En meester, heeft u nog chickies geregeld?

Johan Goossens (31) is cabaretier en leraar Nederlands op een Amsterdams ROC. In een theatershow en in columns voor Het Parool vertelt hij over zijn ervaringen als docent. Volgende week verschijnt zijn boek Wie heeft er wél een boek bij zich?

Tekst Yasmina Aboutaleb Foto Andreas Terlaak

Macho’s

„‘Heb je ervaring?’ ‘Nee.’ ‘Heb je een diploma?’ ‘Nee.’ ‘Durf je les te geven aan niveau 2?’ ‘Ja.’ ‘Je kunt morgen beginnen. Je hebt dertien klassen.’ Zo ging mijn sollicitatie voor de functie van leraar Nederlands op een ROC. Ik had geen idee waar ik aan begon. Ze zeiden dat ‘MBO niveau 2’ heel moeilijke leerlingen waren, maar dat leek me juist wel leuk. Ik had er een romantisch beeld bij. Ik dacht aan Dangerous Minds-taferelen [film, red.] waarin blanke lerares Michelle Pfeiffer de harten wint van gettokinderen. In mijn eerste les zat iedereen te praten, heel chaotisch. De klas zat vol jongens, bijna allemaal Turken en Marokkanen. Echt van die macho’s. Ineens riep iemand: ‘Meester! Meester! Heeft u dit weekend nog chickies geregeld?’ Ik had me voorgenomen om niet over dit onderwerp te liegen, dus ik zei: ‘Nee, ik ben homo.’ Doodse stilte. Daar heb ik toen maar gebruik van gemaakt om verder te gaan met de les. Alleen één jongen deed later nog vervelend. Een blanke jongen. Als ik naast hem ging staan, zei hij: ‘gatverdamme, niet bij mij in de buurt komen.’. Ik wist niet wat ik ermee moest, conflictmijdend als ik ben. En ik vond hem een beetje zielig. Het was overduidelijk een onzekere jongen. Gelukkig ging het vanzelf over.”

Autoriteit

„Leerlingen van de laagste niveaus, die 17 tot 23 jaar kunnen zijn, hebben vaak problemen met autoriteit. Ze kunnen er niet tegen dat hun verteld wordt wat ze moeten doen. ‘Rustig?! Rustig?! Dat bepaal ik zelf wel!’, zeggen ze dan. Of een leerlinge zegt: ‘Waarom zou ik naar jou luisteren? Jij hebt niet eens kinderen, ik heb er al drie.’ Ze willen ook geen ‘u’ tegen me zeggen. Dat moet, want als ze stage lopen of gaan werken, horen ze dat ook te zeggen. Ik grap meestal: ‘Ik heb twintig jaar langer gestudeerd dus je hebt maar te luisteren.’ Leerlingen worden vaak weggestuurd van hun stage omdat ze de eerste dag niet komen en de tweede dag vier uur te laat zijn. En als een stagebegeleider vraagt of ze willen vegen, zeggen ze: ‘ja dag, ik ben je hondje niet.’ Terwijl dat erbij hoort in hun werk van bijvoorbeeld assistent-verkoper. Ze krijgen niet voor niets veegles op school. Als ik dat aan mensen vertel geloven ze het niet, maar wij hebben ook een docent stofzuigen en een docent koffiezetten.”

Marokkanen

„Voordat ik lesgaf, merkte ik dat ik steeds banger werd voor moslims en Marokkanen. Dat je ze ziet staan op straat en dan een stukje om wilt lopen. En dat alle Marokkanen in je hoofd homohaters en criminelen zijn. Inmiddels ben ik minder bang. Nu zie ik een groepje leerlingen staan in plaats van een groepje Marokkanen. En als ze agressief doen op straat, hard schreeuwen bijvoorbeeld, zie ik nu eerder wat erachter zit: iemand die onzeker is en stoer wil zijn voor zijn vrienden. Maar ik zou nog steeds niet met een geliefde hand in hand langs een groepje Marokkanen lopen. En als ik er alleen langs moet, loop ik ineens mannelijker. Een heteroloopje heb ik dan. In Amsterdam zijn er ook ongeschreven regels over waar je na een onenightstand afscheid neemt: binnenshuis en niet bij de bushalte, of zo. Dat is gevaarlijk. Maar dat doe je ook omdat je niet weet of mensen in zijn wijk weten dat hij homo is.”

Thaiboksen

„Sommige leerlingen zijn wel intimiderend. Die kunnen ineens heel agressief worden. Ik had een meisje in de klas dat op thaiboksen zat. Niet alleen ik was een beetje bang voor haar, de rest van de klas ook. Toen ik een keer tegen haar zei dat ze haar telefoon weg moest doen, werd ze heel boos. ‘Ik ga nú weg!’, riep ze. Ze stond op en maakte allerlei wilde gebaren. Ik heb haar niet tegengehouden. Normaal gesproken is er altijd beveiliging op school. Poortjes waar een pasje doorheen moet, zodat er geen vreemde types de school binnen kunnen komen. En twee beveiligers. Maar op die beveiliging is vorig jaar bezuinigd. De leraren vinden dat een ramp. Tot nu toe gaat het goed, maar het kan misgaan. Mijn broer, die ook leraar is op een ROC, kreeg een keer een kopstoot van een boze leerling.”

Brabant

„Kleinkunstenaars zijn vaak buitenbeentjes. Daarom ben ik de kleinkunst ingegaan. Ik voelde me anders dan anderen. Dat was al zo tijdens mijn pubertijd in Sprang-Capelle in Noord-Brabant, als homo in een christelijk dorp. Dat was in ieder geval in mijn eigen hoofd een enorm ding. En ik paste daar gewoon niet goed. Brabanders zijn massaal; het moet altijd met z’n allen en het moet gezellig zijn. Dat vond ik heel dwingend. Ik was gewoon niet zo gezellig. Ik had wel vrienden, maar ik hoorde niet bij de populaire leerlingen op de middelbare school. Ook niet bij de losers, maar bij zo’n restgroepje dat iedereen opnam die net niet loserig genoeg was.”

Regelmaat

„Lesgeven leek me ideaal, want in het theater miste ik collega’s. Als cabaretier werk je wel met mensen, maar dat is allemaal zodat jij daar als solist goed uitkomt. En ik miste regelmaat. Als iemand me niet wakker belde, bleef ik gewoon in bed liggen. Daardoor ging ik steeds later naar bed en dronk ik steeds meer. Daar wilde ik vanaf. En ik had ook gewoon geld nodig. Ieder jaar denk ik: zal ik nog doorgaan met lesgeven? Het gaat goed met mijn optredens, ik heb mijn columns en een boek. Voor het geld hoef ik het niet meer te doen. Toch wil ik doorgaan, omdat ik me er nuttig door voel. Dit jaar heb ik een examenklas, daardoor voel ik me extra verantwoordelijk. En ik vind de leerlingen leuk. Ze zijn heel levendig en irritant tegelijk. Heerlijk.”

Dom

„Het klinkt harder dan ik het bedoel, maar leerlingen van MBO niveau 2 zijn dom. Daar moet je eerlijk over zijn, vind ik, omdat het hun leven en hun problemen voor een groot deel bepaalt. De meeste leerlingen weten niet wat voor dag het is, weten na een half jaar nog steeds niet dat jij Nederlands geeft, en als ze in het derde jaar zitten, hebben ze nog steeds niet door dat het om half elf pauze is. Brieven van de gemeente of de belastingdienst begrijpen ze vaak niet. Daar moet je rekening mee houden. Het zijn geen gymnasiasten met toevallig wat meer tatoeages. Ze hebben wel andere kwaliteiten. Je kan ontzettend met ze lachen en ze hebben ook een enorme mensenkennis. Een collega gaf eens een les over vooroordelen. De leerlingen kregen tien foto’s van gezichten te zien en moesten aanwijzen wie er crimineel was. Het idee was dat je dat niet aan mensen kunt zien, maar de leerlingen wezen de criminelen in één keer aan.”

Een groot glimmend ding

„In de pauze kwam een keer een leerlinge naar me toe in het leslokaal. ‘Meneer, ik heb een geheim, maar u mag het echt aan niemand doorvertellen’, zei ze. ‘Oké, vooruit’, zei ik. Ze liet me in haar gouden nep-Versace handtas kijken. Daar lag een pistool. Een groot glimmend ding. Ik denk wel 30 centimeter groot. Heel eng. Ze zei dat ze het thuis had gevonden en niet wilde dat het daar zou rondslingeren. Dus ze vroeg me wat ze ermee moest doen. Ze wilde absoluut niet naar de politie, want dan zou haar familie wraak op haar nemen. Uiteindelijk zei ik maar dat ze het moest dumpen in een sloot , of zo. De rest van de week liep ik rond met een steen in mijn maag. Hoe is dat afgelopen? Moet ik toch nog naar haar mentor toe? Toen ik met een aantal leraren in de docentenkamer zat, kwam haar mentor binnen. Ineens zei een docent: ‘Trouwens, weten jullie dat Fatima een pistool heeft? ‘Waarop vijf docenten, zichtbaar opgelucht, zeiden: ‘Oh, wat fijn dat je erover begint.’”

    • Andreas Terlaak
    • Yasmina Aboutaleb