De Vos gooit de pen in de soep

Marjoleine de Vos stopt als Thuiskok. Vanaf nu kookt ze weer voor eigen parochie.

Dit is de laatste keer. Deze thuiskok gooit de pen in de soep, of hoe zeg je dat, hangt de pollepel aan de wilgen, enfin: deze rubriek stopt in deze vorm. Van nu af aan kook ik weer voor eigen parochie, in stilte.

Dat heeft bepaalde voordelen. Bijvoorbeeld dat je niet meer steeds hoeft te denken: is dit iets voor de krant? En dan te moeten vaststellen dat de weliswaar heel aantrekkelijke taart die je zojuist in februari gemaakt hebt, met geen mogelijkheid de krant in kan. Want gemaakt met pruimen die nog in de diepvries lagen en wie heeft die nou? En met een zakje Italiaans griesmeel, als dat het is, ooit gekregen, het rook lekker en had allerlei luxe ingrediëntjes in zich, rozijnen en amandelen enzo, waarvan ik een soort custard maakte die over de pruimen in het deeg ging met geraspte citroen. Heerlijk, maar niemand anders heeft zo’n zakje. En eigenlijk heb ik ook niet zo goed opgelet hoeveel ik ervan gebruikte. En nu we het er toch over hebben: ik let zo vaak niet goed op hoeveel ik ergens van gebruik, omdat je zo nu eenmaal niet kookt. Veel dingen gaan al doende, nog wat van dit erbij en nog wat zuurs, wat zoets, wat zouts, zó! Dat smaakt!

Net zoals oventijden altijd een geweldig probleem zijn. Geen twee ovens zijn gelijk, wat je altijd goed merkt als je bij iemand anders iets bakt of braadt. Dus een bewering als ‘een uur in de oven’ is niet erg nauwkeurig en levert dan ook soms kwade reacties van lezers op: Het was nog niet gaar! Het was aangebrand! Tja, dat kan.

Een niet zo kokende vriendin zegt altijd dat wij die wel kunnen koken niet wíllen zeggen hoe het precies moet. Maar zo is het niet. Er valt vaak niet zoveel over te zeggen, je ziet het vanzelf. Alleen wie niet kan koken ziet het ook niet vanzelf. Een lastige cirkel.

En nog een typisch kookrubriekprobleem: wat moet je uitleggen en hoe vaak? De keren dat er in deze rubriek, ook door de collega’s, is uitgelegd hoe je mayonaise moet maken zijn niet te tellen. Maar zodra je schrijft ‘maak mayonaise’ (dan wel ‘béarnaise’ dan wel ‘hollandaise’) kweek je boze want te weinig geholpen lezers. Ruim je er elke keer ruimte voor in, dan kunnen sommige recepten nooit want die worden dan te lang voor de krant.

Zulke dingen. Hoe vaak is er al niet schriftelijk een artisjok schoongemaakt? ‘Verwijder het hooi met een theelepeltje’ schrijven kookboeken altijd. Ik vind een theelepeltje een ramp bij een artisjokbodem en werk met een scherp aardappelschilmesje, maar moeten we dat hele verhaal echt weer opschrijven?

Ook het probleem dat nu al voor de tiende keer de pruimen in overvloed van de bomen rollen terwijl het onderwerp ‘pruimen’ echt geheel en al is uitgeput, van pruimentaart tot varkensvlees-met-pruimen tot Georgische pruimensaus – we weten het nu wel. Toch dringt de praktijk aan op nieuwe pruimenmogelijkheden. Seizoenen kunnen iets heel dwingends krijgen als je ze zonodig moet volgen. Elk jaar weer kweeperen, bittere sinaasappelen, haringen, asperges et cetera.

Dus het is goed om ermee te stoppen. Niet meer verzuchten dat kikkererwten (ja ene lezer, ik weet wel dat het ‘kekererwten’ zijn, maar de meeste mensen zeggen nu eenmaal kikkererwten) er altijd twee keer zo lang over doen om gaar te worden dan wie dan ook je vertelt, net zoals winterbieten trouwens. Niet meer juichen over hoe heerlijk het is om met een scherp mes mooi rundvlees aan flinterdunne plakjes te snijden en die dan fijn te hakken voor een van mijn lievelingsgerechten, de steak tartare. Andere lievelingsgerechten zijn onder meer – Nee.

Gewoon mijn mond houden. Sst. Ik eet.

    • Marjoleine de Vos
    • Holger Niehaus