Net niet meer aan de ketting

Afghanistan is een natie met littekens. Toch is er maar één psychiatrisch ziekenhuis. Terwijl een getraumatiseerde strijder die zijn kinderen slaat, zijn gezin weer nieuwe trauma’s bezorgt. tekst Joeri Boom

‘Ik ben de president van Afghanistan”, zegt Abdurranik (19). Hij klinkt opgewekt. Om hem heen schaart zich intussen een groepje verpleegkundigen-in-opleiding. „Er zijn anderen die voor mij spreken”, gaat hij verder. „Ik heb heel veel tongen.”

Naast zijn bed staat Abdurraniks 21-jarige broer. Die vertelt dat de jongens hun ouders verloren tijdens een Amerikaans bombardement, toen eind 2001 de oorlog tegen de Talibaan en Al-Qaeda losbarstte. Daarna begon Abdurranik stemmen te horen. „Soms denkt hij dat hij een Amerikaanse militair is. Vandaag is hij dus de president.”

Abdurranik ligt in het Mental Health Hospital in Kabul. Het is Afghanistans enige psychiatrische ziekenhuis. Het telt 60 bedden, en een te verwaarlozen budget. Zoek op internet naar ‘Afghanistan’ en ‘mental health’ en je vindt vooral gegevens over getraumatiseerde buitenlandse militairen. Russen uit de jaren tachtig, Amerikanen, Britten en Nederlanders uit het afgelopen decennium. De NAVO-troepen zullen eind dit jaar vrijwel allemaal uit Afghanistan zijn vertrokken.

Maar wat laten ze achter?

Hoewel de stress in Afghanistan immens is, en er sinds 1979 onafgebroken wordt gevochten, is de geestelijke gezondheidszorg er nauwelijks ontwikkeld. Het overvolle psychiatrische ziekenhuis kan bij lange na niet in de vraag voorzien. Volgens experts zijn alleen al in Kabul minimaal vijf keer zoveel bedden nodig als deze 60. Op de polikliniek melden zich dagelijks meer mensen dan de artsen aankunnen. Van de 128 ziekenhuismedewerkers heeft vrijwel niemand een opleiding voor de geestelijke gezondheidszorg.

De tien bedden in de zaal waar ook Abdurranik ligt, zijn allemaal bezet. Sommige patiënten slapen, anderen kijken met holle ogen naar de ondervraging van de ‘Afghaanse president’. Eén patiënt ligt op zijn rug en staart naar het plafond. Hij is vastgegespt. Hij werd psychotisch nadat zijn minibusje op een explosief van de Talibaan reed. Hij verloor twee zoons, een dochter en zijn vrouw.

We gaan u slaapmiddelen geven

In 2002, vlak na het verdrijven van de Taliban, deden Amerikaanse psychiaters onderzoek. Het leverde tot nog toe de enige betrouwbare cijfers op voor Afghanistans psychologische problemen. De uitkomst: 42 procent van de volwassen bevolking leed aan PTSS (posttraumatische stress-stoornis), 68 procent vertoonde tekenen van depressiviteit en 72 procent had last van angsten. Een schatting van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2004 >> >> houdt het erop dat ruim 60 procent van de Afghaanse bevolking van 28 miljoen mensen mentale problemen heeft.

„Die cijfers zijn ruim tien jaar oud”, zegt dokter Hafizullah Faiz. Hij werkt al zo’n tien jaar als psycholoog in het Mental Health Hospital in Kabul. „In de tussentijd is de oorlog veel heviger geworden en zijn de psychische problemen toegenomen. De laatste tijd zien we dat mensen vooral door armoede en hopeloosheid, versterkt door de oorlog, angstig en depressief worden.”

In een van de behandelkamers zit Wazir Mohammed (51), ineengedoken, een man uit de provincie Parwan. Hij klaagt over vergeetachtigheid en lusteloosheid. „Ik ben leraar. Ik kan mijn vak nauwelijks meer uitoefenen omdat ik zoveel vergeet.” Hij heeft tien kinderen en hij maakt zich zorgen over de toekomst. „Hoe moet het met mijn gezin als ik word ontslagen?”

„U bent angstig”, zegt de dokter. „Dat is niet vreemd in uw situatie. We gaan u slaapmiddelen geven en u moet hier wekelijks komen voor een therapie.”

„Therapie?”, vraagt de leraar. Hij kijkt bang.

„Gesprekken met een psycholoog”, legt de arts uit. „Zodat u uzelf beter begrijpt. U zult ervan opknappen.”

Plannen op papier

In Afghanistan worden mensen met psychische stoornissen door hun familie vaak verstoten, of vastgebonden en opgeborgen in een donker kamertje. Het team van het psychiatrische ziekenhuis probeert het stigma te doorbreken door geregeld op te treden in radio- en televisieshows. Mannen die getraumatiseerd zijn door de oorlog, en grote moeite hebben hun grote gezinnen te onderhouden, grijpen vaak naar geweld, zegt Faiz. „Vrouwen vertellen ons dat hun man strijder is geweest, de controle verliest en hen slaat, en vaak ook de kinderen. Na afloop schaamt zo’n man zich vreselijk, maar later doet hij het opnieuw. Dat veroorzaakt nieuw trauma bij moeder en kinderen.”

Goede psychiatrische zorg is ook een veiligheidskwestie. Volgens experts rekruteren de Taliban zelfmoordcommando’s gericht onder mensen die alle hoop op een normaal leven hebben verloren, onder depressieven. Het is een vicieuze cirkel: aanslagen gepleegd door getraumatiseerden, leiden tot meer trauma en daarmee tot meer aanslagen. ‘Deze cyclus heeft tot gevolg dat verzoening en het uitzicht op een vreedzame samenleving buiten bereik lijken te komen’, schrijft de Afghaanse minister van Gezondheid in een recent rapport.

Het ziekenhuis in Kabul moet het psychiatrische ‘center of excellence’ worden van waaruit nieuw opgeleide psychiaters en psychiatrisch verpleegkundigen uitzwermen over de 34 provincies van Afghanistan. Die plannen bestaan vooralsnog slechts op papier. In 2006 beloofde de Afghaanse minister van Gezondheidszorg dat er in elk regionaal ziekenhuis dertig bedden voor psychiatrische patiënten zouden komen, twintig in elk provincieziekenhuis en tien in elke districtskliniek. Er kwam niets van terecht.

De EU steunde het ziekenhuis in Kabul tot nog toe met 4,1 miljoen euro: een half miljoen werd uitgegeven aan de verbouwing en een nieuw paviljoen, de rest werd besteed aan psychiatrische opleidingen en de ontwikkeling van een curriculum.

Geen kettingen meer

„Het gaat langzaam”, zegt Cecilia Costa, een Portugese die een deel van de EU-hulp coördineert. „Afghanistan heeft een enorme achterstand. Vrijwel al het geschoolde psychiatrisch personeel is Afghanistan ontvlucht. In het hele land zijn niet meer dan 40 psychologen en twee psychiaters werkzaam.”

„Vier jaar geleden ketenden we nog mensen vast. We wisten niet beter”, zegt Dr. Timono Shah Musamim, de directeur van het ziekenhuis. „Er was een winkel hiertegenover waar we allerlei soorten kettingen konden kopen. Die is nu failliet.”

Hij laat twee splinternieuwe cellen zien waarvan de muren zijn afgedekt met zacht materiaal, voor agressieve patiënten. „Afghanistans eerste isoleercellen”, zegt hij trots.

Toch rinkelen buiten de kettingen nog steeds. Ze zijn bevestigd tussen de handen en de voeten van een kaalgeschoren man in vieze kleding. Hij wordt bewaakt door een gewapende politieagent. „Hij is gevaarlijk”, zegt de agent. „Hij heeft iemand neergestoken.” <<