Holland Acht is niet meer de oude

Het vlaggenschip van de roeibond, de Holland Acht, ontbreekt zondag in de grote WK-finale. Gaat het dus slecht met het roeien in Nederland? „Je moet er vijf tot tien jaar van je leven voor willen geven.”

De Holland Acht wist zich niet te plaatsen voor de finale de WK op de Bosbaan. Foto Olivier Middendorp

Gezocht: gezonde jongelui (m/v) die opgeleid willen worden tot roeikampioen. Geboden: een professionele opleiding in het splinternieuwe olympisch trainingscentrum bij de Amsterdamse Bosbaan met uitzicht op een internationale sportcarrière. Functievereisten: een minimale lengte van 1,90 meter en een gewicht van negentig kilo bij de mannen, en 1,80 meter en tachtig kilo bij de vrouwen. Verder: duurvermogen, spierkracht en de bereidheid om de maatschappelijke carrière uit te stellen. Roei-ervaring is beslist geen vereiste.

Zo’n advertentie zou bondscoach Nico Rienks wel willen plaatsen. Rienks (52), een van de meest succesvolle roeiers uit de Nederlandse geschiedenis, wil dat ze eens hard over een toekomst in het roeien gaan nadenken: de grote mannen en vrouwen in andere sporten die daar nooit de top kunnen halen. De basketballer die net niet handig genoeg is met de bal, de rugbyer met te weinig spelinzicht.

De roeibond kan lijvige rekruten van elders goed gebruiken. Want de bond heeft de ambitie om aansluiting bij de wereldtop te krijgen en dat vergt volgens Rienks een bredere basis dan nu. „We zijn het langste volk ter wereld, maar hebben als sport nog te weinig massa voor de wereldtop”, zegt hij in de marge van de WK in Amstelveen. „Het wordt tijd voor een campagne.”

Zo’n campagne moet vooral de Holland Acht, jarenlang het vlaggenschip van het Nederlandse roeien, weer vaart kunnen geven. Want de acht, waarin de roeiers één riem hebben en een stuurman, maakt moeilijke tijden door. Vorig jaar nog succesvol met brons op de EK in Sevilla en bij de wereldbekerwedstrijden in Luzern, maar dit jaar gevangen in een negatieve spiraal. Op dezelfde toernooien kwam de boot niet verder dan troostfinales. Zondag ontbreekt de Holland Acht in de finale van de WK. Dat steekt Rienks. De race tussen de achten is toch de hoofdattractie van het hele toernooi. „De acht blijft het koningsnummer. Daarin kom je uit voor Nederland, roei je tegen Duitsland. Natuurlijk is voor een roeier de skiff het mooiste, en als dat niet kan doe je het met z’n tweeën of met z’n vieren. Maar de acht heeft mij als mens het meest gebracht, een levenslange relatie met ploeggenoten die zich voor een heel team wilden opofferen.”

Rienks won op de Spelen in Seoul (1988) goud in de dubbeltwee met Ronald Florijn. Het koppel vormde het stuwende hart van de Holland Acht die in 1996 in Atlanta goud behaalde. „We zaten daar met zeven medaillewaardige roeiers in. Die hebben we nu niet.” En juist in meermansboten als de acht is het succes maakbaar, zijn er met een goede organisatie medailles af te dwingen. „We moeten nu beginnen”, zegt Rienks. „Trek er maar zes jaar voor uit. Een medaille in Rio [2016] kun je wel vergeten, we moeten ons op Tokio [2020] richten.”

De Holland Acht is niet langer een prioriteitsboot voor de roeibond, dat zijn de vier-zonder (goud op de WK in 2013) en de twee-zonder (brons in 2013). Het voormalige vlaggenschip gaat door als talentenboot, en heeft simpelweg mindere roeiers dan de vier zonder en de twee zonder. Er zit op dit moment niet voldoende kracht in de motor van de acht om landen als Frankrijk, de Verenigde Staten en Duitsland bij te kunnen houden. „Als de huidige trend doorzet, halen we de kwalificatie voor de Olympische Spelen niet”, waarschuwt acht-coach Geert-Jan Derksen.

Hij wil binnen de bond en debat aanzwengelen of het beschikbare potentieel niet anders kan worden ingezet. Waarom niet de zware, sterke jongens van de dubbel-vier en de dubbel-twee inzetten voor de acht? Want in de acht gaat het om ergometerkracht en atletisch vermogen, en die zijn nu niet op voorraad. Derksen begrijpt de teleurstelling over de prestaties van zijn team op de WK, die een succesvolle thuiswedstrijd moest worden. „Het verwachtingspatroon was hoog. We wilden toch zeker in de finale komen.”

De coach realiseert zich dat zijn acht onder een vergrootglas ligt: een boot met een succesvolle historie. „De belangstelling heeft er ook mee te maken dat het grote publiek de acht begrijpt. Roeien is voor de leek razend ingewikkeld met al die verschillende klassen”, zegt Diederik Simon, jarenlang lid van Holland Acht, van 1996, en ook nog in Londen (2012). Hij relativeert het permanente gedoe rondom de boot. Zoals bij de Spelen in Londen, toen twee maanden van tevoren de coach, de Italiaan Antoni Maurogiovanni, werd vervangen en twee weken voor de start de speciaal voor de acht ontwikkelde ‘wonderboot’ van DSM. Nederland werd toen ‘slechts’ vijfde. „Alles wordt door het succesvolle verleden zo opgeblazen”, zegt Simon. „Ach, what comes up, goes down. Weet je, met een paar ingrepen kan het zomaar weer beter gaan.”

Volgens Simon is het onzin om aan de prestaties van de acht af te lezen hoe een roeiland er voor staat. De Duitsers doen dat graag: Achter gut, alles gut, zeggen zij. „Ons vlaggenschip is nu de vier. Er zijn maar weinig sterke landen in de wereld die twee topboten hebben. Nieuw-Zeeland moet het vooral van de kleine boten hebben, maar heeft geen goede acht. De Duitsers richten zich helemaal op de acht, maar hebben een matige vier. Alleen de Engelsen maken het waar.” Simon noemt roeiland Nederland nu van „gemiddeld” niveau. „Maar er bestaat niet zoiets als het Nederlandse roeien. Het zijn allemaal verschillende boten, met verschillende coaches. Je mag niet alles aan de zware mannen afmeten.”

Na het teleurstellende Spelen in Londen, met alleen brons voor de vrouwen acht, stelde oud-volleybalcoach Joop Alberda orde op zaken bij de bond. 2013 was het jaar van de structuur. „Dit jaar gaat het om continuïteit en maken we de balans op wie geschikt is voor Rio en wie voor Tokio”, zegt Hessel Evertse, technisch directeur van de bond. In Rio moet Nederland toch drie medailles kunnen halen. „Goud, zilver en nog iets erbij.”

En er zal gekozen moeten worden in welke boten er geïnvesteerd moet worden. De roeibond is gekort en moet het doen met twee miljoen euro per jaar, terwijl er tien miljoen nodig is. En een acht kost 565.000 euro per jaar, een topskiffeur als Roel Braas drukt voor 165.00 euro per jaar op de begroting, een vier 285.000 euro. Evertse „Als je een half miljoen wordt gekort, betekent dat dus een hele acht eruit, of een vier en een twee.” Het wordt dus kiezen tussen grofweg de 71 roeiboten die, verspreid over 22 bootklassen, in Amstelveen namens Nederland actief zijn.

Evertse, die tot 2012 leiding gaf aan de ‘medaillefabriek’ van de zeilers, weerspreekt dat er verband is tussen breedtesport en topprestaties. „We zijn helemaal geen klein roeiland. We komen met 32.000 leden op de derde plaats [na Duitsland en de Verenigde Staten]”.

De grillige prestatiecurve van bijvoorbeeld de Holland Acht is meer een maatschappelijk probleem. Rienks: „Je moet vijf tot tien jaar van je leven ervoor willen geven. Het vraagt veel moed om na je studie je carrière bij het advocatenbureau of in het ziekenhuis jaren uit te stellen.”

Toproeien kan gezeur geven; met onderwijsinstanties over de studie, thuis met partners. Nog altijd komen de meeste topsporters uit de studentenwereld. Kaj Hendriks, vorig wereldkampioen in de vier en door een blessure in de acht terechtgekomen, is 27 en heeft nog twee jaar te gaan met zijn studie geneeskunde in Utrecht. „Als arts verdien ik straks meer dan als roeier. De keuze is dan snel gemaakt. Je hebt hier niet zo’n topsportcultuur als in andere landen. Voetballers zijn idolen, maar roeiers niet.”

Rienks vult zijn advertentie voor zijn wervingscampagne nog even aan: jongelui moeten vooral ook lef hebben.

    • Harry Meijer