Hoe de zomer uitliep op een wonderlijk anti-liberaal moment

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Opstelten en de opportunistische omgang met het onrustige buitenland. Ofwel: een adembenemend gebrek aan liberaal zelfvertrouwen.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben Oppenheimer

Opstelten imiteren: het is een standaard geintje in de Haagse wandelgangen geworden. Noem zijn naam en de eerste de beste passant – Kamerlid, journalist, ambtenaar – weet wat hem te doen staat. Even Ivo neerzetten: de vlakke handen in verticale houding, duimen omhoog, bassende stem, bovenarmen die op het ritme van zijn woorden mee bewegen. Lachen.

Het is de lichaamstaal van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) voor de camera. Altijd hetzelfde. Ik heb me laten vertellen dat ze hem zelfs in het kabinet nadoen: vooral Asscher en Timmermans schijnen, ook lachen, een voortreffelijke Ivo in huis te hebben.

Want Ivo Opstelten, nestor van het kabinet, man met indrukwekkende bestuurlijke ervaring, heeft van zijn openbare optredens een karikatuur gemaakt.

Op zich doen die eindeloos identieke cameramomentjes hem geen kwaad: hij is er de populairste VVD-minister mee geworden. Verstandig en daadkrachtig – zo oogt het.

Maar net te vaak wint effectbejag het van bestuurlijke effectiviteit. Dan is hij zo gretig dat hij nieuw beleid aankondigt dat er nog niet is – of dat allang bestaat.

Zo constateerde het Algemeen Dagblad in 2012 dat de minister en zijn staatssecretaris Fred Teeven, beiden VVD, in hun eerste jaren dertien keer persberichten uitgaven over beleid dat ze eerder aangekondigd hadden. Een voorstel voor uitbreiding van lokale bevoegdheden tot fouilleren brachten ze zelfs driemaal in negen maanden. Move the product – maar dan met justitiebeleid. „Je houdt burgers voor de gek”, zei Kamerlid Recourt (PvdA), toen nog van de oppositie.

En vorige week vrijdag meldde De Telegraaf dat Opstelten krachtig optrad om sympathisanten van radicale moslimgroepen aan te pakken: daar was, aldus de minister tegen de krant, een speciaal ‘jihadteam’ gevormd.

Jammer alleen dat het team nog niet bleek te bestaan. „Met de vorming van dat team zijn we nog bezig”, zei politiewoordvoerder Joop Kemperman me afgelopen donderdag.

En het team had een nogal hoog ambtelijk gehalte. Het ging erom, zei de woordvoerder, dat reeds lopende onderzoeken naar sympathisanten van radicale moslims landelijk werden „gecoördineerd” zodat „informatie tussen die onderzoeken werd uitgewisseld”. Nuttig, daar niet van. Maar de politiewoordvoerder verwachtte niet dat er rechercheurs voor nodig waren. En het zou hem verbazen, beaamde hij, als het team straks „uit meer dan tien politiemensen” zou bestaan.

Kortom: hoewel Opsteltens uitspraken breed werden overgenomen („Speciaal team jaagt op jihadisten”, meldde bij voorbeeld de RTL-website), was het een typisch gevalletje van stoer nieuws over bijna niets.

Het zei iets over de zomerse omgang met het buitenland, dat zich ineens zo nadrukkelijk aan Den Haag opdrong. Oekraïne, Gaza, Syrië en Irak – het was veel. En het waren crises die Haagse leiders zelden ervaren: de bestuurder handelt niet, zoals gebruikelijk, op basis van te véél informatie, maar omgekeerd: op basis van veel te weinig informatie.

Dus het zijn tests van durf en intuïtie. Van waar bestuurlijk talent. Frans Timmermans liet in ruim vijf minuten zien dat dit bij hem wel snor zit: als vertegenwoordiger van een klein land bereikte hij optimale invloed in de Veiligheidsraad dankzij een uitmuntende speech – die hij nota bene zelf schreef.

Rutte zette binnenlands een waardige leider neer, en ook dat zal blijvende effecten hebben: de geloofwaardigheid die bestuurders winnen bij de aanpak van grote crises gaat zelden nog verloren.

Maar zo gesmeerd als het inzake MH17 verliep, zo snel verzandde die andere internationale crisis met een Nederlands element, de schokkend snelle opkomst van ISIS in Syrië en Irak, en naar het scheen ook de Schilderswijk, in bestuurlijk gepruts.

Dit begon natuurlijk met de premisse: dat de toestand in de Schilderswijk überhaupt vergelijkbaar kon zijn met de barbarij in Syrië en Irak. Met ISIS-vlaggen zwaaien op de Hoefkade, foute leuzen roepen, jonge sympathisanten ronselen – je kunt ervan schrikken, maar dit waren natuurlijk miniproblemen voor wie bekeek hoe het, bij voorbeeld, die yezidi’s in Irak verging.

Ook was er iets vreemds met die ISIS-types in de Schilderswijk. Een van de twee leidende ronselaars, onthulde De Telegraaf, was zo’n rossige Nederlandse jongen met een Nederlandse naam, een Nederlands strafblad (eigen baby dood geschud) en Nederlandse ouders; vader is magistraat. Dus: niet het type van wie je af bent als je de bekende oplossingen van zekere politici (criminele Marokkanen uitzetten, minder Marokkanen) zou toepassen – ik zeg het maar even.

Tegelijk was het kabinet erop gespitst de oppositie in de Kamer niet de ruimte te gunnen die de Haagse burgemeester Van Aartsen zijn lokale oppositie gaf, met alle gevolgen van dien.

Dus toen vorige week uit de Kamer klachten kwamen over een gebrek aan acties tegen die Hollandse ISIS-activisten, duurde het een dag of Opstelten bracht zijn ‘jihadteam’. Maandag kwam daar vicepremier Asscher bij die, weer in De Telegraaf, beloofde ‘haatimams’ aan te pakken. Ook bijna-nieuws: beleid dat we kennen sinds minister Rita Verdonk (2003-2006). Vrijdag volgden meer maatregelen (en meer interviews).

Nederland is een liberaal land, met een liberale premier, een liberale partij als de grootste, en een tweede partij van sociaaldemocraten die sterk liberale trekken vertoont. Een land dat zich gretig liberaal opstelt wanneer de Gay Pride wordt gehouden of als er religieus georiënteerde zorgen over zoiets als de euthanasiepraktijk blijken te bestaan.

En al die liberale kracht en potentie bleken ineens te verschrompelen. CDA-leider Buma stelde voor „verheerlijking” van terreur strafbaar te stellen (verbod op verliefdheid?). De VVD maakte het bonter en wilde pro-ISIS-demonstranten, dat leest u goed: demonstranten, als terroristen behandelen. Intussen kwam er een demonstratieverbod in de Schilderswijk en mochten er geen ISIS-vlaggen meer gedragen worden – zo ging dat maar door.

Inperking van de vrijheid van meningsuiting, voor het toenmalige Kamerlid Rutte in 2008 aanleiding een Vrijdenkersruimte in de Kamer te vestigen, werd in een vloek en een zucht tot lokaal en nationaal beleid gebombardeerd.

Een adembenemend gebrek aan liberaal zelfvertrouwen: zó groot is dus nog altijd de angst voor de populistische reactie. Voor de verzwakte blonde leider van een door paranoia doortrokken partij die graag praat over ‘wegkijkers’ en ‘theedrinkers’ maar nooit de daad bij het woord durfde te voegen: toen Nederland jihadisten in Afghanistan en Mali bestreed gaf zijn PVV niet thuis. Liever spraken ze bewonderend over Poetin.

Intussen wilde dezelfde partij, aldus het CPB, in 2012 nog een half miljard euro bezuinigen op veiligheid. Context: het budget van de AIVD is 200 miljoen, dus zelfs als ze die opheffen heeft die PVV nog 300 miljoen bezuinigen op veiligheid te gaan.

Maar goed: de twee buitenlandse crises die Nederland deze zomer overvielen liepen dus uit op een wonderlijk anti-liberaal moment. Ik sprak er aan de telefoon over met Stephan de Vries (30), een jonge medewerker van de Teldersstichting, de aan de VVD gelieerde liberale denktank. Hij schreef vorige week in deze krant een prikkelend stuk over ISIS, betogend dat een westers militair ingrijpen in Irak ongewenst is: de wereld is erbij gebaat, analyseerde hij, dat die regio wordt gedwongen dit probleem zelf op te lossen.

Zo kwamen we te spreken over het geringe liberale karakter van het binnenlandse beleid. Dat demonstratieverbod in de Schilderswijk kon hij billijken. Maar demonstranten brandmerken als terroristen, vlaggen verbieden? „Waar houdt dit op?”

Hij zag dus „best veel symboolpolitiek”, en wat meer was: toen we doornamen wie in de VVD nog nadrukkelijk de rechtsstatelijke lijn kiezen, noemde hij oud-politici: Jan Kees Wiebenga (67), Wim van Eekelen (83).

Pechtold, de D66-leider, schamperde vorig week in Buitenhof over „de terugkeer van de maakbaarheid”. Hoe treffend. Decennialang werden sociaal-democraten – terecht – aangevallen op de valse pretentie dat ze de maatschappij, vooral de economie, van overheidswege konden inrichten. Nu pretenderen liberalen dat ze de samenleving kunnen vormen met inperking van vrijheden of botte verboden: alsof sympathieën verdwijnen als je ze bij wet onderdrukt. Je hoefde geen D66-aanhanger te zijn om te zien dat Pechtold hier een pijnlijke waarheid onder woorden bracht.

    • Tom-Jan Meeus