I can borrow broek

Het hoogseizoen is voorbij en terwijl in het grote boze buitenland de terrastafels worden ingeklapt, slinkt op de pechcentrale de lijst met openstaande dossiers. Wie nu belt kan binnen een mum van tijd weer thuis zijn. Zelfs als dat op het eerste gezicht onmogelijk lijkt, zoals bij het echtpaar Cremer.

Messi, messi boekoe. Mevrouw, u spreekt met Harry Cremer en ik sta in Frankrijk en ik heb echt een groot probleem.”

„U hebt pech met de auto?”

„Nou, was dat maar zo. Yes, tank you, meebie also my wife can hef a handdoekkie?”

„Wat is er aan de hand, meneer?”

„Nou we waren nauwelijks op de terugweg en we zagen een meer liggen, dus mijn vrouw zegt: ‘Harry, stop de camper, we nemen nog een laatste duik.’ Nou, zo gezegd zo gedaan, maar we komen terug, mevrouw… en de camper is weg! En we hebben niks. Geen mobiele telefoon, geen portemonnee. Carla en ik kenne nog geen bakkie pleur kopen hier. Wacht… daar is de eigenaar van deze toko. I can borrow broek… trouwzeurs, can I borrow it? Ze spreken hier ook helemaal geen Engels ofzo.”

„Meneer, ik ga u doorverbinden met Jordan, die gaat u helpen.”

Jordan was een van onze meest ervaren pechhulpverleners, eloquent in zeven talen. Elk geval had hij al drie keer meegemaakt en opgelost. „Hm”, mompelde hij bedachtzaam tegen meneer Cremer. „Een gestolen camper en u bent net op weg, zegt u? En vrijwel naakt dus… Ja, het lijkt me dat we daar het eerst wat aan moeten doen, want dat is natuurlijk, naast dat de camper gestolen is, extra vervelend.”

„Ja, Carla heeft ook kippenvel.”

„Daar was ik al bang voor”, antwoordde Jordan begripvol. „Misschien is het een idee dat ik een taxi stuur die u terug naar de camping rijdt, daar zijn vast wel Nederlanders die wat kleren kunnen missen.”

„U bedoelt dat de ene Nederlander de andere helpt.”

„Zoiets ja, of dat u de kleren later gewoon teruggeeft.”

Jordan tuitte zijn lippen, wat betekende dat er zich in zijn hoofd een plan ontvouwde. Ze zouden aangekleed worden, zowel mevrouw als meneer Cremer, dan zouden ze naar de politie gaan om aangifte te doen. Daarna 400 kilometer met de taxi (betaald door de verzekering) naar de ambassade voor een noodpaspoort, waarmee ze het noodgeld konden halen dat hun bank beschikbaar stelde, waarvan ze een hotel en treintickets konden betalen en zo zouden ze nog voor het eind van de week weer keurig in het moederland zijn.

Natuurlijk niet voordat meneer Cremer geklaagd had dat hij met de trein moest omdat hij zonder creditcard geen huurauto meekreeg, en niet voordat mevrouw Cremer zich bezorgd had uitgelaten over de service van de pechcentrale die haar man „in een roze shirt liet rondlopen”, maar dat gaf niet, het hoogseizoen was toch voorbij.

Niet lang na nu zouden de senioren aan hun trek naar Spanje beginnen en daarna zouden weer talloze Nederlanders zich op skipistes wagen waar ze niks te zoeken hadden, maar nu… met het einde van het hoogseizoen en het aanbreken van het laagseizoen, was er eindelijk de rust waar een mens zo naar verlangen kan.

    • Aukelien Weverling