Onzekerheid werkt maar voor enkele hoogvliegers Nee

Wie flexibele arbeid voor vrijheid houdt, heeft het mis. Onzekerheid op de arbeidsmarkt leidt tot pompen of verzuipen. En daar heeft niemand wat aan, ook de economie niet, meent Jeroen van Baar.

Onzekerheid is een terugkerend thema in de natuurwetenschap. Toen Werner Heisenberg in 1927 zijn onzekerheidsprincipe opschreef, stelde hij vast dat een natuurkundige nooit de snelheid én de positie van een deeltje tegelijk te weten kan komen. En in de scheikunde heerst de entropie: de mate waarin deeltjes gelijkmatig (en dus ongeordend) verdeeld zijn over de wereld om ons heen.

Dat de natuur chaotisch is, weet de mens maar al te goed. Al tweehonderdduizend jaar probeert onze soort zijn leefomgeving in de hand te houden. Met vuur, landbouw en industrialisatie werden onzekerheden als onderdak, veiligheid en voeding langzaam maar zeker verslagen.

Zo moeten we zekerheid dan ook zien: als overwinning van de mens op de natuur. Dankzij de zekerheden die we de afgelopen honderd jaar hebben verworven, hoeven we ons niet langer continu bezig te houden met overleven op de korte termijn en krijgen we de kans om beslissingen te nemen die goed zijn voor onze toekomst.

Hersenonderzoek onderschrijft dit. Bij mensen die onzeker zijn over hun inkomen, zorgt stress voor een minder goede werking van de frontale hersenschors. Daardoor nemen ze slechtere beslissingen voor de langere termijn – terwijl juist mensen in financiële problemen het zich niet kunnen veroorloven om onverstandig te handelen. Verschaf je deze mensen enige zekerheid over hun inkomen, dan stel je hen in staat om betere financiële afwegingen te maken en zo beter terecht te komen. Een samenleving die wil dat iedereen op eigen benen staat, kan dus het best zekerheden creëren.

Veel mensen in Nederland kunnen echter niet altijd rekenen op een inkomen. Onder mijn leeftijdgenoten zijn onbetaalde posities en tijdelijke contracten aan de orde van de dag – zowel voor de vulploeg van de Albert Heijn als voor de high potentials die als stagiair beginnen bij Heinz of Unilever. Wie in zulke onvoorspelbaarheid leeft, krijgt niet de kans om een huis te kopen, een reis te plannen of een gezin te stichten. Dat is slecht voor de werknemer, maar ook voor de economie: om de huizenmarkt uit het slop te trekken moeten we juist zorgen dat veel consumenten vol vertrouwen een hypotheek durven af te sluiten.

Dat sommigen toch pleiten voor meer ‘flexibele arbeid’, is wel herkenbaar. Zekerheden kunnen beknellend aanvoelen. Dat begint al bij het ongemak van een puber voor het huishouden van zijn ouders. Zo kan een starre arbeidsmarkt voor een bedrijf, een carrièretijger of een rechtse politicus aanvoelen als een dwangbuis voor innovatie en creativiteit.

Het probleem met zulke argumenten is dat ze vrijwel altijd afkomstig zijn van mensen die op zekerheden kunnen rekenen. Het ouderlijk huis verlaten op je achttiende, zoals in Nederland gebruikelijk is, komt veel minder voor in culturen met een lagere welvaart. Onvrede over strenge arbeidswetten wordt vaak geuit door jonge, hoog opgeleide of rijke mensen, die toch al een goede kans maken om zich te redden in een onzekere banenmarkt. Als freelancen in de Coffee Company je wel ligt, is het geen wonder dat je de noodzaak van een zekere loopbaan niet ziet.

De verdienste van arbeidszekerheid bestaat echter in de duizenden individuen die erdoor in vrijheid kunnen leven. Werknemers die zich beschermd weten tegen plotseling ontslag of wisselende lonen kunnen zonder angst hun leven inrichten zoals zij dat willen. Juist dit zouden we moeten omschrijven als ‘liberalisering’: niet de vrije invulling van arbeidscontracten, maar die van mensenlevens.

Ook de inhoud van het werk zelf profiteert van stabiliteit. We willen toch dat de thuiszorgmedewerker een praatje maakt met zijn cliënt en hem de steunkousen aantrekt, ook al is dit niet in zijn takenlijst opgenomen? Dat zal alleen gebeuren als de baan van de verzorger niet op het spel staat.

Kortom, zekerheid is vrijheid, onzekerheid een juk. Onzekerheid is geen kant op kunnen, is pompen of verzuipen. Zekerheid leidt daarentegen tot altruïsme, tot zelfontplooiing en tot het nemen van betere beslissingen. Er zijn natuurlijk mensen in Nederland die met minder zekerheden toekunnen. Maar laten we hun geluk niet als reden gebruiken om de belangrijkste menselijke verworvenheden af te nemen van miljoenen anderen.

    • Jeroen van Baar