Opinie

Ga nu de straat op voor een lagere pensioenpremie

Heeft u wel eens licht in uw portemonnee? Ik niet. Ik heb nog eens extra gekeken, maar het was vrij donker daarbinnen. Jeroen Dijsselbloem zei woensdag dat het de onderhandelaars in Den Haag was gelukt wat „licht in de portemonnee” te brengen. Hij doelde op de minieme vooruitgang in koopkracht die het kabinet volgend jaar voor u en mij verwacht. Na jaren van lastenverzwaring zijn het kabinet en de constructieve oppositie (D66, ChristenUnie, SGP) zo aardig die verzwaring een tikje te verlichten.

Tja, een echte juichstemming krijg je er niet van. Zeker niet als je weet dat op ditzelfde moment in de polder onderhandelingen gaande zijn die cruciaal zijn voor de portemonnee van mensen die werken. Die gesprekken worden in alle luwte gevoerd; geen camera’s of journalisten voor de deur, geen koning of koets om een symbolisch lintje rondom het resultaat te binden. Sterker, er is waarschijnlijk maar een handvol werknemers dat er weet van heeft.

En dat is een drama. Want die onderhandelingen zijn niet alleen belangrijk voor het nettosalaris in 2015, ik ben ook bepaald niet gerust op de uitkomst. Het is hoog tijd dat u en ik zich er eens een potje mee gaan bemoeien.

Ik heb het over de onderhandelingen tussen werkgevers, pensioenfondsen en vakbonden over de pensioenpremie van volgend jaar. Gemiddeld bedraagt de premie 17,6 procent van het salaris. De werkgever betaalt doorgaans tweederde, u eenderde.

Die pensioenpremie gaat volgend jaar omlaag, zo heeft het kabinet beloofd. Dat is mooi, want dan houdt u netto meer salaris over. Het is ook logisch, omdat het kabinet de pensioenleeftijd verhoogde en de belastingvoordelen verkleint voor het opbouwen van pensioen. Minder pensioen, minder premie. Logischer wordt het niet.

Maar logisch is de polder nooit. Er is aan de onderhandelingstafel geen partij te vinden die gepassioneerd inzet op een lagere premie voor werknemers. Werkgevers willen vooral zelf minder premie betalen: dat drukt hun loonkosten en verhoogt de winstmarge. Maar dat ziet u niet terug in uw nettosalaris. Pensioenfondsen hebben de neiging de premies te houden zoals ze zijn. Zo kunnen ze hun geldbuffers spekken en verkleinen ze de kans op een nieuwe ronde pensioenverlagingen.

Blijft over: de vakbonden. Maar die hebben een lagere premie niet bovenaan hun lijstje staan. Ze maken liever de pensioenregeling wat rianter, bijvoorbeeld door vanaf een lager loon pensioen op te bouwen. Of door het nabestaandenpensioen te verbeteren. Daar hoort een hogere premie bij. Natuurlijk, áls de premie wordt verlaagd, dán moet die ten goede komen aan werknemers, vinden de bonden. Kenners van de polder schatten dat de beloofde premieverlaging maar voor de helft gerealiseerd wordt.

De Eerste Kamer was er vorig jaar al bang voor. Oppositiepartijen eisten zekerheid dat de premies echt omlaag zouden gaan. Anders zou hier goed geld verdwijnen in het zwarte gat van een pensioenstelsel, waarvan de bestuurders uit alle macht aan betere tijden proberen vast te houden. Anders zouden jongeren kunnen worden benadeeld. En anders zouden de consumptie en de economie niet worden gestimuleerd via hogere lonen.

De oplossing was de oude Haagse truc: toezicht! De Nederlandsche Bank moest streng toezien op eerlijke premies. Dat doet DNB netjes en doorwrocht met een vragenlijst die pensioenfondsen moeten invullen. In januari horen we het resultaat. Daar hebben we niet bijster veel aan: dan staat de premie al vast.

Ik zou zeggen: ga voor de deur van de onderhandelingen staan nu het nog kan. Neem een groot bord mee: MINDER PENSIOEN, DUS! LAGERE PREMIE. GAARNE!