Onzeker? Wankelmoed is de nieuwe deugd

Iedereen verlangt gretig naar de echtheid van de ander, maar bewaakt tegelijk vakkundig het eigen ‘merk’, merkt Désanne van Brederode. Wankelmoed kan daar wellicht verandering in brengen.

Het toegeven van fouten is nooit erg eenvoudig. En het is misschien nog moeilijker om vóór je een fout maakt, te bekennen dat je iets niet weet, wilt of kunt – zeker wanneer anderen lijken te verwachten dat juist jij wel raad zult weten met een bepaalde vraag.

Het is strelend om te worden aangesproken als de (ervarings)deskundige of de expert die je meent te zijn. Voor je er erg in hebt, spring je in de gewenste houding en doe je je kunstje – ja, ook wanneer je de antwoorden eens een keer niet weet, of evenveel vragen hebt als degenen die jou hebben aangesproken op je verstand van zaken.

Natuurlijk, je wilt niemand teleurstellen. Je wilt niet onzeker lijken, door openlijk te aarzelen, te twijfelen, te zoeken, te stamelen. Je wilt niet onbetrouwbaar overkomen, onvoorspelbaar, onvolwassen, of alleen al wankelmoedig. Anderen moeten in één oogopslag kunnen zien waar ze met jou aan toe zijn.

Maar het wordt lastig als je zelf gaat geloven in je rol en kritiek pareert met de uitroep dat ‘men’ jou maar moeten nemen zoals je bent. Take it or leave it. Want daarmee teken je voor verstarring.

Wie goed luistert, hoort soms getypecaste profielen tegen elkaar praten, in plaats van veelkleurige, altijd raadselachtige individuen. Ieder van hen verlangt gretig naar de echtheid van de ander, maar bewaakt tegelijk vakkundig het eigen ‘merk’, waaraan soms jarenlang hard is gewerkt.

Het recht op vrijheid van meningsuiting lijkt soms tot een verstikkende plicht te worden. Je moet overal direct een mening hebben, liefst een originele, verpakt in een luid nagalmende oneliner. Wie zich eerst in stilte wil bezinnen, verspeelt zijn plek op de bühne. Is de spotlights en de aandacht eigenlijk niet waard. Over vrijheid gesproken…

Van verrassende ontmoetingen en nieuwe inzichten is hierdoor eigenlijk zelden nog sprake.

Verwondering en ontroering, humor en medeleven krijgen geen kans, daar waar mensen vastbesloten zijn om de regie over zichzelf en het gesprek te houden en hierbij zelfs hun spontaniteit levensecht acteren of beter nog: imiteren, van eerdere keren, in de wetenschap dat ze er toen succes mee oogstten.

Wankelmoed, als nieuwe deugd, kan daar wellicht verandering in brengen. Wie de moed heeft om als eerste zijn ongelijk toe te geven, of te bekennen dat hij eigenlijk zomaar iets riep terwijl hij zich nooit in het onderwerp heeft verdiept, of simpelweg aan een ander durft te vragen ‘ik snap het niet, wil jij het me eens uitleggen?’ riskeert gezichtsverlies.

Maar juist daarmee ontwapent en ontspant hij onbedoeld de andere personen in het gezelschap – ook tot zijn eigen verbazing. Opeens kan het tussen mensen écht ergens over gaan. Wordt de sfeer lichter, vriendschappelijker, speelser, leerzamer.

Niemand is meer bezig met de vraag ‘waar staan we ten opzichte van elkaar?’ want er zijn geen granieten standpunten meer. Geen hoekige kaders, geen sokkels. Er komt iets in beweging, eindelijk. Je ontdekt samen een richting en gaat ergens naartoe.

Rechtop, dat wel. Maar niet meer stram en krampachtig gevangen in het ijzeren imago dat tegelijk je zelfbeeld was.

Je bent niet langer dit of dat, maar een persoon in wording en nooit af.

Dat houdt de interesse gaande, wederzijds.

    • Désanne van Brederode