Ook een slang wil niet vallen

Illustratie Irene Goede

Zou een wurgslang hoogtevrees kunnen hebben? Je kunt het je haast niet voorstellen als je er een in de dierentuin ziet.

Een python van een paar meter lang en zo dik als je vuist, die koelbloedig en geruisloos door een boom glijdt. Die weet waarnaar hij op weg is: naar een hagedis of eekhoorn op een tak. Die gaat hij vastgrijpen, er zijn lijf omheen draaien en wurgen. Akelig, maar wel knap.

Zo’n stoere slang is misschien toch een beetje bang om uit de boom te vallen. Biologen waren heel verrast toen ze dat laatst ontdekten. Ze wilden weten hoe stevig een python of een boa constrictor (dat is ook zo’n grote dikke wurgslang) zich vasthoudt aan een tak als hij aan het klimmen is. Ze hadden voor de slangen een speciale klimpaal gemaakt waar meetgereedschap in verstopt zat. Dat gereedschap voelde hoe hard de slang zich aan de paal vasthield.

Het was snel duidelijk: alle tien slangen die meededen, zaten veel te strak om de paal. Ze drukten wel vijf keer te hard. Nu kunnen wurgslangen natuurlijk heel hard knijpen. Maar die slangen hadden het veel rustiger aan kunnen doen, zonder te vallen. Daar zouden ze minder moe van worden.

Blijkbaar namen de slangen het zekere voor het onzekere. Wij mensen doen dat ook als we klimmen: we houden ons extra stevig vast aan alle randjes en uitsteeksels. Maar ja, wij zijn dan ook geen klimmers. Wurgslangen hangen de hele dag in bomen.

Het is raar. Maar de biologen begrijpen de slangen wel, denken ze. Als een slang toch uit een boom valt, ja, dan ligt ie met een flinke hersenschudding op de oerwoudgrond – of erger. En slangen klimmen niet zo vaak in verticale stammen of takken. Dan is het ook niet zo erg om eventjes flink hard te werken.