Kijk, een nieuwe wereld

Kunstenaars en wetenschappers maken nieuwe kaarten van de wereld zoals zij die zien en ervaren. Hoe verandert de digitale revolutie ons wereldbeeld?

In veel landen kun je als aandenken een sieraad kopen in de vorm van het gebied dat je bezoekt. IJsland, Italië, Afrika. De vorm van het land is zo bekend dat er geen woorden nodig zijn om aan te geven welk stuk van de aarde je koestert: de Italiaanse laars, het Franse vierkant, het Afrikaanse Afrika (er zijn weinig andere dingen met de vorm van het Afrikaanse continent).

Ik denk aan deze bedels dankzij Mapping it out, een boek met recente kaarten van kunstenaars en wetenschappers. ‘An alternative atlas of contemporary cartographies’ luidt de ondertitel. Het boek werd samengesteld door ’ tentoonstellingsmaker, Hans Ulrich Obrist. Dit is geen boek met de klassiekers onder de kaarten van kunstenaars, van Alighiero Boetti, Stanley Brouwn of Guillermo Kuitca. Het gaat om nieuw werk, dat in opzet en ernst behoorlijk varieert, van krabbeltjes van kunstenaars tot doorwrochte visualisaties van wetenschappers, slechts bijeengehouden door één ding: je kunt het allemaal kaarten noemen. Twee voorbeelden: van Damien Hirst staat er een schetsje in van ‘how to get to my home’, van geneticus J. Craig Venter een kaart van het genoom van de eerste synthetische cel. Nog twee voorbeelden: van kunstenaar Aaron Koblin staat er een uit vluchtpatronen van vliegtuigen opgebouwde kaart van de Verenigde Staten in, van ontwerper Joost Grootens een kaart van ‘Nas Ocsicnarf’ in de ‘Detinu Setats’ – door deze simpele ingreep van letters in de omgekeerde volgorde lijkt het alsof we naar een nieuwe wereld kijken. Dat doen vooral de kunstenaars vaak in dit boek: ze laten wat bekend is weer nieuw lijken. Ook filosoof Kai Krause doet dat, als hij om te laten zien hoe groot Afrika eigenlijk is Europa, China, Japan en de Verenigde Staten allemaal binnen de contouren van het continent onderbrengt. De reguliere wereldkaart beeldt namelijk sommige plekken te groot en andere te klein af.

In de inleiding van Mapping it out wordt beweerd dat dankzij Google Maps en andere digitale manieren om de wereld in kaart te brengen, onze relatie met die wereld veranderd is. Het is een bewering die wel vaker gedaan wordt. Minder vaak wordt uitgelegd hoe die relatie dan precies verandert. Gaat het om toegenomen kennis? Weten mensen beter hoe de wereld er uitziet? Dragen ze nu vaker een landensieraad dan vroeger? Of zouden mensen nu anders naar zichzelf kijken?

Stipje op een plattegrond

Nieuwe technieken veranderen de verbeelding. Voorheen, in het tijdperk dat de cinema de grootste visuele invloed had, zagen mensen zichzelf in hun verbeelding in hun eigen film spelen. Nu, in het digitale tijdperk, verandert die fantasie en zien mensen zichzelf misschien vooral van boven, als een stipje dat over een plattegrond beweegt. Voor het gevoel van eigenwaarde is dat wellicht van betekenis. Misschien denken mensen nu vaker dan vroeger dat ze mieren zijn in plaats van filmsterren, wier bewegingen gedicteerd worden door allerhande groepsprocessen. Datavisualisaties gaan vaak uit van groepen, niet van individuen. Gelukkig kun je ook individuele data laten visualiseren, bijvoorbeeld van het aantal stappen dat je per dag zet, je slaappatroon, je calorie-inname. Maar die worden meestal weer niet openbaar gemaakt. En ze krijgen pas echt betekenis als je ze met data van anderen vergelijkt.

Terug naar de kaart. Ik herinner me dat de filosoof Alain de Botton in een van zijn eerste boeken iemand uit zijn hoofd een kaart liet tekenen van Europa. Het resultaat week behoorlijk af van de werkelijkheid. Griekenland grensde aan Oostenrijk, zulke dingen. Zulke eigenzinnige topografieën komen nu waarschijnlijk nog vaker voor. Want dankzij routeplanners als Tomtom kun je naar Athene of Málaga rijden zonder een idee van waar je precies bent; het is niet nodig een kaart te raadplegen, analoog noch digitaal. Je slaat gewoon rechts of linksaf als de navigatiestem dat zegt.

Waarnemen van bovenaf, van buiten jezelf, is ook in de architectuur en stedebouw een lokkend perspectief. Voor de kust van Dubai zijn bijvoorbeeld twee eilanden gemaakt die de vorm hebben van een palmboom en een groep eilanden die samen een kaart van de wereld vormen. Maar zulke tekeningen op grote schaal dateren ook van ver voor de 21ste eeuw; denk bijvoorbeeld aan de gigantische prehistorische tekeningen uit Engeland en Zuid-Amerika. Ook die zijn eigenlijk alleen vanuit de lucht goed te zien, maar ze werden gemaakt toen mensen nog niet eens konden vliegen. Wie dachten ze dat er naar zou kijken? Vogels? Goden? Marsmannen? Of toch wij mensen, want het voorstellingsvermogen gaat altijd sneller dan de techniek. Al in de tweede eeuw na Christus schreef Lucianus van Samosata in de eerste bewaard gebleven sciencefictionverhalen hoe hij naar de maan reisde en naar beneden keek: „Onder ons was een ander land dat steden, rivieren, zeeën, bossen en bergen bevatte; we dachten dat dit wel de aarde moest zijn.”

Zoals Lucianus zijn we blijven kijken – alleen vaker. Het verschil is niet kwalitatief maar kwantitatief. Toch kan ook dit veranderen, nu we steeds vaker beelden zien die niet door mensen maar door machines zijn gemaakt. Een drone heeft een andere blik dan een mens. In Engeland is een groep kunstenaars onder de naam The New Aesthetic aan het onderzoeken hoe die toename van niet-menselijke waarneming die van ons beïnvloedt.

Borges schreef in het korte verhaal Over de exactheid van wetenschap over een land waar ze een kaart maakten die zo precies was dat hij net zo groot werd als het gebied dat hij beschreef. De kaart werd dus onbruikbaar. Kunstenaars wijzen net als Borges op allerlei manieren op de onvolkomenheid van kaarten. Tom McCarthy haalt in zijn inleiding bij Obrist’s kaartenboek nog een grootheid aan. Lewis Carroll schreef in The Hunting of the Snark over een zeekaart die bij het jagen op dit wezen wordt gebruikt:

Other Maps are such shapes

with their islands and capes!

But we’ve got our brave captain to thank

(So the crew would protest)

that he brought us the best –

a perfect and absolute blank!

    • Bianca Stigter