Goed dat deze studenten veel risico’s aandurven Ja

De huidige studenten zijn niet bezig met een leaseauto. Zij volgen liever hun hart. Leer daarvan, zegt Ebel Kemeling.

Tijdens mijn middelbare school sprak ik met mijn lerares Latijn af dat ik niet meer in haar lessen zou verschijnen. Dat scheelde me namelijk gedurende twee jaar vijf uur in de week. Er was een probleem: toen het eindexamen naderde, wist ik geen stamtijden, had ik geen woordenschat, kende ik geen grammatica.

Samen met een vriend ontwikkelde ik daarop de ‘Latin light’ methode. Als we een tekst onder onze neus kregen, schreven we in kleine letters boven ieder woord de vertaling (nooit in de juiste grammaticale vorm, want dat zou kunnen afleiden). Vervolgens probeerden we een verhaaltje te bedenken dat zou passen bij de reeks aan woorden. Met deze methode werkten we dertig proefvertalingen door. Ik had een vier nodig. Dat lukte. Ruimschoots. Allerlei grammaticale onregelmatigheden, waar mijn beter onderlegde klasgenoten over uitgleden, waren volledig langs ons heen gegaan. Van de lerares kregen we een bos bloemen.

Toen ik vier jaar later het Veerstichting-symposium mede organiseerde, kreeg ik van een van onze sprekers, Heinz von Foerster, een term aangereikt over wat wij hadden gedaan: ‘professing our ignorance’. Je kunt alle dingen die je niet weet – of die je niet kunt weten – tegemoet treden vanuit de vaardigheden die je hebt, en daarmee zo goed en zo kwaad als het gaat iets nieuws neerzetten.

Je onwetendheid in de praktijk brengen heeft dus ook alles te maken met het uitoefenen van je vrijheid, en hoe je daarmee verder kunt komen. Die onwetendheid moet je natuurlijk wel bovenop een bepaalde basis van kennis en vaardigheden plaatsen, anders kun je er niet veel mee. Als wij helemaal niets hadden geweten van de geschiedenis van Rome, en geen algemeen begrip van grammatica en verhaallijn hadden gehad, waren we kansloos geweest.

Het thema van ‘onze’ Veerstichting was: ‘Beslist in Onzekerheid’. Dit jaar is het: ‘Bevrijd van Zekerheid’. Op het eerste gezicht liggen die thema’s dicht bij elkaar, maar ze gaan uit van verschillende betekenissen van ‘zekerheid’. Zekerheid kan in het Engels zowel certainty betekenen als ook security. Certainty gaat over weten, cognitie, epistemologie. Security gaat over profanere zaken, zoals veiligheid en bestaanszekerheid.

In de wetenschap bestaat het uitoefenen van onze vrijheid, en dus in veel gevallen de ‘vooruitgang’, in het invullen van de uncertainty. Op het persoonlijke vlak bestaat vooruitgang vaak in het afwijken van gebaande paden, het in vrijheid invulling geven aan insecurity. Het omgaan met onzekerheden betekent vaak dat mensen iets bereiken door in het diepe te springen, zichzelf te overwinnen. Mensen die lef hebben, zouden dit moeten willen. Bis vincit, qui se vincit in victoria.

De generatie Y voelt zich senang bij het gebrek aan kaders. Ze zijn niet op zoek naar levenslang emplooi, pensioenopbouw of leaseauto. Binnen mijn bedrijf merk ik dat deze generatie minder materialistisch is dan de mijne, en dat ze makkelijker onzekerheid omarmt, zolang ze zich kan bezighouden met wat ze belangrijk vindt. De vrijheid die deze mensen ervaren, is ook heel praktisch; ze kunnen onafhankelijk van plaats en tijd hun rol in de maatschappij vervullen. De vrijheid die dit geeft, is een van hun basiswaarden. Mijn generatie is jaloers op hen. Ongebonden door hypotheken en functioneringsgesprekken kunnen zij hun hart volgen.

Maar het feit dat de generatie Y security als thema van de Veerstichting kiest, wordt misschien ook wel veroorzaakt door het groeiende besef dat de participatiesamenleving ook verliezers kent. De levens en kansen van de huidige studenten zijn volkomen anders dan die van hun ouders en grootouders.

In 1980 kon een Leids jurist nog bankier worden, en een arts een miljoen gulden verdienen. Langdurig werkloos werden academici zelden. Velen werden welgesteld, sommigen zelfs rijk. Van de huidige studenten zullen de meesten niet zeer welgesteld worden. Maar de enkeling die rijk wordt, wordt onmetelijk rijk. En er zullen verliezers zijn. Zzp’ers die dingen kunnen waar onvoldoende vraag naar is. En deze mensen zullen, zoals Alain de Botton opmerkt, niet meer worden gezien als unfortunates, maar als losers.

Toch ziet het leeuwendeel van de generatie Y deze tombola met vertrouwen tegemoet. Ze verdienen daarbij respect in hoe ze omgaan met de kaarten die ze krijgen toebedeeld van oudere generaties. Zij leven de waardes die in de troonrede alleen als retoriek worden gebruikt („wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, zij niet alleen waarde toevoegen aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel”).

Het afbreken van de zekerheden op persoonlijk gebied kan enorm waardevol zijn en verdient onze steun. Maar alleen als er zekerheden onder liggen, die het mogelijk maken om invulling te geven aan onze vrijheid. Goed functionerende infrastructuur, sterke banken die de economie ondersteunen, bescherming tegen natuurrampen, goed onderwijs, een duurzame economie, een goede defensie.

Al deze publieke zekerheden zijn de afgelopen decennia uitgehold en er is niets geïnvesteerd om ze toekomstbestendig te maken. De terugtrekkende overheid die de bal bij participerende burgers wil leggen, doet dan ook niet veel meer dan een schaamlap creëren voor het eigen falen.

Ik kijk met jaloezie en hoop naar de generatie Y. Ik ben jaloers op hun risk appetite, en ik hoop dat ze snel een rol gaan spelen om de falende overheid op het rechte pad te krijgen.

    • Ebel Kemeling