Interviews en exegese: over God, Oranje en de ‘zionisten’

Een beetje scherp aanschrijven, zei een chef bij de krant ooit tegen me, over een interview. Scherp, dat wil zeggen: je moet natuurlijk niks uit de context rukken, maar soms bedoelen mensen nét iets meer dan ze letterlijk zeggen.

Ja, of minder natuurlijk.

Twee voorbeelden uit de krant van afgelopen week waarin de zaken volgens lezers zowel te scherp als niet scherp genoeg werden opgeschreven. Ik zeg het er meteen bij: het tweede voorbeeld is, in mijn ogen, belangrijker.

Afgelopen dinsdag bracht de krant een mooi interview met dominee Karin van den Broeke, voorzitter van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), waarin zij de hoop uitspreekt dat koning Willem-Alexander God meer gaat betrekken in zijn optredens. Dat werd op de voorpagina gebracht onder de citaatkop ‘Koning maakt God tot nu toe te weinig zichtbaar’ (26 augustus). Boven het interview zelf stond ‘De koning moet God noemen’, opnieuw een citaatkop. En de krant greep het stuk ook nog aan voor een secularistisch commentaar (Geen Koning van God maar wel van alle Nederlanders).

Even was er ophef. Kerkelijke kritiek op de koning? De PKN kwam met een haastige verklaring dat het niet ging om kritiek, maar louter om een „observatie”. Een lezer vond het verbijsterend, dat het genuanceerde interview met Van den Broeke zo rellerig werd gebracht, in het liberale straatje van NRC Handelsblad.

Ja, de combinatie van voorpagina, stuk én commentaar op één dag is hachelijk als het niet om heel groot nieuws gaat – het kan actiejournalistiek suggereren. Dat was niet de opzet, de krant had een origineel, opmerkelijk verhaal, zonder vooropgezette bedoelingen.

Het was inderdaad een lezenswaardig én nieuwswaardig gesprek. Want Van de Broeke zei dat het „opvallend” was (mooi neutrale term) dat God zo weinig naar voren was gekomen in de toespraken van de nieuwe koning. Gevoegd bij eerdere, meer directe kritiek uit reformatorische kring is dat: nieuws.

Alleen, ja: die beide koppen waren te scherp aangeschreven.

Van den Broeke zegt niet letterlijk dat de koning God ‘moet noemen’. Ze zegt, in schitterend eigentijdse theologentaal: „Je gunt het de koning ook dat we kunnen horen hoe dat bij hem is.” Wat hem gegund wordt ons te laten horen, slaat dan op het „wortelen”, wat ieder mens „nodig heeft”, liefst in het geloof.

Nee, dat is geen kritiek (klinkt ook zo negatief), maar: „Ik sluit niet uit – en hoop – dat God ook nog eens in zijn openbare toespraken zal verschijnen.”

Kortom, hier schuurden twee idiomen langs elkaar. Het recht-voor-zijn-raap journalistieke en het modern-christelijke, met een vleugje therapeutisch humanisme. Dat zal niet snel zeggen dat iets ‘moet’, maar gebruikt bij voorkeur zachte woorden als ‘hoop’ en ‘gunnen’.

Het journalistieke idioom is eerder oudtestamentisch: bars en wantrouwig. Het vraagt: u zegt nu wel dit, maar u bedoelt dus eigenlijk dat…? Loutere observaties bestaan niet, mensen bedoelen iets met hun woorden. Exegese is dus nodig, om te kunnen verstaan wat we lezen – ook een goed bijbels uitgangspunt.

Dus daar kwamen de koppen: de koning maakt God „te weinig zichtbaar” en hij „moet” God noemen. Het commentaar bleef dichter bij de tekst: dat sprak van „teleurstelling” en „hoop”.

Als interpretatie van het gesprek vind ik die koppen nog wel te verdedigen, maar als citaten niet. De spreekster suggereert met haar „hoop” wel dat het beter kan dan nu het geval is. Maar de woorden in die koppen („te weinig” en „moet”) heeft zij simpelweg niet uitgesproken. Het gebruik van ‘enkele’ aanhalingstekens (parafrase) in plaats van „dubbele” (citaat) helpt dan niet, dat is geheimtaal waar de lezer niets aan heeft.

Mijn motto: een citaat is geen parafrase, en journalistiek is behalve interpreteren ook: correct – letterlijk - citeren.

Dan een tweede, ook spraakmakend interview, waarin de krant de zaken volgens mij niet te veel, maar juist te weinig op scherp heeft gesteld.

Vorige week schreef ik hier dat de krant „te zuinig” was geweest met verslaggeving over de ophef rond ambtenaar Yasmina Haifi, die twitterde dat ISIS een zionistisch complot is om de islam zwart te maken. Ik werd op mijn wenken bediend met onder meer een interview met Ismail Selvi, woordvoerder van de steunbeweging voor de ambtenaar (‘Zo gek is dat niet, om te denken aan zionistische betrokkenheid bij IS’, 25 augustus).

Dat stuk riep verontwaardigde reacties op: waarom liet de krant zo iemand aan het woord? Nu lijkt dat me niet het probleem, want de krant moet informeren, ook over abjecte ideeën. De krant had deze woordvoerder opgespoord en het stuk gaf een indruk van zijn denkwereld, waar de goede verstaander misschien ook wel genoeg aan had

Alleen, op Twitter doken vervolgens duistere, schokkende teksten op van dezelfde man, die de krant waren ontgaan. Zo kon hij zich op de site dutchturks.nl, in juli „voorstellen” dat ook de vliegramp met MH 17 een zionistisch complot was: de farmaceutische industrie en „topzionisten” hadden er belang bij, en het was een straf voor de premier van Maleisië, die kritiek had geuit op „bepaalde joden (zionisten)”, die ,,vliegtuigen tegen torens in New York lieten aanvliegen’’.. enzovoorts. Voor wie het nog niet begrijpt: de ,,zionisten’’ zijn „de vijanden van de gehele mensheid.” Hier opent zich de afgrond van obsessies en wanen.

Dat gaat allemaal veel verder dan het tipje van de sluier dat de krant oplichtte. Het kadertje Zionistisch complot, wat is dat? gaf niet veel meer context; zo’n vorm is een kattenluikje, waar grote vragen helemaal niet doorheen kunnen. Maar vooral, vergelijk dit eens met de gedetailleerde, kritische aandacht van de krant voor het ‘machtige’ CIDI .

Het gaat er niet om dat pro en contra evenveel regels krijgen - dat is pseudo-evenwicht. Het gaat erom dat de krant scherp inzicht biedt, in alle partijen.

Nu voel ik me dus een beetje als de man in die grap over de Titanic, maar dan andersom: hij vroeg een ijsberg, en kreeg een klontje.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong