Nederlander al weken in Thaise cel na verzoek OM

Coffeeshophouder Jan van L. zit, zegt zijn advocaat, als gevolg van misleiding door het OM onterecht vast in Bangkok. „Het is daar de hel op aarde.”

Jan van L. stuurde zelf een foto van zijn cel in Bangkok.

De oprichter van de Grass Company (eigenaar van vier coffeeshops in Tilburg en Den Bosch) Jan van L., zit als gevolg van „eenzijdige en misleidende voorlichting van het Nederlandse OM” al vijf weken „onder de meest erbarmelijke omstandigheden” gedetineerd in de Bangkok Remand Prison, in de Thaise hoofdstad.

Dit zegt advocaat Gerard Spong, die Van L. (53) vorige week in de Thaise gevangenis bezocht. De Nederlander, die volgens Spong al sinds 2008 in Thailand woont, is aangehouden nadat de Thaise justitiële autoriteiten door het Openbaar Ministerie (OM) in Breda waren geïnformeerd over een groot strafrechtelijk onderzoek naar coffeeshops in Noord-Brabant.

In Nederland zijn in dit onderzoek geen verdachten aangehouden. Volgens officier van justitie Lucas van Delft was het ook uitdrukkelijk niet de bedoeling dat Van L. in Thailand zou worden gedetineerd. In een rechtshulpverzoek vroeg het OM slechts om Van L. „uit te nodigen voor verhoor”. Op grond „van informatie uit het Nederlandse onderzoek”, aldus officier Van Delft, begonnen de Thaise collega’s ook „zelfstandig” een onderzoek. Dat leidde tot de aanhouding van Van L. en zijn 35-jarige Thaise vrouw. Van Delft schrijft dit in een e-mail van 23 juli aan de advocaten.

Van Delft leidt een al drie jaar lopend onderzoek naar een criminele organisatie. In juli werden op twintig plekken panden doorzocht en in verschillende landen werd voor zo’n twintig miljoen euro beslag gelegd. Het onderzoek richt zich op hennephandel, witwassen, belastingfraude en corruptie.

Spong noemt het „schrijnend” dat Van L. nu met 30 medegevangenen vastzit in een cel van 45 vierkante meter. „Dit klemt te meer omdat voorlopige hechtenis in ons land voor coffeeshophouders die strafrechtelijk vervolgd worden, sinds een flink aantal nederlagen van het OM bij de strafrechter, een gepasseerd station is”. Het OM heeft volgens Spong Thailand in de waan gebracht met „een notoire drugsbaron” van doen te hebben.

„Thailand is niets verteld over het onbegrijpelijke en hypocriete Nederlandse coffeeshopbeleid. Coffeeshops mogen wel cannabis verkopen maar het niet inkopen of telen. Gevolg is dat Nederlandse burgers onder mensonterende detentieomstandigheden aan hun lot worden overgelaten”, aldus Spong. Van L. heeft volgens zijn advocaat sinds 2008 „geen feitelijke betrokkenheid meer bij de exploitatie en is sinds 2011 ook op geen enkele wijze meer eigenaar of aandeelhouder van de coffeeshops”.

Het OM verwerpt de kritiek. „In een lopend onderzoek is door ons een rechtshulpverzoek aan Thailand gedaan waarin wij spreken over een witwasonderzoek en aangeven dat er geen enkele aanwijzing is voor drugshandel in Thailand door deze verdachte”. Van L. wordt verdacht van lidmaatschap van een criminele organisatie, hennephandel en witwassen.

De detentie in Bangkok is volgens Spong „de hel op aarde”. Zijn cliënt beschikt slechts over een schuimrubberen matrasje van zestig centimeter breed. „Een van zijn celgenoten lijdt aan open tuberculose en AIDS. Hij krijgt twee keer per dag een kom water om zich te wassen. Zijn eten en drinken moet hij door vrienden en kennissen laten kopen in een gevangenissupermarkt. Verder heeft mijn cliënt, die lijdt aan hoge bloeddruk, zijn voorgeschreven medicijnen tot op heden niet ontvangen.”

    • Marcel Haenen