Kweekt u zo geen luie studenten?

Alleen college geven tussen tien uur ’s ochtends en vier uur ’s middags – is dat wel een goed idee van de minister van Onderwijs? Tom van der Meer stelt haar kritische vragen.

foto kees van de veen

Het leek deze zomer een proefballonnetje: studenten moesten de spits uit. Maar afgelopen week bevestigde minister Bussemaker (Onderwijs) haar standpunt in universiteits- en hogeschoolkranten. „Universiteiten en hogescholen die niet zorgen dat studenten zoveel mogelijk buiten de spits kunnen reizen, krijgen in de toekomst mogelijk minder geld”, schreef de NOS.

De minister wil bezuinigen op de ov-kaarten en daarom studenten buiten de spits laten reizen. Maar ze wil studenten niet laten opdraaien voor deze bezuiniging. Daarom moeten universiteiten en hogescholen studenten maar vrij plannen, zodat ze buiten de spits kunnen reizen. Feitelijk betekent dit al snel dat tussen 8.00 en 10.00 uur, en tussen 16.00 en 19.00 uur geen college kan worden gegeven, terwijl contacturen toch al moeten worden verhoogd. En als onderwijsinstellingen hier niet in meegaan, worden ze – individueel of collectief – gekort.

De eerste reacties waren bepaald niet positief. Toch lijkt echte ophef uit te blijven. Dat komt wellicht ook doordat het plan zo onduidelijk is. Daarom: zes vragen voor de minister.

1 Is het logistiek wel mogelijk studenten vóór 10.00 en na 16.00 uur vrij te geven?

Laten we beginnen met het grootste probleem. De meeste hogescholen en universiteiten lijken simpelweg niet de beschikbare lokalen te hebben om zulke roosters te maken. Het is nu al vaak een puzzel om de juiste zalen te krijgen. We hebben collegezalen, seminarruimtes, computerruimtes en labs. Dat zijn geen multifunctionele ruimtes die eenvoudigweg naar believen kunnen worden omgezet. Hebben universiteiten en hogescholen überhaupt aangegeven dat dit mogelijk is? En zo nee, hoeveel moet dan worden geïnvesteerd in vastgoed om dit wel mogelijk te maken?

2 Is het wenselijk leegstand van moderne lesruimtes af te dwingen?

Als het logistiek al mogelijk is, lijkt ook de wenselijkheid van het plan twijfelachtig. Natuurlijk, als forens vind ik het idee van een rustigere spits prachtig. En het is mooi als studenten, ondanks uw bezuinigingen, niet te veel op extra kosten worden gejaagd. Maar het gevolg is wel dat vaak moderne lesruimtes een groot deel van de tijd leeg zullen staan. U bent vast bekend met de nieuwe huisvesting van Sociale Wetenschappen van de UvA op het Roeters-eiland. We hebben werkelijk prachtige nieuwe gebouwen met multimediale faciliteiten. Maar die gaan we dus voor 10.00 uur en na 16.00 uur niet kunnen gebruiken. Dat is niet alleen inefficiënt; bij elke vernieuwing zal het leiden tot onnodig extra kapitaalverlies. Is het plan daarmee niet ‘penny wise en pound foolish?’

3 Gaan welgestelde onderwijsinstellingen het meest van uw beleid profiteren?

Hogescholen en universiteiten die niet meegaan in de eis van de minister kunnen een probleem hebben. Mogelijk krijgen juist zij dan een boete. Het is niet moeilijk te bedenken welke onderwijsinstellingen daaronder het meest te lijden zullen hebben. Dat zijn die universiteiten die toch al weinig kapitaal hebben. De welgesteldere instellingen zitten vaak ruim in hun jasje. Zij zullen zonder problemen aan uw eisen kunnen voldoen. En dus wordt uw plan een verkapte subsidieregeling voor kapitaalkrachtige onderwijsinstellingen, en anders wel aan die instellingen die overactief hebben gespeculeerd op de vastgoedmarkt.

4 Bereidt uw plan studenten goed voor op het werkende leven?

Universiteiten en hogescholen hebben de doelstelling om studenten voor te bereiden op het beroepsbestaan. Dat kan zijn als onderzoeker, als ambtenaar, in de private sector of als zelfstandige. Bij een voltijdstudie worden studenten geacht een volledige werkweek aan hun studie te besteden (60 ‘ECTS’ op jaarbasis, die elk staan voor 28 uur studiewerk). Hoe reëel is dat wanneer studenten worden geacht elke dag uit te kunnen slapen tot kort voor 9.00 uur, en om 17.00 uur weer thuis kunnen zijn? Volgt minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) over enkele jaren met een bijpassend voorstel voor Arbeidstijdsverkorting?

5 Wordt academisch personeel geacht nog vaker in de avonduren te doceren, wanneer studenten minder opsteken?

Er is een uitwijkmogelijkheid: een deel van de colleges kan worden verplaatst tot na de avondspits, tussen 19 .00 en 23.00 uur bijvoorbeeld. Dat studenten in de avonduren minder opsteken dan in de ochtend, is al langere tijd bekend. Alleen daarom al lijkt het wenselijk colleges zo min mogelijk ’s avonds in te plannen. Maar ook voor de academische staf is deze mogelijkheid problematisch. Reguliere colleges in de avonduren vormen een inbreuk op de balans tussen werk en privé van docenten.

6 Met welke reisafstand moeten universiteiten en hogescholen rekening houden?

De maatregel is vooral bedoeld voor studenten die bij hun ouders blijven wonen (wat door andere bezuinigingen wordt gestimuleerd). Wie in de stad woont waar hij of zij studeert, heeft immers een fiets. Thuiswonende studenten moeten dus kunnen reizen buiten de spits. Maar wat betekent dit in de praktijk? Moet de Erasmus Universiteit rekening houden met studenten uit Leiden, Utrecht en Breda en misschien nog verder, of alleen met studenten uit de regio? Maar zelfs in dat laatste geval is de reistijd al snel drie kwartier. Denk aan die arme studenten die in het Westland wonen, of op Voorne-Putten. Moet de Universiteit van Amsterdam de colleges ophouden tot studenten uit Purmerend, Den Helder en Alkmaar zijn gearriveerd? Hoe ver mogen studenten van Groningen wonen, om toch buiten de spits te kunnen reizen? Vindt u Doesburg (40 kilometer, vijf kwartier reizen) een acceptabele woonplaats voor een forenzende student naar Nijmegen?

Ik zie de uitwerking van de plannen met angst en beven tegemoet.