de oplossing van het raadsel: het zijn bij uitstek tamme eksters die stelen. Wie heeft er nog een tamme ekster?

    • Karel Knip