Ja ja ja, de hiphop heeft het weer gedaan

Waarom werd de vermoedelijke beul van James Foley steeds als rapper omschreven? Hij was een amateur. Maar als je iets slechts doet en je houdt van hiphop, worden er al snel verbanden gelegd, zegt Thomas Heerma van Voss.

Stel, de moordenaar van de Amerikaanse journalist James Foley had jaren geleden een bijbaantje gehad als kapper, hadden wij dat dan nu geweten? Hadden internationale kranten geschreven: Foley onthoofd door voormalig kapper? Waren er internetsites vol geplaatst met rafelige amateurbeelden waarop te zien is hoe de moordenaar jaren geleden iemands haar bijknipte? Was er in nieuwsuitzendingen steeds maar weer dat woord herhaald, kapper?

Hoogstwaarschijnlijk niet. Maar vervang kapper door rapper en het antwoord op alle bovenstaande vragen is een volmondig ja.

Sinds IS vorige week de video verspreidde waarop te zien is hoe James Foley onthoofd wordt, besteedt de internationale pers bijzonder veel aandacht aan de dader. Steeds meer inlichtingendiensten menen bewijs te hebben dat het om Abdel-Majed Abdel Barey gaat: 23 jaar oud, afkomstig uit Londen, zoon van een gevreesde Egyptische militant.

Behalve deze kale, biografische feiten wordt er in de berichtgeving telkens nog een bewering gedaan over Barey: hij was rapper. Onder de namen L Jinny en Lyricist Jinn maakte hij enkele jaren Britse hiphopnummers.

Over de inhoudelijke waarde van die laatste mededeling valt te redetwisten. Natuurlijk, de beroepen kapper en rapper zijn niet helemaal hetzelfde bij dergelijke berichtgeving. Ik heb een kapper immers nog nooit zijn maatschappelijke visie zien uitdragen met het haar dat hij knipt, terwijl Bareys teksten wel degelijk zinnen bevatten die zijn huidige gedrag verklaren. De paar nummers die van hem te achterhalen zijn, zijn felle, antiwesterse betogen, afkomstig van een hoorbaar gefrustreerde jihadist.

Maar het feit dat hij die woorden rapte en niet op een of ander blog plaatste of tegen mensen in de kroeg uitsprak, doet er niet toe. Barey was namelijk helemaal geen bekende rapper.

Barey was totaal onbekend

Diverse bladen schrijven nu dat Bareys werk werd afgespeeld op BBC Radio, maar wat daarbij achterwege wordt gelaten is dat het gaat om slechts één nummer, dat bovendien op BBC Radio 1Xtra werd gedraaid – een online programma met 24 uur per dag muziek. Logischerwijs kan daar best eens werk van een onbekende Londense rapper voorbij komen.

Sterker nog, het merendeel van de muzikanten op Radio 1Xtra is onbekend en blijft voorgoed anoniem. Maar Barey wordt nu gepresenteerd als volwaardig artiest, als iemand die al jarenlang fulltime muziek maakte in plaats van de veredelde hobbyist die hij werkelijk was.

Dit heeft de laatste dagen geleid tot veel verontwaardiging, zeker binnen de hiphopwereld. Niet omdat men Bareys muziek afkeurt, met een inhoudelijk oordeel heeft het niets te maken. Nee, de verontwaardiging komt voort uit een onder rappers breed gedragen sentiment: dat media bovengemiddeld vaak een link leggen tussen hiphop en geweldsdelicten.

Eigenlijk wordt die klacht al geuit zolang rapmuziek bestaat. De Amerikaanse grondlegger Ice Cube maakte er ooit de satirische single Gangsta Rap Made Me Do It over, waarin hij allerlei misstanden in de samenleving opnoemt en vervolgens stelt dat gangsta rap er de oorzaak van is - terwijl, zo legt hij in het nummer uit, hiphop juist is opgekomen uit een stemloze, sociale onderklasse die zichzelf door middel van rap eindelijk kon laten horen, en eindelijk kon omschrijven met welke misstanden ze al jaren te maken hadden.

Het zijn niet allemaal criminelen

Zo simpel ligt het niet. Rappers doen meer dan enkel commentaar geven op de wereld waarin ze leven. Ze vormen die wereld ook mede zelf: sommige hiphopartiesten doen er bijvoorbeeld alles aan een grofgebekte, stoere cultus rondom zichzelf te creëren en versterken met hun rauwe, expliciete teksten het straatimago dat ze hebben.

Daarnaast zijn er meerdere veelgeprezen hiphopartiesten die op wat voor manier dan ook direct met fysiek geweld te maken hadden: diverse beroemde rappers zijn voor lange gevangenisstraffen veroordeeld, twee van de bekendste ooit (2Pac en The Notorious B.I.G.) zijn midden op straat doodgeschoten.

De reden dat er vanuit de hiphopwereld nu sterk verzet is tegen de berichtgeving rondom Barey is niet dat men de algehele link tussen rappers en geweld probeert te ontkrachten. Voorbeelden van gewelddadige hiphopartiesten zullen altijd blijven bestaan, dat is inherent aan de achtergestelde oorsprong van het genre. Nee, het gaat erom dat ook bij onbekende figuren die veroordeeld of verdacht worden, plots hiphopmuziek wordt genoemd, alsof dat de oorzaak is van hun gewelddadige gedrag.

Niemand kende Barey als muzikant, niemand noemde hem zo – maar de afgelopen week zette onder meer het Algemeen Dagblad hem als 'rapper' op de voorpagina. En helaas vormt deze casus daarmee geen uitzondering. Alleen al de afgelopen week waren er talloze gevallen waarin hiphop zonder reden bij een geweldsdelict werd genoemd. Het ANP omschreef The Bloods, een bende die al bestond voordat de eerste rapnummers waren opgenomen, als ‘een beruchte hiphopbende’. The New York Times stelde dat Michael Brown, de ongewapende zwarte tiener die recent in St. Louis werd neergeschoten, naar rapmuziek luisterde. Een terechte vraag lijkt mij of de krant het ook had vermeld als Brown liefhebber was geweest van klassieke muziek.

RTL, je moeder!

Afgelopen week werd Top Notch, het grootste hiphoplabel van Nederland, benaderd door RTL-programma Editie NL: of een van de rappers van het label wilde meewerken aan een interview over een ‘mogelijke link’ tussen hiphop en radicalisering. Editie NL noemde ook alvast drie kandidaten voor het interview, niet geheel toevallig alle drie met een buitenlandse achtergrond (Appa, Adje en RBDJan).

Tot een item leidde het verzoek niet. Erik Zwennes, een medewerker van Top Notch, zette de mail van Edtie NL integraal op internet, met als bijschrift: ‘Popi media viert feest want kan eindelijk een keer hiphop aan geweld koppelen. Sorry Editie NL, je moeder.’

Los van de vraag of het verantwoord is, een privébericht zo in de openbaarheid te gooien, heeft de labelmedewerker inhoudelijk gelijk. Want wat kunnen rappers als Adje en RBDJan, die verder nog nooit zijn benaderd voor dit televisieprogramma en zich in hun muziek nooit ook maar enigszins politiek hebben uitgelaten, in hemelsnaam voor wezenlijks zeggen over radicalisering?

Daarnaast zijn de grenzen van dit ‘hiphop’, dat in berichtgeving vaak als vrij uniform en eenduidig geheel wordt weergegeven, lastig vast te stellen. Een kapper moet doorgaans een diploma halen wil hij zijn functie uitoefenen, die heeft werkuren, een adres waar hij zijn klanten ontvangt. Wanneer is iemand een rapper? Als hij een album uitbrengt? Als hij een keer een paar regels achter elkaar rapt? Als hij te horen is op BBC Radio?

In zekere zin ben ik zelf ook een rapper. Ik heb tenslotte, in een verleden waar ik verder niet graag aan herinnerd word, hiphopnummers opgenomen. Thuis, achter mijn computer, met een stuk of zes klasgenoten. Zijn wij nu allemaal rappers? En zo ja, wanneer wordt die informatie relevant? De manier waarop kranten en nieuwsredacties hiphop de gekste geweldsberichten inschrijven doet vermoeden – en vrezen – dat dergelijke gegevens vooral interessant zijn zodra iemand negatief in het nieuws komt.

Zal ik eerder als rapper worden omschreven wanneer ik iemand beroof of neersteek dan als ik een medicijn tegen een of andere chronische ziekte uitvind?

    • Thomas Heerma van Voss