Kwebbelbron

In deze, misschien wel de natste zomer ooit, zie je op de televisie veel overstromingen, van kelders en huiskamers tot aanmerkelijk groter oppervlakten. Het gebied dat hier onder water staat, zegt de nieuwslezer, heeft een afmeting van drie voetbalvelden. Wat wordt hier bedoeld? Op school heb ik leren rekenen in ares en hectares. Een hectare is 100 bij 100 meter, dat is 10.000 vierkante meter. Veel. Een ruimte waarop je flink zou kunnen voetballen.

Het voetbalveld is in de praktijk van het televisiejournaal de nieuwe oppervlaktemaat. Om te weten met welke ouderwetse afmetingen we rekening moeten houden heb ik het opgezocht in de Wikipedia. Daar las ik dat de lengte kan variëren van 100 tot 120 meter en de breedte van 64 tot 75. De FIFA hanteert andere maatstaven: lengte 90 tot 100 meter, breedte 45 tot 75. Het kleinste voetbalveld past twee maal in het grootste. Dat geeft te denken over de omvang van onze overstromingen. Wat voor voetbalveld bedoelen ze op de televisie? Een ruimte die groot en plat is, daar gaat het om. Is er een betere vergelijking die tot de algemeenste verbeeldingskracht spreekt? Probeer het zelf; het lukt niet. Dit is onze nieuwe geometrie.

Zo is er ook een nieuwe poëzie in ontwikkeling. Dat hebben we aan internet te danken. In Nederland eindigen negen van de tien e-mailadressen op .nl. In de reclamewereld zijn ze al een jaar of wat geleden tot de ontdekking gekomen dat puntenel rijmt op snel. Je zou eens een inventarisatie moeten maken van de radiospotjes die eindigen met een variant van: ga nu snel naar pietpuntenel. Welke woorden hebben we die op el eindigen? Je weet het wel, wees fel als de hel, geef die laptop een lel, schop ook eens een rel, maar blijf in de tel, denk aan je vel, zo kom je er wel, met puntenel.

In veel woorden en afkortingen is de klemtoon van de laatste naar de eerste lettergreep verschoven. Via de radio hoor je regelmatig de filemeldingen van de Áánwb. Nog niet zo lang geleden zei je ANWBé. Wie is met die verandering begonnen en waarom? In deze tijd voelt de mens meer dan ooit de behoefte om zich liefst in maximale openbaarheid sterk te profileren. Als filemelder heb je in ieder geval nog een microfoon tot je beschikking. Verleg je de klemtoon, dan heb je je doel een beetje bereikt. Nieuwslezers gaan grootscheepser te werk. In zeker de helft van alle vreemde woorden verschuiven ze de klemtoon naar de voorste lettergreep.

Zo kom ik op een stokpaardje. Er is een diepe depressie in aantocht die morgen voor veel regen zal zorgen, zegt de weervrouw/man. Hoe gaat dat in zijn werk, zorgen voor de regen? Zorgen voor iemand of iets betekende oorspronkelijk: de verantwoordelijkheid voor het welzijn overnemen. In de nieuwe betekenis, die zich overigens al jaren geleden gevestigd heeft, betekent het: veroorzaken. Leg je erbij neer, er valt niets meer aan te doen.

Er zijn mensen die dit alles taalvernieuwing noemen. Natuurlijk, de taal verandert. De volgende generatie heeft nieuwe gewoonten, gaat andere woorden gebruiken. Er worden uitvindingen gedaan die het dagelijks leven radicaal veranderen. Er is een Nederlands van voor en van na internet. Mensen die niet met hun tijd mee zijn gegaan, worden wel digibeten genoemd, naar analogie van analfabeten. Volgens mij zou je andigibeet moeten zeggen. Maar afgezien daarvan, nieuwe ontwikkelingen moet je blijven benoemen en daarvoor zijn nieuwe woorden nodig. Het verzinnen van zo’n woord is vaak een toevallig, irrationeel proces. Waar komt het woord fiets vandaan?

Maar nu gaat het over de overstelping met fratswoorden. De bronnen daarvan zijn volgens mij al tientallen jaren de radio en de televisie. Ik dacht weer eens aan het autobiografisch gedicht van Max de Jong, Heet van de naald uit 1946. Het gaat over een ongelukkige liefde. In zijn treurigheid wordt hij onophoudelijk gehinderd door alledaags gebeuzel. Op pagina 12 lees je: Gooi een atoombom op Hilversum. Voor alle zekerheid: dat heeft hij niet letterlijk bedoeld. Het is zijn protest tegen het oeverloos gekwebbel dat daar toen en nu nog de bron is van steeds meer.