Open deuren

In de gesprekken die ik voer met ondernemers en managers vraag ik graag wat er op hun nachtkastje ligt. Wat lees je om je vakmatig te ontwikkelen? Welk managementboek heeft invloed op je gehad? Regelmatig krijg je dan een verontschuldigend antwoord. Vooral van ondernemers. Geen tijd om te lezen. Maar minstens zo vaak wordt er assertief gereageerd. Managementboeken? Die staan vol met clichés. Open deuren waar je niets aan hebt.

Pas de laatste maanden durf ik hardop te vragen wat ik eigenlijk al heel lang denk. Nóém dan eens een paar van die open deuren. Niet achteraf, maar vooraf. Noem bijvoorbeeld eens een rijtje basisstrategieën waaruit ondernemingen kunnen kiezen. Of noem eens acht stappen om collega’s mee te nemen in een verandering.

Vaak blijft het dan stil – goed voor de sfeer is die vraag nooit. Soms wordt de aanval nog wat steviger ingezet: wie gelooft er nou in stappenplannen?

Achter al die assertiviteit gaat soms ouderwetse luiheid schuil. Geen zin om te lezen over je vak als je ook je tijd kunt besteden aan leukere dingen. Het bagatelliseren van het studiemateriaal beschermt dan tegen een dreigend schuldgevoel.

Soms is er ook snobisme in het spel: ik lees wel, heel veel zelfs, maar zeker geen managementboeken. Voor het leiden van een organisatie putten sommige bestuurders veel liever uit ‘literatuur’ of ‘kunst’ in het algemeen. Eigenlijk is dit niet alleen snobisme, maar ook een interessant staaltje zelfoverschatting. Want wie anders dan een ronduit briljante, creatieve geest is in staat om uit Dostojevski inspiratie te putten voor het verkopen van meer mobiele telefoonabonnementen? Of om via de visuele input van Gilbert & George uit te komen bij een strak doorgevoerde reorganisatie? Laat ik eerlijk zijn: mij lukt het niet.

Toch gek. Veel professionals met een verantwoordelijke baan moeten zich verplicht jaarlijks laten bij- en nascholen. In sommige vakgebieden is het daarnaast een vereiste om evidence based te werken. Een arts kan zich niet beroepen op zijn museumjaarkaart. Maar hele volksstammen managers komen er mee weg dat ze in het geheel geen kennis bezitten op het gebied van – bijvoorbeeld – psychologie, terwijl ze dagelijks bezig zijn met onderwerpen als keuze, motivatie en gedrag.

Aan de andere kant: ook wie af en toe wél een managementboek of tijdschrift inkijkt, heeft soms dat ‘open deur’-gevoel, zelfs al lees je iets nieuws. Maar ook dat is niet gek. Onderzoeker Baruch Fischhoff doopte dit fenomeen de ‘hindsight bias’. Na het verkrijgen van nieuwe informatie, na het plaatsvinden van een gebeurtenis, hebben we vaak het gevoel dat we al wisten hoe het zou aflopen. „Dacht ik ’t niet. Logisch”, zeggen we dan.

Fischhoff liet in zijn experimenten onder meer zien dat mensen allerlei informatie – verhalen, nieuwsberichten, uitkomsten van voorspellingen – die als waar wordt gepresenteerd, stelselmatig als logischer ervaren dan andere informatie. Los van de vraag of iets écht waar is.

Tja. Dit betekent ook dat veel mensen zelfs van Fischhoffs werk zullen denken: open deur. Maar je kunt daar iets aan doen. Een leuke manier om zelf te onderzoeken of je echt iets nieuws hebt geleerd – uit een managementboek of andere bron – is om vooraf een paar verwachtingen te noteren, dan pas te lezen en achteraf te kijken of de open deur echt in het boek zat, of vooral in je hoofd werd gecreëerd.

    • Ben Tiggelaar